Archiefdocument
Origineel
's Gravenhage, 5 Augustus 1940. Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, Centraal Bureau voor de Statistiek (Afd. voor Economische en Sociale Statistiek). Burgemeester en Wethouders van Amsterdam (handgeschreven). DEPARTEMENT VAN HANDEL, NIJVERHEID EN SCHEEPVAART.
's Gravenhage, 5 Augustus 1940.
Tel.interloc. M.M.M.
Locaal 116390 Toestel 266.
CENTRAAL BUREAU VOOR DE STATISTIEK.
Afd.voor Economische en Sociale Statistiek.
Ch.no. 47.
Onderwerp: enquête handel in oud materiaal en afvalstoffen.
Bijlagen:
1400 ex.Ch.No.37
10 ex.Ch.No.38
1 ex.Ch.No.48
3 ex.Ch.No.49
1 terugzendenveloppe.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Zooals U bekend is heeft de Secretaris-Generaal, waar-
nemend Hoofd van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheep-
vaart mij verzocht de benoodigde gegevens te verzamelen betreffen-
de de inzameling en handel in oude materialen en afvalstoffen.
Vooropgesteld moet worden wat in dit geval onder afval-
stoffen verstaan moet worden, daar niet alle afvalstoffen door
deze enquête behandeld zullen worden. Het betreft hier alle ge-
heel of ten deele uit metaal, papier, karton, linnen, katoen,
wol, zijde, kunstzijde, leer, glas, rubber of andere stoffen be-
staande voorwerpen of deelen daarvan - voor zoover niet ontstaan
als bijproducten of afvallen van industrieele fabricageprocessen -
welke wegens breuk, slijtage of anderszins door den houder niet
meer overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt met uitzonde-
ring van alle afvallen voor levensmiddelen. De afvallen van le-
vensmiddelen worden n.l. geheel afzonderlijk van de hier genoemde
afvalstoffen behandeld, daar zij ook thans reeds door andere per-
sonen ingezameld worden en als regel direct aan de gebruikers
worden afgeleverd en dus als regel niet in den handel komen.
In verband met de uitvoering van de enquête is het on-
derzoek gesplitst in 3 deelen, n.l.:
1. de gegevens betreffende den tusschen- en groothandel
2. de gegevens betreffende den kleinhandel, opkoopers en andere inzamelaars
3. de algemeene gegevens van plaatselijken aard.
Voor het verkrijgen van de gegevens betreffende den
tusschen- en groothandel is reeds zooveel mogelijk aan alle bij
de Rijksbureaus bekende handelaren van eenige beteekenis een uit-
voerig enquêteformulier toegezonden. Een moeilijkheid vormde daar-
bij, dat geen juiste maatstaf gegeven kon worden voor de onder-
scheiding tusschen kleinhandel en tusschenhandel, zoodat het niet
uitgesloten is, dat dit enquêteformulier niet alle in aanmerking
komende tusschenhandelaren bereikt heeft. Wanneer U daaromtrent
klachten mochten bereiken van tusschenhandelaren uit Uw gemeente,
kunt U hun mededeelen, dat dezerzijds uit de gegevens, welke over
hen worden ingevuld bij de kleinhandelsenquête alsnog zal worden
vastgesteld of het wenschelijk is hun een enquêteformulier voor
tusschen- en groothandelaren toe te zenden. Anderzijds beteekent
het toezenden van een dergelijk formulier nog niet, dat hij defi-
nitief Dit document is een officiële brief van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) aan het gemeentebestuur van Amsterdam. Het doel is het coördineren van een grootschalige enquête naar de handel in oud materiaal en afvalstoffen (recycling).
De brief bevat een nauwe definitie van "afvalstoffen": het gaat om gebruikte goederen van metaal, papier, textiel, glas en rubber die niet langer voor hun oorspronkelijke doel worden gebruikt. Industriële bijproducten en etensresten worden expliciet uitgesloten van dit specifieke onderzoek.
Er wordt een methodologische uitdaging geschetst: het onderscheid tussen tussenhandel (groothandel) en kleinhandel is vaag, waardoor de verzending van formulieren aan de juiste doelgroep bemoeilijkt wordt. De gemeente wordt verzocht als aanspreekpunt te dienen voor handelaren die eventueel de verkeerde formulieren hebben ontvangen. De brief is gedateerd op 5 augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode begon de schaarste aan grondstoffen nijpend te worden.
De verwijzing naar de "Secretaris-Generaal" als waarnemend hoofd van het departement is kenmerkend voor deze tijd; aangezien de ministers naar Londen waren gevlucht, lag de dagelijkse leiding van de ministeries bij de hoogste ambtenaren, die onder toezicht van de bezetter opereerden.
Het systematisch in kaart brengen van "oude materialen" was een cruciale stap in de oorlogseconomie. Metalen, rubber en textiel waren strategische goederen die noodzakelijk waren voor de oorlogsindustrie. Deze enquête vormde de administratieve basis voor de latere, meer dwingende inzamelingen en vorderingen van materialen tijdens de bezettingsjaren.