Archief 745
Inventaris 745-305
Pagina 340
Dossier 92
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte concept-verordening (ontwerp voor een lokale verordening).

Gedateerd onderaan op 5-11-'40 (5 november 1940).

Origineel

Getypte concept-verordening (ontwerp voor een lokale verordening). Gedateerd onderaan op 5-11-'40 (5 november 1940). CONCEPT-VERORDENING

betreffende het bewaren en ter beschikking stellen van afvallen van levensmiddelen en het ter beschikking stellen van dierlijke afvallen en van cadavers van honden en katten.

Artikel 1.

In deze verordening wordt verstaan onder:
1. "Afvallen van levensmiddelen": hetgeen het Afvallenbesluit 1940 I daaronder verstaat.
2. "dierlijke afvallen": hetgeen het Afvallenbesluit 1940 II verstaat onder vleeschafvallen, afvallen van wild en gevogelte, vischafvallen, beenderen, ondeugdelijke vleeschwaren en doodgeboren dieren.

Artikel 2.

  1. De bewaring van afvallen van levensmiddelen, die krachtens art. 2 van het Afvallenbesluit 1940 I moeten worden bewaard, geschiedt afzonderlijk en zonder vermenging met andere stoffen of voorwerpen.
  2. De in het 1e lid bedoelde afvallen van levensmiddelen moeten afzonderlijk en zonder vermenging met andere stoffen of voorwerpen zoo spoedig mogelijk ter beschikking worden gesteld van de personen of lichamen, die door B.en W. voor het inzamelen van deze afvallen zijn aangewezen.
    Of:
  3. De in het 1e lid bedoelde afvallen van levensmiddelen moeten, onverminderd de overigens geldende gemeentelijke voorschriften betreffende afvalstoffen en vuilnis, afzonderlijk en zonder vermenging met andere stoffen of voorwerpen zoo spoedig mogelijk ter beschikking worden gesteld van den gemeentelijken dienst, belast met het ophalen van afvalstoffen en vuilnis.

Artikel 3.

Hij die een cadaver van een hond of een kat ter beschikking heeft moet dit zoo spoedig mogelijk ter plaatse, door B.en W. daarvoor aangewezen, afleveren of, door middel van de diensten, lichamen of personen door B.en W. voor de inzameling van deze cadavers aangewezen, doen afleveren.

Artikel 4.

Hij die dierlijke afvallen ter beschikking heeft moet deze, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Vleeschkeuringswet, afzonderlijk en onvermengd met andere voorwerpen of stoffen, zoo spoedig mogelijk afleveren of doen afleveren ter plaatse, door B.en W. daarvoor aangewezen.

Artikel 5.

Voor de opsporing van de bij het Afvallenbesluit 1940 I en het Afvallenbesluit 1940 II strafbaar gestelde feiten worden, behalve de overigens daarmede belaste ambtenaren, aangewezen ............

Artikel 6.

Deze verordening treedt in werking op 22 November 1940.

5-11-'40. * Inhoud: Het document bevat zes artikelen die strikte scheiding van afvalstromen voorschrijven. Er is een duidelijk onderscheid tussen 'afvallen van levensmiddelen' (etensresten) en 'dierlijke afvallen' (zoals slachtafval). Tevens is er een specifieke bepaling voor dode huisdieren (honden en katten).
* Structuur: De opbouw is juridisch-formeel. Opvallend is de keuzemogelijkheid in Artikel 2, lid 2 (gemarkeerd met "Of:"), wat duidt op een conceptfase waarbij nog besloten moest worden wie de inzameling zou verzorgen: aangewezen particulieren/instanties of de gemeentelijke reinigingsdienst.
* Handhaving: Artikel 5 laat een open ruimte (stippellijn) voor het invullen van de specifieke ambtenaren die belast worden met de opsporing van overtredingen, wat wederom het concept-karakter bevestigt.
* Terminologie: Termen als "cadaver" en de verwijzing naar de "Vleeschkeuringswet" duiden op een focus op de volksgezondheid en hygiëne. * Historische periode: November 1940. Nederland bevindt zich in de eerste maanden van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Schaarste en Recyclage: Het "Afvallenbesluit 1940" (I en II) was een landelijke maatregel die door de bezetter en de Nederlandse administratie werd ingevoerd om verspilling tegen te gaan. In een oorlogseconomie waren etensresten waardevol als veevoer (vooral voor varkens), en dierlijke resten (vetten, beenderen) essentieel voor de industrie.
* Hygiëne: Naast de economische waarde was een strikte regulering van kadavers en bedorven vlees noodzakelijk om infectieziekten en ongedierte in de steden te voorkomen, zeker nu de reguliere afvalstromen door oorlogsomstandigheden onder druk stonden.
* Lokaal bestuur: Hoewel gebaseerd op een nationaal besluit, moesten de uitvoering en inzameling op gemeentelijk niveau geregeld worden door Burgemeester en Wethouders (B. en W.). Dit document is een direct gevolg van die noodzaak tot lokale implementatie.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document bevat zes artikelen die strikte scheiding van afvalstromen voorschrijven. Er is een duidelijk onderscheid tussen 'afvallen van levensmiddelen' (etensresten) en 'dierlijke afvallen' (zoals slachtafval). Tevens is er een specifieke bepaling voor dode huisdieren (honden en katten).
  • Structuur: De opbouw is juridisch-formeel. Opvallend is de keuzemogelijkheid in Artikel 2, lid 2 (gemarkeerd met "Of:"), wat duidt op een conceptfase waarbij nog besloten moest worden wie de inzameling zou verzorgen: aangewezen particulieren/instanties of de gemeentelijke reinigingsdienst.
  • Handhaving: Artikel 5 laat een open ruimte (stippellijn) voor het invullen van de specifieke ambtenaren die belast worden met de opsporing van overtredingen, wat wederom het concept-karakter bevestigt.
  • Terminologie: Termen als "cadaver" en de verwijzing naar de "Vleeschkeuringswet" duiden op een focus op de volksgezondheid en hygiëne.

Historische Context

  • Historische periode: November 1940. Nederland bevindt zich in de eerste maanden van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog.
  • Schaarste en Recyclage: Het "Afvallenbesluit 1940" (I en II) was een landelijke maatregel die door de bezetter en de Nederlandse administratie werd ingevoerd om verspilling tegen te gaan. In een oorlogseconomie waren etensresten waardevol als veevoer (vooral voor varkens), en dierlijke resten (vetten, beenderen) essentieel voor de industrie.
  • Hygiëne: Naast de economische waarde was een strikte regulering van kadavers en bedorven vlees noodzakelijk om infectieziekten en ongedierte in de steden te voorkomen, zeker nu de reguliere afvalstromen door oorlogsomstandigheden onder druk stonden.
  • Lokaal bestuur: Hoewel gebaseerd op een nationaal besluit, moesten de uitvoering en inzameling op gemeentelijk niveau geregeld worden door Burgemeester en Wethouders (B. en W.). Dit document is een direct gevolg van die noodzaak tot lokale implementatie.

Kooplieden in dit dossier 31

Aandeel Bedrijfskap.aardapp.-gross.
Afschrijving auto's
Algemene onkosten
Bananen rijpinrichting
Drukwerk & kantoorkosten
Dubieuze Debiteuren
G.G.D. In Waterlooplein
G.G.D. In Waterlooplein " 3.001,40
G.G.D. In Waterlooplein " 820,--
Gebouwen, op of tegen Waterlooplein " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen Waterlooplein
Gebouwen, op of tegen Waterlooplein
Gebouwen, op of tegen Waterlooplein
Gebouwen, op of tegen Waterlooplein
T. Girorekening Nieuwmarkt " 6.655.58
H. van Waterlooplein Bl. Distelweg 6 huis
Intrest en kosten Middenst.bank
Licht- en trammasten en lantaarnpalen Waterlooplein
Loon en Sociale Lasten
Salaris H.G.Ruhe f 144.587.14
Stat.Reserve Centr.Werkg.Ris.Bk.
Terreinen, op Waterlooplein " 202,17
Terreinen, op Waterlooplein " 1.045,--
Te verminderen met de pensioenbijdragen, door het personeel te betalen . . . . . . . . . . . . . . Waterlooplein
Te verminderen met de pensioenbijdragen, door het personeel te betalen . . . . . . . . . . . . . . . Waterlooplein
Vinkeveen aankoop
Alle 31 kooplieden →