Handgeschreven ambtelijke notitie of intern advies.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of intern advies. Na 1940 (gezien de verwijzing naar het Afvallenbesluit 1940 I). (1
De vergunningen van de ophalers
worden verleend krachtens art.
5 lid 2 laatste zin van het
~~Afvallenbesluit 1940 I~~
Afvallenbesluit 1940 I. (ook
genoemd in art 7 van het Besluit)
~~Het [telt bij]~~
Aparte regeling der vergunning-
- in een Gemeentelijke verordening
(bijv. ventverordening) is dus
in het geheel niet aan de orde;
deze zaak is van rijkswege geregeld.
Voor de vergunning ~~moet~~ leges
worden geheven (f 1,- namelijk)
doch ventgeld komt niet aan de [orde] De notitie betreft een juridische afbakening van bevoegdheden tussen de rijksoverheid en gemeenten met betrekking tot het verlenen van vergunningen aan 'ophalers' (inzamelaars van afval of herbuikbare materialen).
De belangrijkste conclusies in het document zijn:
* Wettelijke basis: De grondslag voor vergunningverlening ligt in het landelijke Afvallenbesluit 1940 I (specifiek art. 5 lid 2 en art. 7).
* Geen lokale autonomie: Omdat de materie al op rijksniveau ("van rijkswege") is geregeld, mag een gemeente dit niet zelf nogmaals regelen in een eigen verordening, zoals een ventverordening.
* Financiële afhandeling: Er mogen leges worden geheven voor de administratieve handeling (vastgesteld op 1 gulden), maar er mag geen 'ventgeld' (een belasting op straathandel) in rekening worden gebracht, omdat de activiteit niet onder de gemeentelijke ventregels valt. Het genoemde Afvallenbesluit 1940 I was een besluit van de Secretaris-Generaal van het Departement van Sociale Zaken (25 april 1940). Tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog was de inzameling van afvalstoffen van groot belang vanwege de enorme schaarste aan grondstoffen. Dit leidde tot strikte landelijke regulering om de stroom van materialen zoals metalen, textiel en papier te beheersen. Deze notitie dient waarschijnlijk om een gemeenteambtenaar te corrigeren die de ophalers wilde belasten of reguleren via lokale markt- of ventverordeningen.
Samenvatting
De notitie betreft een juridische afbakening van bevoegdheden tussen de rijksoverheid en gemeenten met betrekking tot het verlenen van vergunningen aan 'ophalers' (inzamelaars van afval of herbuikbare materialen).
De belangrijkste conclusies in het document zijn:
* Wettelijke basis: De grondslag voor vergunningverlening ligt in het landelijke Afvallenbesluit 1940 I (specifiek art. 5 lid 2 en art. 7).
* Geen lokale autonomie: Omdat de materie al op rijksniveau ("van rijkswege") is geregeld, mag een gemeente dit niet zelf nogmaals regelen in een eigen verordening, zoals een ventverordening.
* Financiële afhandeling: Er mogen leges worden geheven voor de administratieve handeling (vastgesteld op 1 gulden), maar er mag geen 'ventgeld' (een belasting op straathandel) in rekening worden gebracht, omdat de activiteit niet onder de gemeentelijke ventregels valt.
Historische Context
Het genoemde Afvallenbesluit 1940 I was een besluit van de Secretaris-Generaal van het Departement van Sociale Zaken (25 april 1940). Tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog was de inzameling van afvalstoffen van groot belang vanwege de enorme schaarste aan grondstoffen. Dit leidde tot strikte landelijke regulering om de stroom van materialen zoals metalen, textiel en papier te beheersen. Deze notitie dient waarschijnlijk om een gemeenteambtenaar te corrigeren die de ophalers wilde belasten of reguleren via lokale markt- of ventverordeningen.