Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 2 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Amsterdamse Stadsreiniging of een aanverwante dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Handgeschreven rechtsboven:] In de Kas
[Handgeschreven diagonaal over de kop:] Verzonden 2/9
VP/HG.
1/62/14 M.
1
2 September 1940.
Verzoek van schillenophalers-
vereeniging "Door Eendracht
Sterk".
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 17 Augustus jl. om advies ontvangen stuk no.709 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat adressante mijns inziens ten onrechte in de meening verkeert, dat de gemeente Amsterdam het ophalen van huisafvallen en etensresten zelfstandig zal gaan regelen. Het schijnt de bedoeling te zijn van de landsoverheid, om voorschriften ten aanzien van dit ophalen te stellen, welke dan wellicht door de Gemeentebesturen zullen moeten worden uitgevoerd, hoewel dit nog niet eens vaststaat. Indien de gemeente met de bedoelde uitvoering wordt belast, kan, naar mijn meening, indien daartoe aanleiding bestaat, zonder bezwaar overleg met adressante worden gepleegd. Zooals de zaken echter thans staan bestaat hiertoe vooralsnog geen aanleiding.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De aanleiding is een verzoek van de vereniging "Door Eendracht Sterk", een organisatie van schillenophalers. Deze ondernemers verzamelden keukenafval (zoals aardappelschillen en broodresten) bij particulieren om dit door te verkopen als veevoer, met name aan varkenshouders.
De kern van het advies is een ontkenning van geruchten: de vereniging vreesde blijkbaar dat de gemeente de inzameling van etensresten zou gaan monopoliseren of strikt zelfstandig zou gaan regelen. De directeur stelt de wethouder gerust (en wijst het verzoek van de vereniging af) door te stellen dat eventuele nieuwe regels van de rijksoverheid ("landsoverheid") moeten komen. Omdat er nog geen concrete richtlijnen zijn, vindt de directeur het nog niet nodig om met de schillenophalers in gesprek te gaan. De datum van de brief, 2 september 1940, is cruciaal voor de context. Nederland was op dat moment enkele maanden bezet door nazi-Duitsland. Vanwege de oorlogssituatie en de dreigende schaarste werd de voedselvoorziening en het hergebruik van afvalstoffen van strategisch belang.
Schillenophalers speelden een belangrijke rol in de zogenaamde "kringloopeconomie" van de oorlog. De overheid probeerde deze informele sector te reguleren om ervoor te zorgen dat er geen waardevolle voedselresten verloren gingen die voor de veestapel gebruikt konden worden. Later in de bezetting zou de inzameling van 'keukenafval' inderdaad strakker georganiseerd worden via de Rijksbureau's. Dit document toont de vroege fase van deze bureaucratisering, waarbij lokale verenigingen probeerden hun positie veilig te stellen tegenover een groeiende overheidsbemoeienis.