Archief 745
Inventaris 745-305
Pagina 424
Dossier 75
Jaar 1940
Stadsarchief

Gemeenteblad (officiële gemeentelijke publicatie), afdeling 3.

Na 1 mei 1933 (verwezen wordt naar leeftijden op die datum).

Origineel

Gemeenteblad (officiële gemeentelijke publicatie), afdeling 3. Na 1 mei 1933 (verwezen wordt naar leeftijden op die datum). [Pagina 2]

Volgn. 137 — 2

a gevent mag niet worden in de onmiddellijke nabijheid van tram- of bushalten ;
b gevent mag niet worden met gebruikmaking van geraasmakende middelen of van eenig muziekinstrument ;
c gevent mag niet worden met luider stem op Zondag in de nabijheid van kerken of voor godsdienstige bijeenkomsten bestemde gebouwen ;
d gevent mag niet worden met luider stem in de nabijheid van schoolgebouwen gedurende de uren, dat daarin onderwijs gegeven wordt, of in de nabijheid van ziekenhuizen ;
e gevent mag slechts worden in een bepaalde in de vergunning aangeduide wijk, met dien verstande, dat Burgemeester en Wethouders bevoegd zijn, aan bepaalde groepen venters meer dan één wijk als ventterrein aan te wijzen ;
f gevent mag slechts worden met één bepaald artikel of met één bepaalde groep artikelen, in de vergunning aangeduid, met dien verstande, dat Burgemeester en Wethouders bevoegd zijn, in bepaalde gevallen het venten met meer dan één bepaald artikel of met meer dan één bepaalde groep artikelen toe te staan ;
g binnen een afstand van 25 m van standplaatsen of winkels, waar hetzelfde artikel of dezelfde artikelen, dan wel dezelfde soort artikelen als waarmede gevent wordt, worden verkocht, mag niet worden stilgestaan anders dan tot het bedienen van klanten ;
h binnen een afstand van 50 m van de markten mag niet worden stilgestaan anders dan tot het bedienen van klanten.

ART. 3

  1. Onverminderd het in art. 2 onder e bepaalde is het verboden met andere voorwerpen of stoffen dan gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen te venten op door Burgemeester en Wethouders, bij openbare kennisgeving, aangewezen openbare wegen.
  2. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd, een dergelijk verbod tot bepaalde uren te beperken.
  3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op hem, die handelt met schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders.
  4. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd, aan deze vergunning voorwaarden te verbinden.

ART. 4

  1. Aan personen beneden 21 jaar wordt een ventvergunning, als bedoeld in art. 1, niet verleend.
  2. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op hen, die op 1 Mei 1933 den leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.

[Pagina 3]

3 — Gemeenteblad afd. 3

  1. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd, in bijzondere gevallen, te hunner beoordeeling, aan personen, die op 1 Mei 1933 den leeftijd van achttien jaar niet hadden bereikt, een ventvergunning, als bedoeld in art. 1, te verleenen.
  2. Het in het eerste lid bepaalde is evenmin van toepassing op hen, die, mits met schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders, tijdelijk den houder van een ventvergunning, als bedoeld in art. 1, vervangen of bijstaan.
  3. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd, aan de in het vorige lid bedoelde vergunning voorwaarden te verbinden.

ART. 5

  1. Bij het in werking treden dezer verordening worden, met inachtneming van het bepaalde in art. 4, slechts vergunningen, als bedoeld in art. 1, uitgereikt aan hen, die ten genoegen van Burgemeester en Wethouders aantoonen, reeds van het venten binnen de gemeente Amsterdam hun beroep te maken.
  2. Na dat tijdstip zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd, ventvergunningen niet meer te verleenen tot een door hen te bepalen tijdstip.
  3. Onverminderd het bepaalde in art. 14 zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd, een ventvergunning in te trekken.

ART. 6

  1. De in art. 437 van het Wetboek van Strafrecht genoemde personen zijn verplicht, in het doorloopende register, hetwelk door hen moet worden gehouden, betreffende door hen gekochte, ingerruilde, als geschenk aangenomen of in pand, gebruik of bewaring genomen goederen, onverwijld het volgende aan te teekenen :
    a een volgnummer (in de volgorde van verkrijging) van de goederen ;
    b den datum en het uur van verkrijging ;
    c de hoedanigheid, de soort, het gewicht, het aantal, de hoeveelheid en de merken der goederen, voor zoover een en ander uit den aard der zaak mogelijk is ;
    d den koopprijs of andere voorwaarden van verkrijging ;
    e den naam en de woonplaats (gemeente van inwoning, straat, gracht of kade, enz. en huisnummer) van dengene, van wien of uit wiens handen de goederen zijn verkregen ;
    f den datum en het uur, waarop de goederen zijn verkocht, op andere wijze afgestaan, vernietigd of verdwenen, of waarop zij eenigerlei wijziging hebben ondergaan ;
    g den verkoopprijs of andere voorwaarden, waarop de goederen van de hand zijn gedaan ; Dit document bevat een gedetailleerde set regels voor straathandel en toezicht op tweedehandshandel in Amsterdam gedurende de jaren 1930. De verordening is opgedeeld in functionele gebieden:

  2. Gedragsregels voor venters (Art. 2 - pag. 2): Er gelden strenge beperkingen om overlast te voorkomen. Zo mag er niet gevent worden bij haltes, ziekenhuizen of scholen, is lawaai maken verboden en moeten venters afstand houden van vaste winkels en markten om oneerlijke concurrentie te vermijden.

  3. Vergunningsstelsel (Art. 3, 4, 5): De gemeente reguleert wie mag venten. Er geldt een minimumleeftijd van 21 jaar (met overgangsregelingen voor wie in 1933 al 18 was). Opvallend is Artikel 5, dat een "stop" zet op nieuwe vergunningen; alleen zij die al beroepsmatig ventten in Amsterdam kwamen nog in aanmerking.
  4. Registerplicht voor opkopers (Art. 6): Personen die handelen in tweedehands goederen (zoals bedoeld in het Wetboek van Strafrecht) worden verplicht een zeer gedetailleerd register bij te houden. Dit is een maatregel tegen heling: elk object moet met herkomst, prijs en persoonsgegevens van de leverancier worden genoteerd. De verordening moet gezien worden tegen de achtergrond van de Grote Depressie in de jaren '30. Door de massale werkloosheid zochten veel Amsterdammers hun toevlucht in de straathandel (venten) om een inkomen te genereren. Dit leidde tot een enorme toename van venters op straat, wat door de gemeente en vaste winkeliers als problematisch werd ervaren (overlast en concurrentievervalsing).

De strikte regels in Artikel 5 tonen aan dat de gemeente Amsterdam probeerde de markt te "bevriezen" en het aantal actieve venters te beperken tot de bestaande beroepsgroep.

Artikel 6 sluit aan bij de landelijke wetgeving (Art. 437 WvS) tegen criminaliteit. In tijden van armoede nam de handel in gestolen goederen vaak toe. De gedetailleerde registratieplicht (inclusief het uur van verkrijging en het huisnummer van de verkoper) stelde de politie in staat om goederenstromen effectief te controleren.

Samenvatting

Dit document bevat een gedetailleerde set regels voor straathandel en toezicht op tweedehandshandel in Amsterdam gedurende de jaren 1930. De verordening is opgedeeld in functionele gebieden:

  1. Gedragsregels voor venters (Art. 2 - pag. 2): Er gelden strenge beperkingen om overlast te voorkomen. Zo mag er niet gevent worden bij haltes, ziekenhuizen of scholen, is lawaai maken verboden en moeten venters afstand houden van vaste winkels en markten om oneerlijke concurrentie te vermijden.
  2. Vergunningsstelsel (Art. 3, 4, 5): De gemeente reguleert wie mag venten. Er geldt een minimumleeftijd van 21 jaar (met overgangsregelingen voor wie in 1933 al 18 was). Opvallend is Artikel 5, dat een "stop" zet op nieuwe vergunningen; alleen zij die al beroepsmatig ventten in Amsterdam kwamen nog in aanmerking.
  3. Registerplicht voor opkopers (Art. 6): Personen die handelen in tweedehands goederen (zoals bedoeld in het Wetboek van Strafrecht) worden verplicht een zeer gedetailleerd register bij te houden. Dit is een maatregel tegen heling: elk object moet met herkomst, prijs en persoonsgegevens van de leverancier worden genoteerd.

Historische Context

De verordening moet gezien worden tegen de achtergrond van de Grote Depressie in de jaren '30. Door de massale werkloosheid zochten veel Amsterdammers hun toevlucht in de straathandel (venten) om een inkomen te genereren. Dit leidde tot een enorme toename van venters op straat, wat door de gemeente en vaste winkeliers als problematisch werd ervaren (overlast en concurrentievervalsing).

De strikte regels in Artikel 5 tonen aan dat de gemeente Amsterdam probeerde de markt te "bevriezen" en het aantal actieve venters te beperken tot de bestaande beroepsgroep.

Artikel 6 sluit aan bij de landelijke wetgeving (Art. 437 WvS) tegen criminaliteit. In tijden van armoede nam de handel in gestolen goederen vaak toe. De gedetailleerde registratieplicht (inclusief het uur van verkrijging en het huisnummer van de verkoper) stelde de politie in staat om goederenstromen effectief te controleren.

Locaties

Amsterdam (afgeleid uit de tekst in Art. 5 lid 1).

Kooplieden in dit dossier 31

Aandeel Bedrijfskap.aardapp.-gross.
Afschrijving auto's
Algemene onkosten
Bananen rijpinrichting
Drukwerk & kantoorkosten
Dubieuze Debiteuren
G.G.D. In Waterlooplein
G.G.D. In Waterlooplein " 3.001,40
G.G.D. In Waterlooplein " 820,--
Gebouwen, op of tegen Waterlooplein " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen Waterlooplein
Gebouwen, op of tegen Waterlooplein
Gebouwen, op of tegen Waterlooplein
Gebouwen, op of tegen Waterlooplein
T. Girorekening Nieuwmarkt " 6.655.58
H. van Waterlooplein Bl. Distelweg 6 huis
Intrest en kosten Middenst.bank
Licht- en trammasten en lantaarnpalen Waterlooplein
Loon en Sociale Lasten
Salaris H.G.Ruhe f 144.587.14
Stat.Reserve Centr.Werkg.Ris.Bk.
Terreinen, op Waterlooplein " 202,17
Terreinen, op Waterlooplein " 1.045,--
Te verminderen met de pensioenbijdragen, door het personeel te betalen . . . . . . . . . . . . . . Waterlooplein
Te verminderen met de pensioenbijdragen, door het personeel te betalen . . . . . . . . . . . . . . . Waterlooplein
Vinkeveen aankoop
Alle 31 kooplieden →