Archief 745
Inventaris 745-305
Pagina 425
Dossier 37
Jaar 1940
Stadsarchief

Gedrukte verordening (uittreksel uit een Gemeenteblad).

Origineel

Gedrukte verordening (uittreksel uit een Gemeenteblad). (Pagina 4)

Volgn. 137

h den naam en de woonplaats (gemeente van inwoning, straat, gracht of kade, enz. en huisnummer) van dengene, aan wien de goederen zijn verkocht of op andere wijze zijn afgestaan;
i de aanduiding van de wijze, waarop de goederen zijn vernietigd of verdwenen, of waarop zij eenigerlei wijziging hebben ondergaan.

  1. Het register moet zijn ingericht volgens een door Burgemeester en Wethouders vastgesteld model. Burgemeester en Wethouders hebben de bevoegdheid, ten aanzien van de verschillende soorten van opkoopersbedrijven, verschillende modellen vast te stellen en van de in het eerste lid onder a—i genoemde voorschriften een schriftelijke ontheffing te verleenen — voor zoover dit geschiedt met inachtneming van het bepaalde in art. 437, onder 1º, van het Wetboek van Strafrecht — ten aanzien van de registers van die opkoopers, die hun bedrijf krachtens het bepaalde in art. 1, derde lid, in verband met het bepaalde in art. 1, tweede lid, onder a en b, niet zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders mogen uitoefenen.

ART. 7

De in art. 6 bedoelde personen zijn verplicht:
a het in art. 6 bedoelde register, alvorens het in gebruik te nemen, te doen waarmerken door den Commissaris van Politie of den Hoofdinspecteur van Politie, Chef van het Politiebureau, binnen wiens ressort zij woonachtig zijn;
b in elke ruimte, waar het bedrijf wordt uitgeoefend, bij voortduring een gewaarmerkt register aanwezig te hebben, en, in geval het bedrijf wordt uitgeoefend op of aan den openbaren weg, een zoodanig register bij zich te hebben;
c elk in gebruik zijnd register telkens op de eerste vordering, aan den onder a genoemden Commissaris of Hoofdinspecteur van Politie ter onderzoek af te staan;
d het register, alvorens het buiten gebruik wordt gesteld, aan den onder a genoemden Commissaris of Hoofdinspecteur van Politie ter afteekening aan te bieden;
e de door hen bijgehouden registers te bewaren over een tijdvak van zes maanden, nadat die registers buiten gebruik zijn gesteld.

ART. 8

De in art. 6 genoemde personen zijn voorts verplicht:
a vóór aan het vaartuig, de tent of de kraam, waarin het bedrijf wordt uitgeoefend, of aan de vóórzijde van het voertuig, met behulp waarvan het bedrijf wordt uitgeoefend, een bord aan te brengen van een door Burgemeester en Wethouders vastgesteld model, waarop vermeld staan hun namen en voorletters, een opsomming van de goederen, welke door hen worden gekocht, het woord „opkooper”, benevens een door Burgemeester

(Pagina 5)

en Wethouders aan te geven nummer, een en ander op zoodanige wijze, dat het van den openbaren weg af duidelijk leesbaar is;
b wanneer zij hebben opgehouden, van het opkoopen een beroep of gewoonte te maken, hiervan onverwijld den Commissaris van Politie of den Hoofdinspecteur van Politie, Chef van het Politiebureau, binnen wiens ressort zij woonachtig zijn, in kennis te stellen;
c in elke ruimte, waarin zij hun bedrijf uitoefenen, op duidelijk zichtbare wijze opgehangen te hebben een uittreksel uit de Wet van 7 Juni 1919, Staatsblad No. 311, benevens uit deze verordening, van den inhoud en volgens het model, door Burgemeester en Wethouders vastgesteld;
d de door hen gekochte, ingeruilde, als geschenk aangenomen of in pand, gebruik of bewaring genomen goederen, voor zoover dit met het oog op den aard der goederen naar het oordeel der politie mogelijk is, te voorzien van een nummer, overeenkomende met het nummer, waaronder die goederen in het in art. 6 bedoelde doorloopende register zijn opgenomen;
e de goederen, welke zij in verband met de uitoefening van hun bedrijf voorhanden hebben, op de eerste vordering te vertoonen aan de door Burgemeester en Wethouders aangewezen ambtenaren der gemeentepolitie;
f indien zij in de gelegenheid zijn eenig goed op te koopen, waarvan redelijkerwijze aangenomen kan worden, dat het van misdrijf afkomstig is of voor den rechthebbende verloren is gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan den Commissaris van Politie of den Hoofdinspecteur van Politie, Chef van het Politiebureau, binnen wiens ressort zij woonachtig zijn.

ART. 9

Het is aan de in art. 6 genoemde personen verboden, op te koopen of eenige andere handeling ter uitoefening van het opkoopersbedrijf te verrichten tusschen des namiddags 8 uur en des voormiddags 7.30 uur.

ART. 10

  1. Het is verboden, met gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen te venten:
    a in de onmiddellijke nabijheid van tram- of bushalten;
    b met gebruikmaking van geraasmakende middelen of van eenig muziekinstrument;
    c met luider stem op Zondag in de nabijheid van kerken of voor godsdienstige bijeenkomsten bestemde gebouwen;
    d met luider stem in de nabijheid van schoolgebouwen gedurende de uren, dat daarin onderwijs gegeven wordt, of in de nabijheid van ziekenhuizen;
    e met luider stem op door Burgemeester en Wethouders, bij openbare kennisgeving, aangewezen openbare wegen. De tekst is een formeel juridisch document, specifiek een uittreksel uit een gemeentelijke verordening. De taal is ambtelijk en dwingend ("is verplicht", "is verboden").

De focus ligt op twee gebieden van openbare orde:
1. Toezicht op de handel in tweedehands goederen (Art. 7-9): De regels voor "opkoopers" zijn streng. Het doel is duidelijk het bestrijden van heling (handel in gestolen goederen). Dit blijkt uit de verplichting tot het bijhouden van een door de politie gewaarmerkt register (Art. 7), de verplichte identificatie van het bedrijf middels een bord (Art. 8a), het nummeren van goederen (Art. 8d) en de expliciete meldingsplicht bij vermoeden van misdrijf (Art. 8f). Ook de beperking van de handelstijden (Art. 9) dient ter controle.
2. Beperking van overlast door straathandel (Art. 10): De bepalingen omtrent "venten" (het op straat verkopen van drukwerk) zijn gericht op het bewaren van de rust en de doorstroming. Verbodsbepalingen bij bushaltes, kerken, scholen en ziekenhuizen laten zien welke locaties als gevoelig voor geluidsoverlast of opstoppingen werden beschouwd. Dit document stamt uit een periode waarin de overheid de controle op de informele economie en de openbare orde in de groeiende steden probeerde te verstevigen. De verwijzing naar de Wet van 7 Juni 1919 (Staatsblad No. 311), ook wel bekend als de "Opkoperswet", is cruciaal. Deze nationale wet gaf gemeenten de kaders om de handel in oude metalen en andere gebruikte goederen te reguleren om diefstal (vooral van koper uit de industrie en infrastructuur) tegen te gaan.

De bepalingen in Artikel 10 over venten bij tram- en bushalten schetsen een beeld van een moderniserende stad met een druk openbaar vervoersnetwerk. De aandacht voor rust bij kerken op zondag en bij scholen en ziekenhuizen getuigt van de toenmalige maatschappelijke normen omtrent fatsoen en openbare rust. Het document weerspiegelt de uitgebreide administratieve rol van de lokale politie en het college van Burgemeester en Wethouders in het dagelijks leven van ondernemers en burgers.

Samenvatting

De tekst is een formeel juridisch document, specifiek een uittreksel uit een gemeentelijke verordening. De taal is ambtelijk en dwingend ("is verplicht", "is verboden").

De focus ligt op twee gebieden van openbare orde:
1. Toezicht op de handel in tweedehands goederen (Art. 7-9): De regels voor "opkoopers" zijn streng. Het doel is duidelijk het bestrijden van heling (handel in gestolen goederen). Dit blijkt uit de verplichting tot het bijhouden van een door de politie gewaarmerkt register (Art. 7), de verplichte identificatie van het bedrijf middels een bord (Art. 8a), het nummeren van goederen (Art. 8d) en de expliciete meldingsplicht bij vermoeden van misdrijf (Art. 8f). Ook de beperking van de handelstijden (Art. 9) dient ter controle.
2. Beperking van overlast door straathandel (Art. 10): De bepalingen omtrent "venten" (het op straat verkopen van drukwerk) zijn gericht op het bewaren van de rust en de doorstroming. Verbodsbepalingen bij bushaltes, kerken, scholen en ziekenhuizen laten zien welke locaties als gevoelig voor geluidsoverlast of opstoppingen werden beschouwd.

Historische Context

Dit document stamt uit een periode waarin de overheid de controle op de informele economie en de openbare orde in de groeiende steden probeerde te verstevigen. De verwijzing naar de Wet van 7 Juni 1919 (Staatsblad No. 311), ook wel bekend als de "Opkoperswet", is cruciaal. Deze nationale wet gaf gemeenten de kaders om de handel in oude metalen en andere gebruikte goederen te reguleren om diefstal (vooral van koper uit de industrie en infrastructuur) tegen te gaan.

De bepalingen in Artikel 10 over venten bij tram- en bushalten schetsen een beeld van een moderniserende stad met een druk openbaar vervoersnetwerk. De aandacht voor rust bij kerken op zondag en bij scholen en ziekenhuizen getuigt van de toenmalige maatschappelijke normen omtrent fatsoen en openbare rust. Het document weerspiegelt de uitgebreide administratieve rol van de lokale politie en het college van Burgemeester en Wethouders in het dagelijks leven van ondernemers en burgers.

Kooplieden in dit dossier 31

Aandeel Bedrijfskap.aardapp.-gross.
Afschrijving auto's
Algemene onkosten
Bananen rijpinrichting
Drukwerk & kantoorkosten
Dubieuze Debiteuren
G.G.D. In Waterlooplein
G.G.D. In Waterlooplein " 3.001,40
G.G.D. In Waterlooplein " 820,--
Gebouwen, op of tegen Waterlooplein " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen Waterlooplein
Gebouwen, op of tegen Waterlooplein
Gebouwen, op of tegen Waterlooplein
Gebouwen, op of tegen Waterlooplein
T. Girorekening Nieuwmarkt " 6.655.58
H. van Waterlooplein Bl. Distelweg 6 huis
Intrest en kosten Middenst.bank
Licht- en trammasten en lantaarnpalen Waterlooplein
Loon en Sociale Lasten
Salaris H.G.Ruhe f 144.587.14
Stat.Reserve Centr.Werkg.Ris.Bk.
Terreinen, op Waterlooplein " 202,17
Terreinen, op Waterlooplein " 1.045,--
Te verminderen met de pensioenbijdragen, door het personeel te betalen . . . . . . . . . . . . . . Waterlooplein
Te verminderen met de pensioenbijdragen, door het personeel te betalen . . . . . . . . . . . . . . . Waterlooplein
Vinkeveen aankoop
Alle 31 kooplieden →