Officieel ambtelijk formulier (concept geleidebrief)
Origineel
Officieel ambtelijk formulier (concept geleidebrief) 23 november 1935 De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen (F. van Meurs) Directeur van het Marktwezen CONCEPT
No. 89 L.M. 193 5.
De WETHOUDER voor de LEVENSMIDDELEN, WASCH- en SCHOONMAAK-, BAD- en ZWEMINRICHTINGEN heeft de eer ~~deze stukken~~ ^dit stuk^ te doen toekomen aan den Heer
Directeur van het Marktwezen
onder verwijzing naar
ter kennisneming
ter verdere behandeling
met verzoek om ~~bericht~~ een onderzoek te willen instellen ter voorbereiding van een prae-advies.
De stukken worden gaarne terugverwacht.
AMSTERDAM, 23 November 193 5.
De Wethouder,
F. van MEURS
G.A. 303 Dit document is een standaard administratief formulier van de gemeente Amsterdam, gebruikt voor interne correspondentie tussen een wethouder en een gemeentelijke dienst. In dit specifieke geval stuurt Wethouder Florentinus (Floor) van Meurs een stuk door naar de Directeur van het Marktwezen.
De kern van het verzoek is handgeschreven toegevoegd: de directeur wordt gevraagd om een onderzoek in te stellen. Dit onderzoek moet dienen als basis voor een "prae-advies" (een voorlopig advies). Het gebruik van een voorgedrukt formulier (met het kenmerk G.A. 303 linksonder) wijst op een sterk gestroomlijnde en bureaucratische werkwijze binnen het toenmalige Amsterdamse ambtenarenapparaat. De correctie van "deze stukken" naar "dit stuk" en "bericht" naar het verzoek om onderzoek toont de specifieke aanpassing van het concept aan de actuele behoefte. De brief dateert uit november 1935, een periode waarin Amsterdam, net als de rest van de wereld, nog midden in de nasleep van de Grote Depressie zat. F. van Meurs was een wethouder namens de SDAP (Sociaal-Democratische Arbeiderspartij). Zijn portefeuille was zeer breed en raakte direct aan het dagelijks leven van de Amsterdammers: levensmiddelen (essentieel in crisistijd), hygiëne (was- en schoonmaakinrichtingen) en publieke voorzieningen zoals badhuizen en zwembaden.
De "Dienst van het Marktwezen" was in die tijd een cruciaal onderdeel van de gemeentelijke organisatie, verantwoordelijk voor het toezicht op en de organisatie van de vele markten in de stad (zoals de Albert Cuypmarkt en de Centrale Markthallen). Gezien de portefeuille van Van Meurs (Levensmiddelen) is het aannemelijk dat het gevraagde onderzoek betrekking had op de distributie of verkoop van voedselwaren op de Amsterdamse markten. F. van Meurs Florentinus (Wethouder) Gemeente Amsterdam Marktwezen