Archief 745
Inventaris 745-306
Pagina 24
Dossier 92
Jaar 1940
Stadsarchief

Officieel besluit / reglementaire bepalingen (doorslag van een getypt document).

Origineel

Officieel besluit / reglementaire bepalingen (doorslag van een getypt document). [Pagina -2-]

het werk in bedrijf zijnde materieel e.d. Meent de Directie van het betreffende werk, dat een zoodanige omstandigheid zich voordoet, dan geeft zij hiervan zoo spoedig mogelijk kennis aan Burgemeester en Wethouders. In de hoogere kosten zal in het algemeen een tegemoetkoming, groot 85% dezer kosten worden toegekend. In zeer bijzondere gevallen, als de aannemer door het voor zijn rekening blijvende deel dezer hoogere kosten onevenredig zwaar mocht worden getroffen, kan worden voorgesteld dit percentage hooger te stellen.

C. Ten behoeve van bestekken, welke nog moeten worden aanbesteed, wordt de "bijzondere bepaling in verband met oorlogsgevaar enz." vervangen door de volgende "bijzondere bepalingen ter beperking van het risico van den aannemer".

BIJZONDERE BEPALINGEN TER BEPERKING VAN HET RISICO VAN DEN AANNEMER.

I. 1. Indien krachtens het bestek te leveren materialen en, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, de voor de uitvoering noodige brandstoffen, alsmede de vrachten voor de ten tijde van de aanbesteding normale wijze van aanvoer van deze materialen en brandstoffen tot aan het werkterrein in prijs stijgen, dan wel loonen van bij de uitvoering van het werk tewerkgestelden verhoogd moeten worden, heeft de aannemer, met inachtneming van het in de volgende leden bepaalde, aanspraak op een gedeeltelijke vergoeding van de meerdere kosten.
2. Geen vergoeding zal worden gegeven:
a. indien en voor zoover de aannemer nagelaten heeft al datgene te doen, wat redelijkerwijze van hem gevorderd kan worden om risico bij de aanschaffing van materialen en brandstoffen te beperken;
b. ten aanzien van materialen en brandstoffen, deze te zamen genomen, van vrachten en van loonen, die, elk dezer groepen in totaal, niet meer dan 10% zijn gestegen, tenzij het totaal dezer stijgingen meer bedraagt dan 5% van de aannemingssom.
3. Voor vergoeding wegens prijsstijging worden in het bestek aangewezen de te leveren materialen en benoodigde brandstoffen, welke in belangrijke hoeveelheden voor het werk benoodigd zijn.
4. De vergoeding zal bedragen 85% van de prijsstijging van de voor vergoeding in aanmerking komende materialen, brandstoffen en vrachten voor den aanvoer van deze materialen en brandstoffen en 70% van de stijging van de loonen (met inbegrip van de sociale lasten tot een door het Hoofd van het Departement van Waterstaat, de Commissie, bedoeld in lid 6, gehoord, te bepalen percentage).
5. Onder prijsstijging van materialen en brandstoffen en van vrachten voor den aanvoer van deze materialen en van deze brandstoffen tot aan het werkterrein wordt in deze regeling verstaan het verschil tusschen den standaardprijs, geldende ten tijde, dat de aanschaffing (c.q. aanvoer) geschiedde, of met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid, onder a, had behooren te zijn geschied en den standaardprijs, geldende ten tijde van de aanbesteding.
Onder stijging van loonen wordt in deze regeling verstaan het verschil tusschen de standaardloonen ten tijde van de loonbetaling en de standaardloonen ten tijde van de aanbesteding.
6. Onder standaardprijzen en standaardloonen, in het vorige lid bedoeld, worden verstaan de prijzen en loonen, die periodiek zullen worden vastgesteld door een Commissie. De leden van deze Commissie worden door het Hoofd van het Departement van Waterstaat benoemd (voor zooveel de andere departementen betreft na voordracht van het Hoofd van het betrokken Departement) en ontslagen, welk Hoofd ook bevoegd is voor de Commissie een reglement vast te stellen.
De prijsbepaling door de Commissie is bindend voor beide partijen.
7. Indien tijdens de uitvoering van het werk krachtens het bestek te leveren materialen en voor de uitvoering benoodigde brandstoffen of vrachten, als bedoeld in lid 3, in prijs dalen, dan wel loonen van bij de uitvoering te werk gestelden verlaagd worden, zal 85% van de mindere kosten wegens prijsdaling van materialen, brandstoffen en vrachten en 70% van de mindere kosten wegens verlaging van loonen, op de aannemingssom gekort worden. Onder mindere kosten wordt dan verstaan het verschil in kosten met inachtneming van de standaardprijzen volgens de leden 5 en 6. Aftrek blijft achterwege in de gevallen, be-

[Pagina -3-]

doeld in lid 2, onder b (waarbij in plaats van "gestegen" moet worden gelezen "gedaald" en in plaats van "stijgingen" "dalingen").
8. Eventueele andere aanspraken van den aannemer blijven door deze regeling onverlet.
9. Voor vergoeding wegens prijsstijging van materialen en brandstoffen, bedoeld sub 3, zijn voor dit werk aangewezen:

Slechts die materialen en die brandstoffen worden bij de berekening der tegemoetkoming in aanmerking genomen, welke in zoodanige hoeveelheden voor de uitvoering van het werk benoodigd zijn, dat de kosten van aanschaffing van elk afzonderlijk meer dan 3% van de aannemingssom bedragen of wel meer dan f. 1000.-.
II. Wanneer de wijze van vervoer, welke op het tijdstip der aanbesteding als normaal kon worden beschouwd, niet meer mogelijk is, wordt door de Directie, den aannemer gehoord, voor beide partijen bindend bepaald, welke de meerdere kosten van het vervoer onder de gewijzigde omstandigheden zijn.
De meerdere kosten worden ten volle aan den aannemer vergoed.
III. Indien tijdens de uitvoering van het werk de aannemer van oordeel is, dat hij schade lijdt, doordat de wijze van uitvoering, waarop ten tijde van de aanbesteding is en mocht worden gerekend, ten gevolge van den oorlogstoestand geen toepassing meer zal kunnen vinden en hierop redelijkerwijze niet behoefde te worden gerekend, dan doet hij hiervan zoo spoedig mogelijk, doch binnen 10 dagen, nadat de gewijzigde toestand is ingetreden, mededeeling aan de Directie.
De aannemer is na het verzenden van een in het vorige lid bedoelde mededeeling verplicht alle medewerking te verleenen, waaronder begrepen inzage te geven van zijn administratie aan de Directie of aan een nader door haar aan te wijzen vertegenwoordiger, om de veroorzaakte hoogere kosten te bepalen.
In deze hoogere kosten zal de aannemer in het algemeen een tegemoetkoming worden gegeven, groot 85% dezer kosten. In zeer bijzondere gevallen, als de aannemer door het voor zijn rekening blijvend deel der hoogere kosten onevenredig zwaar mocht worden getroffen, kan dit percentage hooger worden gesteld.
IV. In aanvulling van het in de drie vorige leden bepaalde zal schade wegens het tijdelijk buiten gebruik blijven of langer beschikbaar moeten blijven van materieel en wegens verhooging van de administratie- en directiekosten niet vergoed worden.

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Publieke Werken (5 stuks), Financiën (4 stuks), Gemeentebedrijven (17 stuks), Volkshuisvesting (5 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), het Pensioenbureau en den Gemeente-ontvanger.
EL

Voor eensluidend extract,

de Secretaris,

(get.) VAN LIER. * Inhoud: Het document beschrijft de financiële compensatieregeling voor aannemers die publieke werken uitvoeren tijdens een periode van onstabiliteit (oorlogsgevaar). Het regelt hoe om te gaan met prijsstijgingen van bouwmaterialen, brandstoffen en lonen.
* Risicoverdeling: De overheid neemt niet het volledige risico over; de aannemer krijgt doorgaans 85% van de meerprijs van materialen vergoed en 70% van de loonstijgingen. Dit dwingt de aannemer om nog steeds kostenbewust in te kopen (lid 2a). Omgekeerd krijgt de overheid een korting als de prijzen dalen (lid 7).
* Drempels: Er is een drempel ingebouwd (lid 2b en lid 9) om te voorkomen dat kleine prijsschommelingen tot een enorme administratieve last leiden. Alleen substantiële stijgingen (boven de 3% van de aanneemsom of f. 1000,-) worden vergoed.
* Controle: De prijzen worden niet door de aannemer zelf bepaald, maar door een onafhankelijke commissie ingesteld door het Departement van Waterstaat, wat wijst op een centraal gestuurde crisisbeheersing. Dit document stamt uit de periode rond de Tweede Wereldoorlog (waarschijnlijk de mobilisatieperiode 1939-1940 of het begin van de bezetting). In die tijd werden de "Bijzondere Bepalingen" (vaak afgekort als B.B. 1939) opgesteld om de bouwsector draaiende te houden ondanks de enorme inflatie en schaarste aan materialen door de oorlogsdreiging. De verwijzing naar het "Departement van Waterstaat" en de gedetailleerde verdeling van de afschriften over de diverse gemeentelijke diensten suggereert dat dit een besluit is van een grote Nederlandse gemeente (mogelijk Den Haag, gezien de naam Van Lier die daar als secretaris voorkwam, maar dit vereist nadere verificatie). Het document illustreert de bureaucratische zorgvuldigheid waarmee de overheid probeerde de economische gevolgen van de oorlog het hoofd te bieden.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document beschrijft de financiële compensatieregeling voor aannemers die publieke werken uitvoeren tijdens een periode van onstabiliteit (oorlogsgevaar). Het regelt hoe om te gaan met prijsstijgingen van bouwmaterialen, brandstoffen en lonen.
  • Risicoverdeling: De overheid neemt niet het volledige risico over; de aannemer krijgt doorgaans 85% van de meerprijs van materialen vergoed en 70% van de loonstijgingen. Dit dwingt de aannemer om nog steeds kostenbewust in te kopen (lid 2a). Omgekeerd krijgt de overheid een korting als de prijzen dalen (lid 7).
  • Drempels: Er is een drempel ingebouwd (lid 2b en lid 9) om te voorkomen dat kleine prijsschommelingen tot een enorme administratieve last leiden. Alleen substantiële stijgingen (boven de 3% van de aanneemsom of f. 1000,-) worden vergoed.
  • Controle: De prijzen worden niet door de aannemer zelf bepaald, maar door een onafhankelijke commissie ingesteld door het Departement van Waterstaat, wat wijst op een centraal gestuurde crisisbeheersing.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode rond de Tweede Wereldoorlog (waarschijnlijk de mobilisatieperiode 1939-1940 of het begin van de bezetting). In die tijd werden de "Bijzondere Bepalingen" (vaak afgekort als B.B. 1939) opgesteld om de bouwsector draaiende te houden ondanks de enorme inflatie en schaarste aan materialen door de oorlogsdreiging. De verwijzing naar het "Departement van Waterstaat" en de gedetailleerde verdeling van de afschriften over de diverse gemeentelijke diensten suggereert dat dit een besluit is van een grote Nederlandse gemeente (mogelijk Den Haag, gezien de naam Van Lier die daar als secretaris voorkwam, maar dit vereist nadere verificatie). Het document illustreert de bureaucratische zorgvuldigheid waarmee de overheid probeerde de economische gevolgen van de oorlog het hoofd te bieden.

Kooplieden in dit dossier 23

Bevelanders [met rode stippen eronder] Waterlooplein " 247,80
M. Wagenhuizen Waterlooplein " 376,12
N. Eigenhuis Waterlooplein " 115,05 [vinkje]
N. Eigenhuis Waterlooplein "   70,87
Bl.Eigenheimer Waterlooplein 15,75
A. Bonten Waterlooplein " 278,60
Div. soorten Waterlooplein f 19.437,625
G. Franzen Waterlooplein
I. A-soorten exc. Eigenheim. en Bevelanders Waterlooplein 8½ <br> 8½
B. Soort Waterlooplein 7 <br> 7
II soorten Eigenh. en Bevelanders Waterlooplein 8 <br> 8
J. van Andel Waterlooplein
J. Gooyer Wzn (geboren 1881) Waterlooplein 113505
N.G. v.d. Bijl Waterlooplein
B. Pinkster Waterlooplein 1.781,39
B. Pinkster Waterlooplein " 278,60
B. Pinkster Waterlooplein " 3.362,35
A. Geboorte Waterlooplein " 3.362,35 ✓
A. Geboorte Waterlooplein " 3.362,35 [vinkje]
A. Geboorte Waterlooplein " 790.53 [vinkje]
Edward Voûte (Burgemeester) Waterlooplein " 235,07
Edward Voûte (Burgemeester) Waterlooplein " 236,84