Archief 745
Inventaris 745-306
Pagina 44
Dossier 100
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag/afschrift) met handgeschreven kanttekeningen en stempels.

14 september 1940.

Origineel

Getypte brief (doorslag/afschrift) met handgeschreven kanttekeningen en stempels. 14 september 1940. [Stempel linksboven:] № 11/79/I M. 1940 10/9
[Handgeschreven rechtsboven:] Marktw.
[Getypt midden boven:] Afschrift
No. 839 L.M. -1940-

RIJKSINSPECTEUR VAN HET VERKEER.
(Goederenvervoer)
AMSTERDAM.

No. 464
Onderwerp: Persgas.

Amsterdam-C 14 September 1940.
[Handgeschreven:] Beursgebouw tel 38804

[Handgeschreven linkermarge:] Gezien [Paraaf]
[Rode vink in marge]

Aan het College van B. en W.
van Amsterdam.

Het door Uw College tot den Rijkshoofdinspecteur van het Verkeer te Haarlem gericht schrijven gemerkt L.M. 839-1940 d.d. 6 September 1940, handelende over de expeditie van steenkolen, geeft mij aanleiding de aandacht van Uw College te verzoeken voor de zeer moeilijke positie t.a.v. de voorziening met vloeibare brandstof in het algemeen.

Voor de steenkoolvoorziening is een regeling in voorbereiding waarbij de transporteerende handelaren naar den aard van hun bedrijf in vier klassen worden verdeeld. Aan de autogebruikers zal dan voor elke klasse een zeker aantal L. benzine per 10 ton geleverde kolen worden toegewezen. Op deze wijze zal het quantum benzine worden bepaald dat elke transporteerende handelaar zal mogen gebruiken.

Hiermede zullen wij kunnen komen tot een rationeele distributie zoolang er nog benzine is, doch de voorraadpositie van dit artikel is zôô zwak dat het als vaststaand moet worden beschouwd dat wij niet met benzine den winter door zullen kunnen komen.

Er zal dus een tijd [tijd is boven de regel getypt] komen, en waarschijnlijk reeds vrij spoedig, waarin men zich geheel zonder benzine of dieselgasolie zal moeten redden. Daarbij komen dan natuurlijk niet alleen de steenkolenhandelaren, doch ook tal van andere bedrijven in een uiterst moeilijke positie. Het ontbreken van motortransport is voor een wereldstad als Amsterdam weinig minder dan een ramp. Men zal dus zoo spoedig mogelijk de ten dienste staande surrogaten tot ontwikkeling moeten brengen.

Daar voor goederen diensten in de stad, die met herhaaldelijk stoppen en weder aanzetten werken, de houtgas- en anthraciet- of turfgas-generatoren minder in aanmerking komen, is naar mijn meening, vooropgesteld dat de lichtgas- of moerasgasproductie (uit stadsafval) voldoende vergroot kan worden, de toepassing van samengeperst gas het meest aan te bevelen.

Ik zal op Maandag 16 Sept. een onderhoud hebben met de technici van den stadsreinigingsdienst, die zich reeds lang met dit vraagstuk hebben bezig gehouden.

Het ligt echter voor de hand dat de reinigingsdienst, die zich vermoedelijk slechts heeft ingericht om haar eigen bedrijf op gas gaande te houden, niet in staat zal zijn, bovendien nog belangrijke hoeveelheden persgas te leveren aan de expeditiebedrijven in de stad. Bovendien zou het niet mogelijk zijn, alle deelnemers op een centraal punt gas te laten tanken want daardoor zou men gedwongen zijn veel extra kilometers te rijden alleen om brandstof in te nemen. * Kernproblematiek: Een dreigend totaal tekort aan vloeibare brandstoffen (benzine en diesel) voor het noodzakelijke transport in Amsterdam, specifiek voor de kolenvoorziening aan de vooravond van de eerste oorlogswinter.
* Voorgestelde oplossing: De overstap van vloeibare brandstof naar "surrogaten". Voor stadsverkeer (veel stoppen/optrekken) acht de inspecteur gasgeneratoren op hout of turf ongeschikt. Hij stelt "persgas" (gecomprimeerd lichtgas of moerasgas uit afval) voor.
* Logistieke hindernissen:
1. Capaciteit: De Stadsreinigingsdienst produceert waarschijnlijk alleen genoeg voor eigen gebruik.
2. Infrastructuur: Het gebrek aan decentrale tankpunten zou leiden tot "nutteloze" kilometers, wat in tijden van schaarste onaanvaardbaar is.
* Toon: Urgent en waarschuwend ("weinig minder dan een ramp"). Er wordt direct geschakeld met technische diensten om oplossingen te forceren. Dit document stamt uit september 1940, slechts vier maanden na de Duitse inval in Nederland. De bezetter had direct beslag gelegd op de olievoorraden, waardoor de distributie van benzine voor civiel gebruik drastisch werd ingeperkt.

De brief illustreert de vroege fase van de schaartste-economie tijdens de bezetting. Kolen waren essentieel voor de verwarming van de stad, maar zonder vrachtwagens konden deze niet van de distributiepunten naar de burgers worden gebracht. De genoemde "surrogaten" (zoals houtgasgeneratoren, de bekende 'potten' achterop of opzij van auto's) zouden gedurende de rest van de oorlog het straatbeeld bepalen. De discussie over persgas uit stadsafval toont een vroege vorm van gedwongen circulariteit en innovatie uit noodzaak.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: Een dreigend totaal tekort aan vloeibare brandstoffen (benzine en diesel) voor het noodzakelijke transport in Amsterdam, specifiek voor de kolenvoorziening aan de vooravond van de eerste oorlogswinter.
  • Voorgestelde oplossing: De overstap van vloeibare brandstof naar "surrogaten". Voor stadsverkeer (veel stoppen/optrekken) acht de inspecteur gasgeneratoren op hout of turf ongeschikt. Hij stelt "persgas" (gecomprimeerd lichtgas of moerasgas uit afval) voor.
  • Logistieke hindernissen:
    1. Capaciteit: De Stadsreinigingsdienst produceert waarschijnlijk alleen genoeg voor eigen gebruik.
    2. Infrastructuur: Het gebrek aan decentrale tankpunten zou leiden tot "nutteloze" kilometers, wat in tijden van schaarste onaanvaardbaar is.
  • Toon: Urgent en waarschuwend ("weinig minder dan een ramp"). Er wordt direct geschakeld met technische diensten om oplossingen te forceren.

Historische Context

Dit document stamt uit september 1940, slechts vier maanden na de Duitse inval in Nederland. De bezetter had direct beslag gelegd op de olievoorraden, waardoor de distributie van benzine voor civiel gebruik drastisch werd ingeperkt.

De brief illustreert de vroege fase van de schaartste-economie tijdens de bezetting. Kolen waren essentieel voor de verwarming van de stad, maar zonder vrachtwagens konden deze niet van de distributiepunten naar de burgers worden gebracht. De genoemde "surrogaten" (zoals houtgasgeneratoren, de bekende 'potten' achterop of opzij van auto's) zouden gedurende de rest van de oorlog het straatbeeld bepalen. De discussie over persgas uit stadsafval toont een vroege vorm van gedwongen circulariteit en innovatie uit noodzaak.

Kooplieden in dit dossier 23

Bevelanders [met rode stippen eronder] Waterlooplein " 247,80
M. Wagenhuizen Waterlooplein " 376,12
N. Eigenhuis Waterlooplein " 115,05 [vinkje]
N. Eigenhuis Waterlooplein "   70,87
Bl.Eigenheimer Waterlooplein 15,75
A. Bonten Waterlooplein " 278,60
Div. soorten Waterlooplein f 19.437,625
G. Franzen Waterlooplein
I. A-soorten exc. Eigenheim. en Bevelanders Waterlooplein 8½ <br> 8½
B. Soort Waterlooplein 7 <br> 7
II soorten Eigenh. en Bevelanders Waterlooplein 8 <br> 8
J. van Andel Waterlooplein
J. Gooyer Wzn (geboren 1881) Waterlooplein 113505
N.G. v.d. Bijl Waterlooplein
B. Pinkster Waterlooplein 1.781,39
B. Pinkster Waterlooplein " 278,60
B. Pinkster Waterlooplein " 3.362,35
A. Geboorte Waterlooplein " 3.362,35 ✓
A. Geboorte Waterlooplein " 3.362,35 [vinkje]
A. Geboorte Waterlooplein " 790.53 [vinkje]
Edward Voûte (Burgemeester) Waterlooplein " 235,07
Edward Voûte (Burgemeester) Waterlooplein " 236,84