Getypte brief/rapportage (doorslag of afschrift).
Origineel
Getypte brief/rapportage (doorslag of afschrift). M.J. Breuning, namens de Rijksverkeersinspectie (Goederenverkeer), Amsterdam. "Uw College" (waarschijnlijk het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam). -2-
Wil men dus op eenigszins ruimere schaal de Amsterdamsche motorvervoerbedrijven op gas overschakelen, dan wordt dit een project van grooten omvang, ten aanzien van de compressorstations, t.a.v. de tank-installaties t.a.v. de voorziening der auto's met gasflesschen of gasbollen.
Dit veelomvattende vraagstuk zou men zoo spoedig mogelijk technisch en bedrijfseconomisch in studie moeten nemen, daar het in een paar maanden volledig opgelost moet zijn. Ongetwijfeld bestaat daarvoor ook groote belangstelling bij de Departementen van Handel, Nijverheid en Scheepvaart en van Waterstaat, waar verschillende organen zich met de technische en financieele aspecten daarvan bezig houden.
Mocht Uw College eenige mondelinge toelichting van de situatie door mij wenschen, dan ben ik gaarne bereid die op door U te bepalen plaats en tijd te geven.
Rijksverkeersinspectie
(Goederenverkeer)
Amsterdam
(get.) M.J. Breuning Dit document betreft de technische en logistieke uitdagingen rondom de transitie van brandstof voor het Amsterdamse vrachtvervoer. De kernpunten zijn:
- Infrastructuur: De overstap naar gas vereist een aanzienlijke investering in compressorstations en tankinstallaties.
- Opslag: Er wordt gesproken over de uitrusting van voertuigen met "gasflesschen of gasbollen", wat wijst op het gebruik van samengeperst gas (zoals lichtgas of methaan).
- Urgentie: De schrijver benadrukt dat het vraagstuk binnen enkele maanden opgelost moet zijn, wat duidt op een acute noodsituatie.
- Bestuurlijke coördinatie: Er is sprake van betrokkenheid van meerdere ministeries (Departementen), wat de nationale prioriteit van dit lokale Amsterdamse probleem onderstreept. De tekst moet geplaatst worden in de context van de vroege jaren van de Duitse bezetting van Nederland (Tweede Wereldoorlog). Door de vordering van vloeibare brandstoffen (benzine en diesel) door de bezetter ontstond er direct een nijpend tekort voor het civiele goederenvervoer.
Om de voedselvoorziening en het noodzakelijke transport in steden als Amsterdam gaande te houden, werd massaal geëxperimenteerd met alternatieve brandstoffen. Dit omvatte niet alleen houtgasgeneratoren, maar ook het rijden op lichtgas (stadsgas) uit de gemeentelijke gasfabrieken. De hier genoemde M.J. Breuning was een belangrijke functionaris binnen de Rijksverkeersinspectie die belast was met het reguleren van dit proces onder de moeilijke omstandigheden van de bezettingstijd. De urgentie die in de brief doorklinkt, is typerend voor de brandstofcrisis van 1940-1941. M.J. Breuning