Getypt besluit/reglement (doorslag of kopie).
Origineel
Getypt besluit/reglement (doorslag of kopie). -6-
B. TEMPERATUUR.
1o. De temperatuur in de vertrekken der dienstgebouwen mag niet door stoken en ook niet door bijverwarming boven de 60° F stijgen.
2o. Het onder 1o bepaalde is niet van toepassing op de Gemeenteziekenhuizen en op de onderzoeklokalen van den Gemeentelijken Geneeskundigen en Gezondheidsdienst.
3o. Nadere voorschriften voor het zoo zuinig en efficient mogelijk stoken zullen in overleg met de Commissie voor de gebouwen, welke centraal verwarmd worden, gegeven worden door de afdeeling Werktuigen van den Dienst der Publieke Werken en voor de kachelverwarming door de afdeeling Schoonmaak van den Dienst der Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen.
4o. De onder 3o genoemde afdeelingen oefenen contrôle uit op de uitgevaardigde voorschriften en brengen bij overtreding daarvan verslag uit aan de Commissie.
C. GASVERWARMING enz.
Het onder B bepaalde is eveneens van toepassing op de vertrekken in de dienstgebouwen en in de scholen, welke door middel van gas of electriciteit verwarmd worden.
D. VERGADERKAMERS, enz.
Van vergaderkamers en andere niet dagelijks in gebruik zijnde lokaliteiten in dienstgebouwen behoort een spaarzaam gebruik te worden gemaakt; vergaderingen dienen zooveel mogelijk te worden gehouden in directiekamers e.d.
Gangen en portalen in dienstgebouwen mogen niet verwarmd worden.
E. KERSTDAGEN.
De kantoren worden, waar mogelijk, op den Vrijdag en Zaterdag volgende op de Kerstdagen, gesloten.
F. MAATREGELEN VOOR DIVERSE INRICHTINGEN VAN ONDERWIJS:
1o. de voor de openbare inrichtingen van onderwijs voorgestelde maatregelen te nemen;
2o. voor de openbare middelbare scholen, de inrichtingen van voorbereidend hooger onderwijs, de lycea, kweek- en vormscholen en nijverheidsscholen zooveel mogelijk dezelfde maatregelen als voor de onder 1o bedoelde scholen te treffen;
3o. met den Senaat der Universiteit overleg te plegen over de ter zake te nemen maatregelen;
4o. onder de aandacht van de besturen der bijzondere gesubsidieerde inrichtingen voor lager en nijverheidsonderwijs te brengen de maatregelen, welke voor de openbare inrichtingen zijn genomen en die besturen in overweging te geven op overeenkomstige wijze te handelen.
G. BIJZONDERE MAATREGELEN VOOR DE MUSEA, HET ARCHIEF EN DEN STADSSCHOUWBURG.
1o. Met het verwarmen van het Stedelijk Museum - uitgezonderd de kantoorruimte - wordt aangevangen op 15 November e.k. en geëindigd op 15 Maart d.o.v.
2o. De musea Fodor, Willet Holthuysen en het Amsterdamsch Historisch Museum in het Waaggebouw worden niet verwarmd.
3o. In het archiefgebouw aan den Amsteldijk wordt in 5 van de 6 dépots de verwarming afgezet.
4o. a. In den Stadsschouwburg blijven de foyers onverwarmd.
b. De schouwburg wordt alleen verwarmd gedurende den tijd, dat het voor de uitoefening van den dienst strikt noodig is.
H. LUCHTBESCHERMING IN DIENSTGEBOUWEN.
De luchtbescherming in dienstgebouwen wordt zoodanig gereorganiseerd, dat het niet noodig is de centrale verwarming aan te houden voor het personeel dat aan de luchtbescherming deelneemt.
I. BEZUINIGING OP BRANDSTOFFEN BIJ DE BRANDWEER.
De Commandant der Brandweer ware uit te noodigen in overleg met het Hoofd van den Gemeentelijken Luchtbeschermingsdienst na te gaan of het mogelijk en wenschelijk is enkele hulpbrandweerposten samen te voegen, waardoor op het brandstoffenverbruik zou kunnen worden bezuinigd.
De Commissie voornoemd,
(get.) Ir. E. de Kruijff,
Voorzitter.
(get.) J. de Winter,
Secretaris. Dit document bevat een gedetailleerde lijst met noodmaatregelen om het brandstofverbruik (kolen, gas en elektriciteit) in de gemeente Amsterdam drastisch te beperken. De kernpunten zijn:
- Temperatuurbegrenzing: De maximumtemperatuur in openbare gebouwen wordt vastgesteld op 60 graden Fahrenheit (ongeveer 15,5 graden Celsius), met uitzondering van ziekenhuizen.
- Gebruiksbeperking: Ongebruikte ruimtes zoals gangen en portalen mogen niet worden verwarmd. Vergaderingen moeten in reeds verwarmde kamers plaatsvinden.
- Culturele impact: Musea zoals het Fodor en Willet Holthuysen worden volledig van de verwarming afgesloten. Voor het Stedelijk Museum wordt het stookseizoen beperkt tot een korte winterperiode. In het stadsarchief wordt de verwarming in bijna alle depots uitgezet, wat risico's voor de collectie impliceert.
- Onderwijs: Ook het onderwijs, inclusief de Universiteit, wordt gemaand tot verregaande soberheid.
- Operationele aanpassingen: Zelfs essentiële diensten zoals de luchtbescherming en de brandweer moeten hun organisatie aanpassen (bijv. posten samenvoegen) om brandstof te besparen. Hoewel het document niet expliciet een jaartal vermeldt, wijzen alle indicatoren op de periode van de Duitse bezetting (1940-1945), waarschijnlijk de winter van 1940 of 1941. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland een nijpend tekort aan brandstoffen zoals kolen, omdat deze door de bezetter werden geconfisqueerd voor de eigen oorlogsindustrie.
De termen "Luchtbescherming" (de organisatie die burgers en gebouwen moest beschermen bij luchtaanvallen) en de extreem lage temperatuurnorm van 60°F zijn typerend voor deze crisisjaren. De ondertekenaar Ir. E. de Kruijff was destijds een hoge ambtenaar (directeur van de Dienst der Publieke Werken) in Amsterdam. De maatregelen tonen de harde realiteit van het dagelijks leven tijdens de oorlog, waarbij zelfs archieven en musea werden blootgesteld aan kou en vocht om energie te besparen.