Archief 745
Inventaris 745-306
Pagina 78
Dossier 92
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief of dagboekfragment.

Origineel

Handgeschreven brief of dagboekfragment. als je zoo een zakje spercieboone appele
bloemkool of al dan krygen
kan op een duistere manier en
word er gezegd ja maar hij
verdiend ook niet veel
nu Mijnheer het word toch
wel eens tijd aan die
fatsoenlijke menschen te
laten gevoelen dat zoo te
leven ook niet fair is
want de wereld is nu
ingericht op hoer en dief
en daar hij nu op gebouwd
word is het toch hoor
tijd dat aan die huigel
boel een eind aan komt
want een ander die de
dure groente eet en betaald
nemen ze het noch kwa-
lijk dat er geld aan be-
steed word dat kunnen
makkelyk bevitte want
ze komen er zelf makkelijk
aan en nu is het maar De tekst is een vlijmscherpe en emotionele aanklacht tegen de morele staat van de samenleving. De schrijver uit diepe frustratie over de scheve verhoudingen in de maatschappij. Centraal staat de "duistere manier" waarop sommigen aan schaarse goederen (zoals bonen, appels en bloemkool) komen.

De kern van het betoog is de hypocrisie: mensen die weinig verdienen worden door de publieke opinie verontschuldigd wanneer ze zich inlaten met schimmige zaakjes ("ja maar hij verdiend ook niet veel"). Tegelijkertijd bekritiseren ("bevitte") diezelfde mensen degenen die wel eerlijk de hoge prijs voor hun groenten betalen. De schrijver ervaart dit als een "huigel boel" (huichelarij). De taal is ongezouten; de bewering dat de wereld is ingericht op "hoer en dief" getuigt van grote verbittering en een gevoel van wetteloosheid.

Taalkundig valt de archaïsche spelling op (zoals menschen, zoo, makkelyk), evenals het ontbreken van de stam+t bij werkwoorden (word, verdiend), wat vaker voorkomt in egodocumenten van minder geoefende schrijvers uit die tijd. De verwijzingen naar de "duistere manier" om aan basisvoedsel te komen en de hoge prijzen van groente duiden zeer waarschijnlijk op de Nederlandse bezettingsjaren tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode van schaarste en distributie tierde de zwarte handel welig. Dit zorgde voor enorme sociale spanningen tussen degenen die profiteerden van illegale netwerken en degenen die probeerden binnen de regels te overleven of simpelweg de middelen niet hadden voor de zwarte markt. Het document lijkt een conceptbrief aan een autoriteit of een uiting van persoonlijke machteloosheid in een tijd waarin de morele kompas van de maatschappij onder druk stond.

Samenvatting

De tekst is een vlijmscherpe en emotionele aanklacht tegen de morele staat van de samenleving. De schrijver uit diepe frustratie over de scheve verhoudingen in de maatschappij. Centraal staat de "duistere manier" waarop sommigen aan schaarse goederen (zoals bonen, appels en bloemkool) komen.

De kern van het betoog is de hypocrisie: mensen die weinig verdienen worden door de publieke opinie verontschuldigd wanneer ze zich inlaten met schimmige zaakjes ("ja maar hij verdiend ook niet veel"). Tegelijkertijd bekritiseren ("bevitte") diezelfde mensen degenen die wel eerlijk de hoge prijs voor hun groenten betalen. De schrijver ervaart dit als een "huigel boel" (huichelarij). De taal is ongezouten; de bewering dat de wereld is ingericht op "hoer en dief" getuigt van grote verbittering en een gevoel van wetteloosheid.

Taalkundig valt de archaïsche spelling op (zoals menschen, zoo, makkelyk), evenals het ontbreken van de stam+t bij werkwoorden (word, verdiend), wat vaker voorkomt in egodocumenten van minder geoefende schrijvers uit die tijd.

Historische Context

De verwijzingen naar de "duistere manier" om aan basisvoedsel te komen en de hoge prijzen van groente duiden zeer waarschijnlijk op de Nederlandse bezettingsjaren tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode van schaarste en distributie tierde de zwarte handel welig. Dit zorgde voor enorme sociale spanningen tussen degenen die profiteerden van illegale netwerken en degenen die probeerden binnen de regels te overleven of simpelweg de middelen niet hadden voor de zwarte markt. Het document lijkt een conceptbrief aan een autoriteit of een uiting van persoonlijke machteloosheid in een tijd waarin de morele kompas van de maatschappij onder druk stond.

Kooplieden in dit dossier 23

Bevelanders [met rode stippen eronder] Waterlooplein " 247,80
M. Wagenhuizen Waterlooplein " 376,12
N. Eigenhuis Waterlooplein " 115,05 [vinkje]
N. Eigenhuis Waterlooplein "   70,87
Bl.Eigenheimer Waterlooplein 15,75
A. Bonten Waterlooplein " 278,60
Div. soorten Waterlooplein f 19.437,625
G. Franzen Waterlooplein
I. A-soorten exc. Eigenheim. en Bevelanders Waterlooplein 8½ <br> 8½
B. Soort Waterlooplein 7 <br> 7
II soorten Eigenh. en Bevelanders Waterlooplein 8 <br> 8
J. van Andel Waterlooplein
J. Gooyer Wzn (geboren 1881) Waterlooplein 113505
N.G. v.d. Bijl Waterlooplein
B. Pinkster Waterlooplein 1.781,39
B. Pinkster Waterlooplein " 278,60
B. Pinkster Waterlooplein " 3.362,35
A. Geboorte Waterlooplein " 3.362,35 ✓
A. Geboorte Waterlooplein " 3.362,35 [vinkje]
A. Geboorte Waterlooplein " 790.53 [vinkje]
Edward Voûte (Burgemeester) Waterlooplein " 235,07
Edward Voûte (Burgemeester) Waterlooplein " 236,84