Handgeschreven conceptbrief met diverse doorstrepingen en correcties.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief met diverse doorstrepingen en correcties. 28 oktober 1940. Onbekend (geparafeerd met 'WS'). 1/92/1 y.th.C.A.
28/10/40 HR [stempel/paraaf]
Alkm. 28 Oct: 1940.
Den Heer ~~Dr Ceunink~~
~~Directeur~~
Dr Beuneker-Garthens
~~In aansluiting op een telefonisch onderhoud~~
~~dat ik heb gehad met eenen afgevaardigde van~~
Van de zijde van de Nederlandsche
Groenten- en Fruitcentrale is mij erop
gewezen, dat het niet geoorloofd is,
groente, welke op de CM is "doorgedraaid"*
~~en daarom eigendom van de~~ bovengenoemde Centrale
werd, te Uwer beschikking te
stellen als voer voor proefdieren.
Indien U de bedoelde groente wenscht
te blijven betrekken, gelieve U
daartoe schriftelijke toestemming
te vragen aan de Directie der
bovenbedoelde Centrale,
Laan Copes van Cattenburgh 62 Den Haag.
Nº
28/10 1940 [Paraaf WS / DJ]
* (d.w.z. de minimum-prijs niet gebracht)
*, onder opgave van de gewenschte hoeveelheid. De brief dient als een officiële waarschuwing of instructie aan Dr. Beuneker-Garthens over het reglementair gebruik van groenteoverschotten. De kern van de zaak is het gebruik van "doorgedraaide" groente — producten die op de veiling (hier aangeduid met CM, waarschijnlijk Centrale Markt) de minimumprijs niet hebben behaald.
Volgens de geldende voorschriften werden deze overschotten eigendom van de "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale". De schrijver zet uiteen dat deze groenten niet langer informeel ter beschikking gesteld mogen worden als voer voor proefdieren. De ontvanger wordt geadviseerd om een formeel schriftelijk verzoek in te dienen bij de directie van de Centrale in Den Haag, met vermelding van de gewenste hoeveelheden, indien hij deze groente wil blijven ontvangen voor zijn onderzoek. Dit document is geschreven in oktober 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode werd de Nederlandse economie en voedselvoorziening razendsnel omgeschakeld naar een systeem van strikte centrale sturing en distributie.
Organisaties zoals de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (onderdeel van de landbouwcrisis-organisatie) hadden de taak om de handel in voedingsmiddelen te controleren. Niets mocht buiten het officiële systeem om worden verhandeld of verbruikt, zelfs niet het afval of de overschotten van de veilingen. Het feit dat er toestemming nodig was voor "voer voor proefdieren" illustreert de verregaande bureaucratisering en de schaarste (of dreigende schaarste) die de bezetter en de Nederlandse overheid probeerden te beheersen. Het adres in de brief, Laan Copes van Cattenburch 62 in Den Haag, was in die jaren een bekend zenuwcentrum voor diverse agrarische controle-instanties.