Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. Vrijdag 22 november 1940. Teekenen verklaring bij toekenning schadevergoeding wegens prijsstijging door oorlogstoestand.
No.71/130 B P.W.1940.
1087 Rm. 1940 [handgeschreven]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 22 November 1940.
De Wethouder voor de Publieke Werken brengt ter tafel:
a den brief van de Commissie van advies, in zake prijsverhooging door oorlogstoestand, dd. 21 September 1940, No. 57 C.P.O., waarbij in overweging wordt gegeven bij het toekennen van een schadevergoeding, door den aannemer een verklaring te laten teekenen, houdende, dat hij ter zake van de Gemeente niets meer te vorderen heeft en afziet van het inroepen van arbitrage. Het afleggen van een zoodanige verklaring zal naar de meening der Commissie er toe medewerken, dat na oplevering van een werk een aannemer niet een tweede verzoek tot schadevergoeding indient;
b het rapport van den Directeur der Publieke Werken dd. 12 November 1940, No. 8739/ Doss. 33390 Adm., waarbij deze mededeelt zich met het vorenstaande te kunnen vereenigen.
Op voorstel van den Wethouder voornoemd wordt door de vergadering besloten, te bepalen, dat bij het toekennen van een schadevergoeding, wegens prijsstijging van materialen, enz., door den aannemer een gezegelde verklaring moet worden geteekend, houdende, dat hij ter zake van de Gemeente niets meer te vorderen heeft en afziet van het inroepen van arbitrage.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Publieke Werken (5 stuks), Gemeentebedrijven (17 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Pensioenbureau en den Gemeenteontvanger.
EL
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER. Dit document is een officieel besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur (B&W) over een administratieve procedure bij bouwprojecten. De kern van het besluit is dat aannemers die een compensatie (schadevergoeding) ontvangen voor gestegen materiaalkosten door de "oorlogstoestand", verplicht worden een finale kwijting te ondertekenen.
Door deze verklaring te tekenen, verklaart de aannemer dat hij geen verdere vorderingen meer heeft op de gemeente en dat hij afziet van arbitrage. Dit was een juridische voorzorgsmaatregel om te voorkomen dat aannemers na de oplevering van een project met aanvullende claims zouden komen. Het besluit volgt op advies van een speciale commissie en de Directeur der Publieke Werken. Het document dateert van november 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetter de ultieme macht had, bleef het Nederlandse lokale bestuur grotendeels functioneren volgens bestaande structuren.
De "oorlogstoestand" waarnaar verwezen wordt, had direct invloed op de economie: grondstoffen werden schaarser en prijzen stegen explosief. Dit zorgde voor problemen bij lopende contracten voor publieke werken. De gemeente Amsterdam probeerde met dit besluit de financiële risico's te beheersen en juridische helderheid te scheppen in een onzekere economische tijd. De genoemde secretaris Van Lier was mr. dr. G.W. van Lier, die gedurende de eerste oorlogsjaren een belangrijke rol speelde in de Amsterdamse administratie. G.W. van Lier Gemeente Amsterdam Publieke Werken