Getypte overeenkomst (doorslag of origineel op briefpapier).
Origineel
Getypte overeenkomst (doorslag of origineel op briefpapier). Amsterdam, 1925 (exacte dag en maand niet ingevuld). blad 2.
partij ter andere zijde aangewezen.
Partij ter andere zijde zal maatregelen treffen, dat de leden der bij
haar aangesloten organisaties deze contrôle niet belemmeren.
Artikel 10.
Indien gebleken is, dat een der leden van de bij partij ter andere zijde
aangesloten organisaties den door de Prijzencommissie gestelden prijs overschrijdt
of handelingen verricht die strijdig zijn met het doel van deze overeenkomst, kan
de Prijzencommissie dit, na den betrokkene te hebben gewaarschuwd, in de dagbla-
den bekend maken. Tevens kan de Prijzencommissie aan de bij partij ter andere zijde
aangesloten grossiers opdragen voor een bepaalden termijn de levering van aard-
appelen te staken.
Artikel 11.
Ingeval uit deze overeenkomst eenig geschil tusschen partijen voort-
vloeit, zal dit worden onderworpen aan de uitspraak van een commissie van arbi-
trage. Elk der partijen wijst daartoe een arbiter aan, terwijl de beide aangeweze-
nen tezamen een derden benoemen.
Artikel 12.
Tijdens den duur dezer overeenkomst zal partij ter eene zijde geen uit-
voering geven aan het besluit van den Gemeenteraad d.d. 24 September 1919 No.
992.
Artikel 13.
Deze overeenkomst eindigt een maand nadat een der beide partijen den
wensch hiertoe aan de andere partij schriftelijk te kennen heeft gegeven.
Amsterdam, 1925
Partij ter andere zijde, Partij ter eene zijde,
Burgemeester en Wethouders van
Amsterdam,
de Secretaris, Dit document vormt het slotstuk van een formele overeenkomst tussen het Amsterdamse gemeentebestuur en een koepelorganisatie van aardappelhandelaren. De kern van de tekst ligt in de handhaving en sancties (Artikel 10):
- Publieke 'shaming': Het bekendmaken van prijs-overtreders in de dagbladen.
- Economische sanctie: Het dwingend opleggen van een leveringsstop aan grossiers.
Opvallend is de juridische structuur. Er wordt gekozen voor arbitrage (Artikel 11) in plaats van de reguliere gang naar de rechter bij geschillen. Artikel 12 is cruciaal voor de context: het schort een specifiek raadsbesluit uit 1919 op, wat impliceert dat deze private overeenkomst in de plaats komt van dwingende gemeentelijke regelgeving. Het document dateert uit 1925, een periode waarin de naweeën van de Eerste Wereldoorlog nog voelbaar waren in de voedselvoorziening. Tijdens en vlak na de oorlog (zoals gerefereerd in het raadsbesluit van 1919) greep de overheid hard in op de markt om hongersnood en woekerprijzen te voorkomen.
In de jaren '20 verschoof dit beleid van directe staatscontrole naar 'geordend overleg'. De gemeente Amsterdam probeerde hier de prijs van een essentieel volksvoedsel — aardappelen — stabiel te houden door afspraken te maken met de sector zelf. De Prijzencommissie fungeerde als toezichthouder. Het document illustreert de overgang van crisiswetgeving naar corporatistische marktordening, waarbij de dreiging van het herinvoeren van de strenge 1919-regels als stok achter de deur diende voor de handelaren.