Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 19 december [jaar onbekend, waarschijnlijk ca. 1917-1919]. [Links boven:] 69/9/2
[Midden boven:] 1
[Rechts boven:] 19 December 9.
Amsterdam. den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
een bedrag voor de safe-inrichting, dat bij aanvaarding van
het voorstel der bovengenoemde Vereeniging f 1080,- per jaar
zal bedragen. In aanmerking nemende, dat de Vereeniging feite-
lijk aan de safe-inrichting geen behoefte heeft, komt mij het
onderhavige bod alleszins aannemelijk voor.
Dit klemt te meer in verband met de reden, waarom
de Vereeniging het kantoor wil huren. Zooals U bekend is,
heeft de Regeering groote hoeveelheden aardappelen gekocht,
waarvan te Amsterdam voorloopig 70.000 hl. (deze hoeveelheid
zal later waarschijnlijk nog aanmerkelijk worden vergroot)
zullen worden verkocht. Bij dezen verkoop is de bovengenoemde
Vereeniging ingeschakeld; deze zal de aardappelen, die opge-
slagen liggen in het Oude en Nieuwe Entrepôtdok en deels ook
in vaartuigen, tegen contante betaling verkoopen aan de klein-
handelaren. De aardappelgrossiers zullen, zoolang de Regeerings-
maatregelen onveranderd blijven, zelfstandig geen zaken meer
doen, doch alle aardappelen via de organisatie verkoopen.
Feitelijk hebben zij dan ook aan hun pakhuizen en verkoop-
plaatsen op de Centrale Markt geen behoefte meer, zoodat zij
zich aanvankelijk tot mij wendden met de mededeeling, dat zij
voorloopig de Centrale Markt nauwelijks meer noodig hadden,
zoodat zij de pakhuizen slechts per maand wilden huren, om de
ontwikkeling van den toestand af te wachten. De kleinhande-
laren zullen namelijk niet kunnen uitzoeken, welke van een
bepaalde soort aardappelen zij wenschen, doch zij kunnen al-
leen koopen wat de grossiers-organisatie beschikbaar stelt.
Den koopers wordt door deze organisatie een bon verstrekt,
waartegen de aardappelen van de opslagplaatsen kunnen worden
afgehaald.
Ik acht het daarom van groot belang, dat de be-
doelde verkoop, waarvoor de Centrale Markt feitelijk niet
noodig is, op de markt blijft geschieden; vandaar, dat ik ten
zeerste aanbeveel om de bovenbedoelde verhuring van het bank-
kantoor, tot het door de meergenoemde Vereeniging verlangde
doel te doen geschieden. Op dit kantoor zullen dan de bons aan
de kleinhandelaren worden verkocht. Bovendien blijven de gros-
siers in dat geval hun marktplaatsen en pakhuizen voor een
jaar bezetten. Voorzoover de aardappelen in vaartuigen worden
--- In dit document adviseert de schrijver de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen om akkoord te gaan met de verhuur van een kantoorruimte (een voormalig bankgebouw inclusief kluisinrichting) aan een specifieke vereniging van aardappelgrossiers.
De kern van de argumentatie is de centrale regie over de voedselvoorziening:
1. Regeringsingrijpen: De overheid heeft op grote schaal aardappelen opgekocht (70.000 hl voor Amsterdam alleen) om de schaarste te beheersen.
2. Distributiesysteem: Vrije handel door grossiers is aan banden gelegd. Zij werken nu samen in een organisatie die de verkoop aan kleinhandelaren reguleert via een bonnensysteem.
3. Logistiek: De fysieke voorraad ligt in het Entrepôtdok en schepen, waardoor de Centrale Markt technisch gezien overbodig is voor de handel.
4. Strategisch belang: De schrijver wil de handel toch aan de Centrale Markt binden door daar het administratieve centrum (voor de bonverkoop) te vestigen. Dit voorkomt dat de marktplaatsen en pakhuizen leeg komen te staan.
--- Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) of de directe nasleep daarvan. Hoewel Nederland neutraal was, heerste er grote schaarste door de blokkades op zee. Dit leidde tot de invoering van de Distributiewet (1916).
De aardappelvoorziening was een politiek explosief onderwerp, denk aan het bekende 'Aardappeloproer' in Amsterdam in 1917. De overheid nam de regie over de inkoop en distributie om woekerprijzen tegen te gaan en een eerlijke verdeling te waarborgen. De genoemde locaties, zoals de Centrale Markt (toen nog aan de Marnixstraat/Frederik Hendrikplantsoen of de overgang naar de Jan van Galenstraat) en het Entrepôtdok, waren vitale knooppunten in de Amsterdamse voedselinfrastructuur. De brief illustreert de verschuiving van een vrije markteconomie naar een strak gereguleerde distributie-economie in crisistijd.