Getypte brief of ambtelijk rapport (pagina 2).
Origineel
Getypte brief of ambtelijk rapport (pagina 2). Onbekend, maar op basis van de inhoud (oorlogsgevaar, evacuaties naar Noord-Holland) vermoedelijk eind 1939 of begin 1940 (Mobilisatieperiode). -2-
te komen en ik besprak de bovenbehandelde vraag met hen, n.l. met de heeren van Es, Du Maine en Helms. Deze heeren bleken terstond van dezelfde opvatting te zijn, die ook door mijn Directeur en mij op het eerste vernemen van de onderhavige vraag werd gehuldigd. Deze opvatting is, dat in andere jaren nimmer Regeeringsvoorraden hier ter stede worden gevormd, zoodat – wanneer men zich met de defensievraag niet moet bezig houden,– niet valt in te zien, waarom de Regeering thans wèl voorraden te Amsterdam moet hebben. Men zou dus geneigd kunnen zijn om aan de Centrale mede te deelen, dat de Gemeente niet over voldoende argumenten beschikt, om tot voortzetting der voorraadsvorming te kunnen adviseeren.
Nochtans bleek bij voortzetting der besprekingen met de grossiers, dat eenige argumenten nadere overweging verdienen. Deze argumenten zijn
1o. de Regeering heeft groote hoeveelheden aardappelen in het land opgekocht tegen 1 April a.s. Met deze aardappelen kan zij o.a. prijsregelenden invloed uitoefenen op den vrijen handel, waardoor deze geremd wordt in het vormen van voorraden. De grossiers verklaarden dan ook, dat zij, als de Regeeringsvoorraden niet worden aangehouden, als regel in de komende maanden niet meer zullen koopen, dan voor de wekelijksche behoefte der stad noodig is. Zou in de maanden Februari of Maart opnieuw een vorstperiode intreden, dan zouden bij de grossiers dus geen voorraden van beteekenis aanwezig zijn, terwijl zij, ~~dan~~ in andere jaren, in de maanden Februari en Maart als regel over voldoende voorraden voor ongeveer 2 weken beschikken.
2o. Weliswaar houdt het onder 1o. vermelde argument niet in, dat aardappelgebrek te Amsterdam moet optreden, aangezien in de polders rondom Amsterdam nog groote hoeveelheden aardappelen zijn. Echter is de voorraad polderaardappelen de laatste weken toch reeds verminderd, ten gevolge van de stagnatie in den aanvoer uit Zeeland. Bovendien worden door een groot deel van Noordholland en niet alleen door Amsterdam uit de polders aardappelen betrokken. Zou oorlogsgevaar dreigen, dan is te verwachten, dat een groot aantal menschen uit andere provincies – ik hoorde verluiden van ten minste 45.000 – naar Noordholland zal worden geëvacueerd. Ook deze menschen zullen voornamelijk uit den voorraad polderaardappelen moeten worden voorzien. Dit document betreft een intern verslag over de logistiek van de voedselvoorziening in Amsterdam. De kern van de discussie is of de overheid (de "Regeering") noodvoorraden aardappelen moet aanleggen binnen de stadsgrenzen.
De belangrijkste punten uit de analyse zijn:
* Spanning tussen overheid en markt: De tussenkomst van de overheid op de markt (het opkopen van voorraden om prijzen te reguleren) zorgt ervoor dat private grossiers zelf geen voorraden meer durven aan te leggen. Dit creëert een risico bij onvoorziene omstandigheden zoals strenge vorst.
* Logistieke kwetsbaarheid: Er wordt melding gemaakt van stagnatie in de aanvoer vanuit Zeeland, wat de afhankelijkheid van de polders rondom Amsterdam vergroot.
* Demografische druk: De schrijver waarschuwt voor de impact van een mogelijke evacuatie van 45.000 mensen naar Noord-Holland. De bestaande poldervoorraden moeten dan niet alleen de Amsterdamse bevolking, maar ook deze vluchtelingen voeden. De tekst moet geplaatst worden in de context van de Nederlandse mobilisatie (1939-1940) vlak voor de Duitse inval. In deze periode bereidde de Nederlandse overheid zich voor op een staat van beleg. Het "Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd" (RBVO) speelde hierbij een centrale rol.
Het document illustreert de bureaucratische afwegingen die gemaakt werden tussen economische logica (vrije handel) en militaire noodzaak (defensievraag). De genoemde "Centrale" verwijst waarschijnlijk naar een overkoepelend orgaan voor de voedselverdeling. De zorg over de aanvoer uit Zeeland en de opvang van evacuees in de "Vesting Holland" (waar Noord-Holland deel van uitmaakte) waren destijds reële strategische zorgen.