Archiefdocument
Origineel
1
2A/1/1
Amsterdam.
15 Januari x40
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
appelen, groente en fruit voor elke soort vastgestelden
minimum-kleinhandelsprijs te zullen verkoopen; (vide de
hierbij overgelegde beide circulaires van de belanghebbende
organisaties). De venters en marktkooplieden kunnen, evenals
de winkeliers, individueel tot de ontworpen regeling toe-
treden; hun organisaties zijn hierin vooraf niet gekend; zij
beteekenen voor den aardappelhandel zeer weinig.
Voor zoo ver thans bekend is, hebben alle op de
Centrale Markt gevestigde grossiers zich bij de onderhavige
regeling aangesloten; behalve één, die echter vermoedelijk
binnenkort zal volgen. De kleinhandelaren, die zich niet op
de verlangde wijze zouden willen verbinden, zouden dus hun
aardappelen op andere wijze moeten betrekken, hetgeen prac-
tisch waarschijnlijk niet mogelijk zal zijn, omdat de aard-
appelen der Regeering (Zeeuwsche Bonten en Blauwen, alsmede
bintjes) voor een lageren prijs verhandeld worden, dan moge-
lijk is in den vrijen handel, die zelf de transport-,
opslag- en bewerkingskosten moet betalen, welke de Regeering
voor haar rekening heeft genomen. Ook de op de Centrale
Markt gevestigde veiling, die een omzet van ± f 60.000,-
per jaar aan aardappelen – vooral zomeraardappelen – heeft,
zal thans geen aardappelen kunnen verkoopen, omdat haar
zenders (de aardappeltelers) van de Regeering een hoogeren
prijs ontvangen, dan het bedrag, dat zij, na aftrek van hun
onkosten, op de veiling voor hun product kunnen maken. De
veiling, die in dezen tijd van het jaar trouwens nagenoeg
geen aardappelen pleegt te verkoopen, zal – naar het zich
laat aanzien – zich erin moeten schikken, dat zij ook in de
toekomst, althans zoolang de Regeering het onderhavige stel-
sel handhaaft, geen aardappelen zal kunnen verhandelen.
Een en ander is dezerzijds met de Nederlandsche
Akkerbouw Centrale besproken, die zich met de door groot-
en kleinhandelaren ontworpen regeling vereenigt. Gevaar
voor misstanden, in den vorm van prijs-opdrijving enz. kan,
volgens de Centrale niet bestaan, aangezien zij de prijzen
vaststelt, waarvoor de groothandel verkoopen moet. De
minimum-kleinhandelsprijzen, die thans door de Federatie Deze pagina beschrijft de implementatie van een nieuwe prijsregeling voor de handel in aardappelen, groenten en fruit in Amsterdam. Enkele kernpunten uit de tekst:
- Centralisatie: Bijna alle grossiers op de Centrale Markt hebben zich aangesloten bij de nieuwe regeling. Er is sprake van een gedwongen conformiteit: handelaren die niet meedoen kunnen vrijwel nergens anders hun waar betrekken.
- Concurrentiepositie van de Overheid: De Regering verkoopt aardappelen (zoals Zeeuwse Bonten en Bintjes) tegen prijzen die lager liggen dan die van de vrije handel, omdat de staat de transport- en opslagkosten subsidieert ("voor haar rekening heeft genomen").
- Bedreiging voor de Veiling: De reguliere aardappelveiling op de Centrale Markt wordt buitenspel gezet. Telers krijgen van de overheid een hogere prijs dan de veiling kan bieden, waardoor de aanvoer naar de veiling stilvalt.
- Rol van de NAC: De Nederlandsche Akkerbouw Centrale houdt toezicht en stelt dat prijsopdrijving uitgesloten is, omdat zij de maximale groothandelsprijzen dicteert. Het document dateert van januari 1940, de periode van de Mobilisatie in Nederland, vlak voor de Duitse inval in mei 1940. In deze tijd was de overheid al druk bezig met de voorbereiding op een oorlogseconomie.
Om de voedselvoorziening veilig te stellen en sociale onrust door te hoge prijzen te voorkomen, greep de staat diep in de markt in. De genoemde Nederlandsche Akkerbouw Centrale (NAC) was een crisisorgaan dat in de jaren '30 was opgericht tijdens de landbouwcrisis en wiens bevoegdheden tijdens de oorlogsdreiging enorm werden uitgebreid om de distributie en prijsvorming van basisvoedsel volledig te controleren. Dit document laat zien hoe de traditionele "vrije handel" en het veilingwezen in die overgangsfase langzaam werden verstikt door overheidsregels.