Kwitantie (bewijs van betaling).
Origineel
Kwitantie (bewijs van betaling). 23 januari 1940 (gebaseerd op de datumstempel op de plakzegel). Schipper P. Been. Gedrukte tekst is weergegeven in normale letters, handgeschreven tekst in cursief.
ONTVANGEN van de Comb van Grossiers in Aardappelen
de Somma van negentien gulden 65 cent
voor vracht en liggeld schipper P. Been, schip „Tijd zal 't leeren”
A'dam ........................................................................ 19 40
[Op de plakzegel:] den 23/1 1940
[Handtekening over de zegel:] P. Been
ZEGGE F 19.65 Dit document is een officieel bewijs van ontvangst voor diensten in de binnenvaart. De posten waarvoor betaald is, zijn "vracht" (de kosten voor het eigenlijke transport) en "liggeld" (een vergoeding voor de tijd dat het schip aan de kade lag, bijvoorbeeld voor het laden of lossen).
De ontvanger, schipper P. Been, voer op een schip met de voor de tijd karakteristieke naam "Tijd zal 't leeren". De betaling werd gedaan door een collectief van aardappelgroothandelaren. De aanwezigheid van de plakzegel van 10 cent was wettelijk verplicht als bewijs van betaalde leges over de transactie; door de handtekening en datum over de zegel heen te zetten, werd deze 'vernietigd' voor hergebruik. De kwitantie dateert van januari 1940, de periode van de 'Schemeroorlog', slechts enkele maanden voordat Nederland betrokken raakte bij de Tweede Wereldoorlog. In die tijd was het vervoer van bulkgoederen zoals aardappelen over de binnenwateren essentieel voor de voedselvoorziening van grote steden als Amsterdam.
Dergelijke documenten bieden een inkijkje in de dagelijkse economische praktijk van de binnenvaart en de kleinschalige groothandel. De "Combinatie van Grossiers in Aardappelen" wijst op een vorm van samenwerking tussen handelaren om logistieke kosten te delen of gezamenlijk in te kopen, een structuur die in de Nederlandse handelstraditie veel voorkwam. P. Been
Samenvatting
Dit document is een officieel bewijs van ontvangst voor diensten in de binnenvaart. De posten waarvoor betaald is, zijn "vracht" (de kosten voor het eigenlijke transport) en "liggeld" (een vergoeding voor de tijd dat het schip aan de kade lag, bijvoorbeeld voor het laden of lossen).
De ontvanger, schipper P. Been, voer op een schip met de voor de tijd karakteristieke naam "Tijd zal 't leeren". De betaling werd gedaan door een collectief van aardappelgroothandelaren. De aanwezigheid van de plakzegel van 10 cent was wettelijk verplicht als bewijs van betaalde leges over de transactie; door de handtekening en datum over de zegel heen te zetten, werd deze 'vernietigd' voor hergebruik.
Historische Context
De kwitantie dateert van januari 1940, de periode van de 'Schemeroorlog', slechts enkele maanden voordat Nederland betrokken raakte bij de Tweede Wereldoorlog. In die tijd was het vervoer van bulkgoederen zoals aardappelen over de binnenwateren essentieel voor de voedselvoorziening van grote steden als Amsterdam.
Dergelijke documenten bieden een inkijkje in de dagelijkse economische praktijk van de binnenvaart en de kleinschalige groothandel. De "Combinatie van Grossiers in Aardappelen" wijst op een vorm van samenwerking tussen handelaren om logistieke kosten te delen of gezamenlijk in te kopen, een structuur die in de Nederlandse handelstraditie veel voorkwam.