Getypte brief (doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief (doorslag of officieel afschrift). 19 maart 1940. De Directeur (vermoedelijk van het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun te Amsterdam). Den Heer D. Snoek, Zeilstraat 57 III, Amsterdam-Zuid. vP/HG.
2B/16/2 M.
1
[handgeschreven:] Verzonden 20/3-'40.
19 Maart 1940.
den Heer D.Snoek,
Zeilstraat 57 III,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 13A.
Onder terugzending van den door U overgelegden
brief van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale ged.
11 Maart jl. deel ik U mede, dat bij een dezerzijds inge-
steld onderzoek is aannemelijk gemaakt, dat U van 1930 tot
en met 1935 in den kleinhandel van tuinbouwgewassen bent
werkzaam geweest. Sedert Januari 1936 ontvangt U steun van
het Gemeentelijke Bureau voor Maatschappelijken Steun.
Desgewenscht kunt U deze verklaring inzenden aan de
Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale te 's-Gravenhage.
De Directeur, Dit document is een officiële verklaring van werkverleden en sociale status. De essentie van de brief is het bevestigen van twee feiten ten behoeve van de "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale":
1. Arbeidsverleden: Dhr. Snoek was tussen 1930 en 1935 werkzaam in de groente- en fruithandel (kleinhandel).
2. Sociale status: Sinds januari 1936 is hij aangewezen op "steun" (sociale bijstand).
De brief is formeel en zakelijk van toon. Het gebruik van de term "aannemelijk gemaakt" suggereert dat Snoek bewijzen heeft moeten overleggen of dat er getuigen zijn gehoord, aangezien de administratie blijkbaar niet over sluitende eigen registers van zijn eerdere werk beschikte. Het document diende waarschijnlijk als bewijsstuk voor Snoek om aan te tonen dat hij over de nodige vakbekwaamheid beschikte in de tuinbouwsector, mogelijk om opnieuw een vergunning te verkrijgen of om in aanmerking te komen voor een specifieke regeling. De datum, 19 maart 1940, plaatst dit document in de laatste maanden van de Nederlandse neutraliteit, vlak voor de Duitse inval op 10 mei 1940.
De brief weerspiegelt de economische nasleep van de crisis van de jaren '30. Dat Dhr. Snoek sinds 1936 "steun" ontving, duidt erop dat hij een van de vele tienduizenden Amsterdammers was die door de Grote Depressie werkloos waren geraakt. De "steun" werd destijds verstrekt door het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun (G.B.M.S.), de voorloper van de huidige sociale dienst.
De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) in Den Haag was een overkoepelend orgaan dat in die tijd een steeds grotere rol speelde in de regulering van de markt. In de aanloop naar de oorlog werden veel sectoren strenger gecontroleerd om de voedselvoorziening en economische stabiliteit te waarborgen. Voor iemand als Dhr. Snoek was dergelijke documentatie cruciaal om zijn professionele status formeel te laten erkennen in een tijd van toenemende bureaucratie en economische onzekerheid. D. Snoek