Officieel ambtelijk rapport.
Origineel
Officieel ambtelijk rapport. 1 mei 1940. Nº 2B/26/M.1940 3/5
R A P P O R T
A. Barmhartigheid, oud 37 jaar en wonende Lepelstraat 70$^{III}$ alhier, verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit. Barmhartigheid verklaart reeds 20 jaren onafgebroken voor eigen rekening kleinhandel te drijven met genoemde artikelen. Bij onderzoek in de administratie van Marktwezen is het volgende gebleken. Van 1 September 1934 tot 25 Mei 1936 is hij in het bezit geweest van een ventvergunning onder Serie L No 205, waarbij hij gerechtigd was te venten met groenten en fruit. Met ingang van 24 Februari '36, werd hij vaste standplaatshouder op de dagmarkt in de Alb: Cuypstr: eveneens voor de verkoop van groenten en fruit. De laatste jaren heeft hij hoofzakelijk bananen verkocht. Deze werden hem op bestelling geleverd door de firma Groenteman en Bolle, destijds gevestigd aan het Waterlooplein 36 alhier. Barmhartigheid is nimmer in het bezit geweest van een toegangskaart voor de Centr: Markt. Barmhartigheid heeft op het oogenblik nog steun, doch wil binnenkort weer gaan handelen. Voor zoover door mij kan worden beoordeeld heeft hij de vragen van zijn invulformulier naar waarheid beantwoord.
Amsterdam 1 Mei 1940
Controleur,
[Signatuur: Velthuis]
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
[Signatuur: Velthuis]
(Handgeschreven aantekeningen onderaan:)
Vragenlijst stempelen en doorzenden naar Den Haag
Accoord: 4-5-’40 [Paraaf]
Doorgezonden 6/5-'40 [Paraaf] Het document is een ambtelijk rapport van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen, opgesteld vlak voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). De ambtenaar (een controleur) verifieert de werkgeschiedenis van Abraham Barmhartigheid, een marktkoopman.
De kernpunten uit de analyse zijn:
* Verificatie van beroep: De aanvrager claimt 20 jaar ervaring. De administratie bevestigt zijn vergunningen voor het venten en zijn vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt sinds 1936.
* Economische situatie: De betrokkene ontving op dat moment "steun" (werkloosheidsuitkering), maar wenste zijn handel in bananen te hervatten.
* Netwerk: Er wordt melding gemaakt van de firma Groenteman en Bolle op het Waterlooplein als leverancier, wat duidt op de economische verwevenheid binnen de Amsterdamse Joodse buurt.
* Procedure: Het rapport werd positief beoordeeld ("naar waarheid beantwoord") en op 6 mei 1940 doorgezonden naar Den Haag voor verdere afhandeling. Dit document is historisch saillant vanwege de datum: 1 mei 1940. Dit is slechts negen dagen voor de Duitse invasie. Abraham Barmhartigheid woonde in de Lepelstraat, een straat in de Joodse buurt (nabij de Weesperstraat). De namen (Barmhartigheid, Groenteman) en de locaties (Waterlooplein, Albert Cuypmarkt) wijzen op een typisch Joodse sociaaleconomische achtergrond in het vooroorlogse Amsterdam.
In de jaren '30 en '40 was het Marktwezen streng gereguleerd. Voor Joodse handelaren zouden de omstandigheden na de bezetting drastisch veranderen door de anti-Joodse maatregelen, waarbij zij uiteindelijk van de markten werden verbannen. Dit document legt de laatste momenten van een "normale" administratieve afhandeling vast, vlak voordat de oorlog de levens van de betrokkenen totaal zou ontwrichten. De aanvraag werd doorgezonden naar Den Haag, waarschijnlijk naar het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening of een vergelijkbare instantie die in de mobilisatietijd de distributie en erkenningen beheerde.