Officieel rapport / ambtsbericht.
Origineel
Officieel rapport / ambtsbericht. R A P P O R T
№ 213/44/M. 1940 3/7
Ph. Gans, oud 42 jaar en wonende Pres: Brandstraat 38 alhier, verzoekt omm een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit.
Gans verklaart van 1920 tot 1935 kleinhandel te hebben gedreven met groenten en fruit, benevens met haring, lompen en bleoemen. Bij onderzoek in de administratie van Maatsch: Steun, is gebleken dat Gans voorheen aldaar bekend stond als fruitventer, later als lompenventer. Gans is dan ook in het bezit van een ventvergunning onder serie E.Z No 12, waarbij hij gerechtigd is teventen met lompen. Gans geniet thans volledige steun, doch wil voor eigen rekening kleinhandel drijven in ~~groenten en~~ fruit. Voorts moge ik den aandacht vestigen op het feit, dat Gans als lompenventer dient te worden aangemerkt en niet als haringventer, zooals hij uit zijn verklaring onder vraag 2 van zijn invulformulier doet voorkomen. Behoudens deze verklaring, kan, voor zoover door mij kan worden beoordeeld, worden aangenomen, dat hij de vragen van zijn invulformulier naar waarheid heeft beantwoord.
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
Amsterdam 1 Juli 1940
Controleur,
[Handtekening: S. Elth...]
Marginale aantekeningen / handgeschreven toevoegingen:
Linksonder: [Handtekening] / Verklaring stempels / doorzenden naar den Keur. / Toegezonden 6/7. 40 [Initialen]
Rechtsonder: Acc. Geen bezwaar tegen verleenen van tijdel. erkenning voor den duur van vier maanden. [Handtekening] Dit document is een ambtelijk advies over een vergunningsaanvraag. De aanvrager, de heer Ph. Gans, probeert weer aan het werk te gaan als zelfstandig fruitventer om uit de bijstand ("volledige steun") van de Maatschappelijke Steun te komen.
De controleur heeft de beweringen van Gans getoetst aan de bestaande administratie. Er is een discrepantie: Gans claimt ervaring als haringventer, maar de officiële registers kennen hem alleen als fruit- en lompenventer. Ondanks deze onjuistheid in de verklaring van de aanvrager, oordeelt de controleur dat hij verder naar waarheid heeft gehandeld.
De uiteindelijke beslissing (rechtsonder genoteerd) is positief: Gans krijgt een tijdelijke erkenning voor vier maanden. Dit was een gebruikelijke proefperiode om te zien of de nering levensvatbaar was. Het document dateert van juli 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland. De President Brandstraat in Amsterdam lag in de Transvaalbuurt, een wijk die op dat moment een zeer grote Joodse populatie kende. De naam "Ph. Gans" (waarschijnlijk Philip Gans) duidt op een Joodse achtergrond.
In deze vroege fase van de bezetting functioneerde de Amsterdamse bureaucratie nog grotendeels volgens de vooroorlogse regels, maar de druk op de werkgelegenheid was groot. De overgang van "steun" naar zelfstandig ondernemerschap werd door de gemeente gestimuleerd om de kosten van de sociale zorg te drukken. Kort na dit rapport zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter de economische positie van mensen als de heer Gans echter onmogelijk maken (zoals de latere verplichting tot registratie en het verbod op straathandel voor Joden). Dit document legt een moment vast waarop een kleine zelfstandige nog trachtte zijn bestaan op legale wijze op te bouwen.