Archief 745
Inventaris 745-307
Pagina 270
Dossier 2C
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag van een ambtelijke brief (concept of kopie voor het archief).

3 september 1940. Van: De Directeur (van een controlerende instantie, vermoedelijk gerelateerd aan de tuinbouwregeling). Aan: De Directeur van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, Laan Copes van Cattenburch 62, 's-Gravenhage.

Origineel

Doorslag van een ambtelijke brief (concept of kopie voor het archief). 3 september 1940. De Directeur (van een controlerende instantie, vermoedelijk gerelateerd aan de tuinbouwregeling). De Directeur van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, Laan Copes van Cattenburch 62, 's-Gravenhage. (Handgeschreven notitie rechtsboven:) M. Nibbering
(Handgeschreven notitie middenboven:) Verzonden 3/9

vP/HG.

den Heer Directeur van de Nederlandsche
Groenten- en Fruitcentrale,
Laan Copes van Cattenburch 62,
's-Gravenhage.

2B/94/2 M. a 3 September 1940.

In bijlage dezes heb ik de eer U een aanvraagformulier te doen toekomen, dat is ingevuld door J. Nibbering, geboren 6 Februari 1919, wonende Lindenlaan 16 Zwanenburg (Noordholland). Ik voeg hierbij een afschrift van een op 21 Augustus jl. door den contrôleur Felthuis van mijn dienst opgemaakt rapport. Het feit, dat Nibbering als personeel in dienst zou zijn geweest van den grossier Koekenbier wordt alleen door verklaring van den bedoelden grossier bevestigd, doch kan niet op andere wijze, bij voorbeeld door overlegging van een rentekaart, worden bewezen. Op dien grond ben ik van meening, dat Nibbering voornoemd niet aannemelijk heeft gemaakt, dat hij voldoende opleiding in den kleinhandel in gewassen van den tuinbouw heeft genoten, weshalve hij naar mijn oordeel niet voor een erkenning - ook niet voor een tijdelijke erkenning - in aanmerking kan komen.

De Directeur, * Inhoud: De brief betreft een negatief advies over de vakbekwaamheid van een aanvrager (J. Nibbering) voor een erkenning om te mogen handelen in groenten en fruit. De afzender stelt dat de bewering van de aanvrager dat hij werkervaring heeft opgedaan bij een grossier (Koekenbier) onvoldoende is onderbouwd.
* Bewijsvoering: De controleur (Felthuis) heeft geconstateerd dat er geen officieel bewijs is van het dienstverband, zoals een 'rentekaart' (een bewijs van afgedragen sociale premies). De persoonlijke verklaring van de werkgever wordt in deze bureaucratische context als onvoldoende beschouwd.
* Juridische/Administratieve toon: De taal is formeel en beslist ("ik heb de eer U", "weshalve hij naar mijn oordeel niet... in aanmerking kan komen"). Het document weerspiegelt de strikte regulering van de handel aan het begin van de bezettingstijd. * Historische periode: De brief is gedateerd op 3 september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de economie strakker georganiseerd via centrale organen (zoals de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale) om de voedselvoorziening en distributie te beheersen.
* De "Rentekaart": De vermelding van de rentekaart is cruciaal. Dit was in die tijd het officiële document waarop zegels werden geplakt voor de Invaliditeits- en Ouderdomswet. Het diende daarmee als een sluitend bewijs van legaal loondienstverband. Het ontbreken hiervan duidde vaak op zwartwerk of een gebrek aan officiële registratie, wat de aanvrager hier fataal wordt.
* Zwanenburg: De aanvrager woonde in Zwanenburg, een dorp dat destijds veel tuinbouwactiviteit kende door de nabijheid van de Haarlemmermeer en de Amsterdamse markt.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief betreft een negatief advies over de vakbekwaamheid van een aanvrager (J. Nibbering) voor een erkenning om te mogen handelen in groenten en fruit. De afzender stelt dat de bewering van de aanvrager dat hij werkervaring heeft opgedaan bij een grossier (Koekenbier) onvoldoende is onderbouwd.
  • Bewijsvoering: De controleur (Felthuis) heeft geconstateerd dat er geen officieel bewijs is van het dienstverband, zoals een 'rentekaart' (een bewijs van afgedragen sociale premies). De persoonlijke verklaring van de werkgever wordt in deze bureaucratische context als onvoldoende beschouwd.
  • Juridische/Administratieve toon: De taal is formeel en beslist ("ik heb de eer U", "weshalve hij naar mijn oordeel niet... in aanmerking kan komen"). Het document weerspiegelt de strikte regulering van de handel aan het begin van de bezettingstijd.

Historische Context

  • Historische periode: De brief is gedateerd op 3 september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de economie strakker georganiseerd via centrale organen (zoals de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale) om de voedselvoorziening en distributie te beheersen.
  • De "Rentekaart": De vermelding van de rentekaart is cruciaal. Dit was in die tijd het officiële document waarop zegels werden geplakt voor de Invaliditeits- en Ouderdomswet. Het diende daarmee als een sluitend bewijs van legaal loondienstverband. Het ontbreken hiervan duidde vaak op zwartwerk of een gebrek aan officiële registratie, wat de aanvrager hier fataal wordt.
  • Zwanenburg: De aanvrager woonde in Zwanenburg, een dorp dat destijds veel tuinbouwactiviteit kende door de nabijheid van de Haarlemmermeer en de Amsterdamse markt.

Gerelateerde Documenten 6