Archief 745
Inventaris 745-307
Pagina 309
Dossier 100
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven aantekening.

12 september 1940. Van: Een ongenoemde "Directeur" (mogelijk van een inspectiedienst of regionaal bureau).

Origineel

Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven aantekening. 12 september 1940. Een ongenoemde "Directeur" (mogelijk van een inspectiedienst of regionaal bureau). Handgeschreven bovenaan:
extra

Getypt:
vP/HG.

de Directie van de Nederlandsche
Groente- en Fruitcentrale,
Laan Copes van Cattenburch 62,
' s - G r a v e n h a g e .

2B/113/2 M. 2 12 September 1940.

In bijlage dezes heb ik de eer U een aanvraag om erken-
ning als kleinhandelaar in gewassen van den tuinbouw te doen toe-
komen ten name van H.v.d.Sluys, geboren 27 Augustus 1904. Ik voeg
daarbij afschrift van een op 10 dezer door den contrôleur Felthuis
van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat Van der
Sluys voornoemd niet in den handel in gewassen van den tuinbouw is
werkzaam geweest. Hij komt daarom mijns inziens niet voor de ge-
vraagde erkenning in aanmerking en ook niet voor een tijdelijke
erkenning, dit laatste onder meer omdat hij geen vischhandelaar is
en tijdelijke erkenningen alleen aan vischkooplieden worden ver-
strekt.

De Directeur, Deze brief betreft de strikte regulering van de voedseldistributie in Nederland kort na het begin van de Duitse bezetting. De kern van de zaak is de aanvraag van een individu, de heer H.v.d. Sluys (36 jaar oud), om officieel erkend te worden als groentehandelaar.

De afzender adviseert de "Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale" negatief over dit verzoek. De reden hiervoor is tweeledig:
1. Gebrek aan ervaring: Een rapport van een controleur (Felthuis) heeft aangetoond dat de aanvrager nooit eerder in de tuinbouwhandel werkzaam is geweest. In tijden van schaarste en distributie wilde de overheid wildgroei van nieuwe handelaren voorkomen.
2. Specifieke uitzonderingsregels: De brief onthult een interessant detail over de regelgeving van die tijd: "tijdelijke erkenningen" werden blijkbaar enkel verstrekt aan visverkopers. Dit suggereert dat er voor die beroepsgroep een specifieke regeling bestond om (tijdelijk) over te stappen op de groentehandel, mogelijk vanwege de moeilijker wordende omstandigheden in de visserij tijdens de oorlog.

De toon is formeel en bureaucratisch, typerend voor de ambtelijke correspondentie van die periode. De brief dateert van september 1940, enkele maanden na de Nederlandse capitulatie. De bezetter voerde, in samenwerking met de bestaande ambtelijke apparaten, een strak geleide economie in om de voedselvoorziening te controleren en de uitvoer naar Duitsland te garanderen.

De Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale (NGFC) speelde hierin een cruciale rol. Het was een van de 'centrales' die toezicht hielden op de productie, prijsvorming en distributie. Om in deze sector te mogen werken, was een officiële 'erkenning' vereist. Zonder deze erkenning was handel illegaal en werd het beschouwd als onderdeel van de zwarte markt. Het document laat zien hoe nauwgezet aanvragers werden gescreend op hun achtergrond en ervaring voordat zij toegang kregen tot de gereguleerde markt.

Samenvatting

Deze brief betreft de strikte regulering van de voedseldistributie in Nederland kort na het begin van de Duitse bezetting. De kern van de zaak is de aanvraag van een individu, de heer H.v.d. Sluys (36 jaar oud), om officieel erkend te worden als groentehandelaar.

De afzender adviseert de "Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale" negatief over dit verzoek. De reden hiervoor is tweeledig:
1. Gebrek aan ervaring: Een rapport van een controleur (Felthuis) heeft aangetoond dat de aanvrager nooit eerder in de tuinbouwhandel werkzaam is geweest. In tijden van schaarste en distributie wilde de overheid wildgroei van nieuwe handelaren voorkomen.
2. Specifieke uitzonderingsregels: De brief onthult een interessant detail over de regelgeving van die tijd: "tijdelijke erkenningen" werden blijkbaar enkel verstrekt aan visverkopers. Dit suggereert dat er voor die beroepsgroep een specifieke regeling bestond om (tijdelijk) over te stappen op de groentehandel, mogelijk vanwege de moeilijker wordende omstandigheden in de visserij tijdens de oorlog.

De toon is formeel en bureaucratisch, typerend voor de ambtelijke correspondentie van die periode.

Historische Context

De brief dateert van september 1940, enkele maanden na de Nederlandse capitulatie. De bezetter voerde, in samenwerking met de bestaande ambtelijke apparaten, een strak geleide economie in om de voedselvoorziening te controleren en de uitvoer naar Duitsland te garanderen.

De Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale (NGFC) speelde hierin een cruciale rol. Het was een van de 'centrales' die toezicht hielden op de productie, prijsvorming en distributie. Om in deze sector te mogen werken, was een officiële 'erkenning' vereist. Zonder deze erkenning was handel illegaal en werd het beschouwd als onderdeel van de zwarte markt. Het document laat zien hoe nauwgezet aanvragers werden gescreend op hun achtergrond en ervaring voordat zij toegang kregen tot de gereguleerde markt.

Gerelateerde Documenten 6