Afschrift van een ambtelijke geleidebrief.
Origineel
Afschrift van een ambtelijke geleidebrief. 27 november 1940. De Burgemeester van Amsterdam (ondertekend namens hem door het Hoofd der afdeeling Algemeene Zaken). De Wethouder voor de Levensmiddelen. No.2B/164/1 M.1940 29/11.
.No.1074 L.M.1940 27/11. AFSCHRIFT.-
-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-
Div.Bylagen.
De BURGEMEESTER van AMSTERDAM heeft de eer deze
stukken te doen toekomen aan den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen, ter verdere behandeling, onder mededeeling
dat de Beauftragte voor de Stad Amsterdam van den Ryks-
commissaris voor het bezette Nederlandsche gebied bedoelde
stukken ter afdoening heeft toegezonden.
Amsterdam, 27 November 1940.
De Burgemeester voornoemd,
Voor den Burgemeester,
Het Hoofd der afdeeling Algemeene
Zaken,
w.g.A.M.E.Lerner-Post. Dit document is een formeel geleideschrijven (een afschrift) waarmee de burgemeester van Amsterdam diverse bijlagen doorstuurt naar de wethouder voor Levensmiddelen. De kern van de tekst is de mededeling dat deze stukken afkomstig zijn van de Duitse *Beauftragte* (gevolmachtigde) voor de stad Amsterdam, die opereerde onder het gezag van de Rijkscommissaris (Arthur Seyss-Inquart). Het document illustreert de administratieve weg waarlangs Duitse bevelen of verzoeken in de vroege bezettingsjaren het Amsterdamse gemeentebestuur bereikten. In november 1940 was Nederland ruim een half jaar bezet. Het burgerlijk bestuur in de steden stond onder streng toezicht van de bezetter. In Amsterdam was Hans Böhmcker aangesteld als *Beauftragte* om de burgemeester en het college te controleren. De Burgemeester op dat moment was Edward Voûte. Het feit dat de stukken naar de wethouder voor Levensmiddelen gaan, is tekenend voor de tijd; voedselvoorziening en distributie werden al snel cruciale en streng gecontroleerde overheidstaken vanwege de toenemende schaarste. De ondertekenaar, A.M.E. Lerner-Post, was een hoge ambtenaar binnen de afdeling Algemene Zaken van de gemeente Amsterdam.
Samenvatting
Dit document is een formeel geleideschrijven (een afschrift) waarmee de burgemeester van Amsterdam diverse bijlagen doorstuurt naar de wethouder voor Levensmiddelen. De kern van de tekst is de mededeling dat deze stukken afkomstig zijn van de Duitse Beauftragte (gevolmachtigde) voor de stad Amsterdam, die opereerde onder het gezag van de Rijkscommissaris (Arthur Seyss-Inquart). Het document illustreert de administratieve weg waarlangs Duitse bevelen of verzoeken in de vroege bezettingsjaren het Amsterdamse gemeentebestuur bereikten.
Historische Context
In november 1940 was Nederland ruim een half jaar bezet. Het burgerlijk bestuur in de steden stond onder streng toezicht van de bezetter. In Amsterdam was Hans Böhmcker aangesteld als Beauftragte om de burgemeester en het college te controleren. De Burgemeester op dat moment was Edward Voûte. Het feit dat de stukken naar de wethouder voor Levensmiddelen gaan, is tekenend voor de tijd; voedselvoorziening en distributie werden al snel cruciale en streng gecontroleerde overheidstaken vanwege de toenemende schaarste. De ondertekenaar, A.M.E. Lerner-Post, was een hoge ambtenaar binnen de afdeling Algemene Zaken van de gemeente Amsterdam.