Stencil of doorslag van een circulair schrijven.
Origineel
Stencil of doorslag van een circulair schrijven. 13 november 1940. (De teksten tussen vierkante haken zijn reconstructies op basis van de context en gangbaar ambtelijk taalgebruik uit die periode.)
[GEMEENT]E AMSTERDAM.
Amsterdam, 13 November 1940.
[A]an de ambtenaren,
die uniformkleeding dragen.
[Ik breng te]r kennis, dat Burgemeester en Wethouders
[gezien d]e noodzakelijke besparing op de grond-
[stoffen voor] uniformkleeding, te bepalen, dat de
[gebruiksduur zo]oveel als mogelijk is, moet worden ver-
[lengd. Vóór tot vervang]ing van een kleedingstuk wordt overgegaan
[moet de Geme]entelijke Inrichting voor Uniformkleeding
[in de gelegenheid worden gesteld] te beoordeelen, of het door reparatie
[weer in goeden staat ka]n gebracht.
De Directeur, De tekst is een vroege aanwijzing van de schaarste die ontstond kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van het bericht is een dwingende opdracht tot duurzaamheid:
1. Besparing: Er moet bespaard worden op grondstoffen (textiel zoals wol en katoen).
2. Verlenging gebruiksduur: Ambtenaren mogen niet zomaar nieuwe uniformen aanvragen; de huidige kleding moet zo lang mogelijk mee.
3. Controle: De 'Gemeentelijke Inrichting voor Uniformkleeding' fungeert als keuringsinstantie. Zij bepalen of een kledingstuk vervangen mag worden of dat een reparatie volstaat.
Het document getuigt van een strikt bureaucratische aanpak van de beginnende oorlogseconomie. In november 1940 was de bezetting precies een half jaar oud. De eerste effecten van de oorlogseconomie werden pijnlijk zichtbaar. Grondstoffen werden door de Duitse bezetter gevorderd voor de eigen oorlogsindustrie (de Rüstungsindustrie), waardoor er voor de civiele sector tekorten ontstonden.
De textieldistributie was op dat moment al in gang gezet (het textiel- en schoenenrantsoen werd in juni 1940 ingevoerd). Voor overheidsinstanties betekende dit dat zij uiterst behoedzaam moesten omgaan met hun voorraden. De Gemeente Amsterdam, als grote werkgever met veel geüniformeerd personeel (denk aan politie, trambestuurders, reinigingsdienst), voelde deze druk direct. De "Gemeentelijke Inrichting voor Uniformkleeding" was gevestigd aan de Rapenburgerstraat en was verantwoordelijk voor het aanmeten en onderhouden van de duizenden uniformen die in de stad gedragen werden.
Samenvatting
De tekst is een vroege aanwijzing van de schaarste die ontstond kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van het bericht is een dwingende opdracht tot duurzaamheid:
1. Besparing: Er moet bespaard worden op grondstoffen (textiel zoals wol en katoen).
2. Verlenging gebruiksduur: Ambtenaren mogen niet zomaar nieuwe uniformen aanvragen; de huidige kleding moet zo lang mogelijk mee.
3. Controle: De 'Gemeentelijke Inrichting voor Uniformkleeding' fungeert als keuringsinstantie. Zij bepalen of een kledingstuk vervangen mag worden of dat een reparatie volstaat.
Het document getuigt van een strikt bureaucratische aanpak van de beginnende oorlogseconomie.
Historische Context
In november 1940 was de bezetting precies een half jaar oud. De eerste effecten van de oorlogseconomie werden pijnlijk zichtbaar. Grondstoffen werden door de Duitse bezetter gevorderd voor de eigen oorlogsindustrie (de Rüstungsindustrie), waardoor er voor de civiele sector tekorten ontstonden.
De textieldistributie was op dat moment al in gang gezet (het textiel- en schoenenrantsoen werd in juni 1940 ingevoerd). Voor overheidsinstanties betekende dit dat zij uiterst behoedzaam moesten omgaan met hun voorraden. De Gemeente Amsterdam, als grote werkgever met veel geüniformeerd personeel (denk aan politie, trambestuurders, reinigingsdienst), voelde deze druk direct. De "Gemeentelijke Inrichting voor Uniformkleeding" was gevestigd aan de Rapenburgerstraat en was verantwoordelijk voor het aanmeten en onderhouden van de duizenden uniformen die in de stad gedragen werden.