Getypte brief (doorslag/afschrift, aangeduid met "M.Afschrift").
Origineel
Getypte brief (doorslag/afschrift, aangeduid met "M.Afschrift"). 24 oktober 1940. C.M. Huis, Utrechtschedwarsstraat 64, Amsterdam. Das Quartieramt (Kwartierbureau), Amsterdam. No.2B/164/1 M.Afschrift.
No.1074 L.M.1940.
Amsterdam, den 24.Oktober 1940.
An das Quartieramt.
Amsterdam.
Sehr verehrte Herren,
Vielleicht könnten Sie mir in folgender Angelegenheit
die hülfreiche Hand leisten.
Seit etwa einem Jahre treibe ich in dem Kellergeschoss
Utrechtschedwarsstraat Nr.123, hier, ein Gemüse- und Kar-
toffelngeschäft. Ich darf dieses Geschäft aber nicht weiter-
führen, weil ich von der "Stichting ter behartiging van de
Nederlandsche Detailhandel Centraal Belang, Zwarteweg 22,
Im Haag" keine Anerkennung bekommen kann. Das Geschäft bringt
mir soviel ein, dass ich hieran meinen Lebensbedarf decken
kann, sodass ich bei nicht-Fortsetzung brotlos sein würde.
Es handelt sich bei mir und bei meiner Familie daher um eine
Lebensfrage, sodass ich mir erlaube mich an Sie zu wenden in
der Hoffnung, dass Sie Mittel und Wege wissen mich aus dieser
peinlichen Lage zu retten. Vielleicht könnten Sie bei der
betreffenden Niederländischen Behörde vorstellig werden in
diesen ausserordentlich scheren [sic] Zeiten eine Ausnahme für mich
zu machen, sodass mir die Genehmigung doch erteilt wird.
Für jeden Schritt den Sie in meinem Interesse unternehmen
ware ich Ihnen ausserordentlich verbunden und zeichne in der
Hoffnung bald erfreuliche Nachrichten von Ihnen erfahren zu
dürfen.
Mit verzüglicher [sic] Hochachtung
ergebenst,
w.g.C.M.Huis.
Utrechtschedwarsstraat 64,
Amsterdam. * Kernboodschap: De afzender, C.M. Huis, verzoekt de Duitse bezettingsautoriteit (het Quartieramt) om bemiddeling bij een geschil met een Nederlandse instantie over een winkelvergunning.
* Problematiek: Huis exploiteert een groente- en aardappelwinkel in een kelder aan de Utrechtschedwarsstraat 123. De "Stichting ter behartiging van de Nederlandsche Detailhandel Centraal Belang" weigert hem de noodzakelijke erkenning/vergunning te geven, waardoor hij de zaak moet sluiten.
* Argumentatie: Hij voert aan dat de winkel al een jaar bestaat en essentieel is voor het levensonderhoud van hem en zijn gezin. Sluiting zou leiden tot brodeloosheid. Hij bestempelt de situatie als een "levensvraag".
* Toon: De brief is geschreven in formeel Duits, met een eerbiedige en enigszins wanhopige toon, typerend voor rekesten aan autoriteiten in die periode. Opmerkelijk zijn de typefouten in het Duits (zoals scheren in plaats van schweren en verzüglicher in plaats van vorzüglicher), wat erop kan duiden dat de schrijver de taal niet volledig machtig was of dat de brief haastig is opgesteld. * Historische periode: De brief dateert van oktober 1940, slechts vijf maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze fase probeerden veel burgers hun weg te vinden in de nieuwe machtsverhoudingen.
* Regelgeving: De genoemde "Stichting ter behartiging van de Nederlandsche Detailhandel Centraal Belang" hield toezicht op de Vestigingswet voor het kleinbedrijf. Deze wet uit 1937 was bedoeld om de wildgroei aan kleine winkels te beperken door strikte eisen te stellen aan vakbekwaamheid en kredietwaardigheid. Tijdens de bezetting bleven deze Nederlandse regels vaak van kracht, maar men hoopte soms dat de Duitse bezetter deze bureaucreatie kon passeren.
* Instanties: Het Quartieramt was primair belast met de inkwartiering van Duitse troepen en de vordering van panden. Dat een burger zich tot dit specifieke bureau wendt voor een economische vergunning, suggereert dat men de Duitse machtsapparaten als een soort algemeen loket voor hulp zag, of dat er een specifieke link was met het gebruikte pand.
* Maatschappelijk beeld: De brief illustreert de precaire economische positie van kleine zelfstandigen tijdens de vroege oorlogsjaren en de bereidheid om de bezetter in te schakelen tegenover de eigen Nederlandse bureaucreatie om het hoofd boven water te houden. C.M. Huis