Handgeschreven ambtelijke minuut / dossiernotitie.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke minuut / dossiernotitie. 6 december 1940 (met latere toevoegingen tot 18 december 1940). [Linksboven:]
erkenning als
aardappelhandelaar
van C.M. Hofhuis
[Rechtsboven:]
A'dam. 6/12 1940
2$^B$/164/VII [in rood]
W. L. M
18/12/40
[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van de
met uw kaartbrief dd. 28 November jl
ontvangen stukken no. 1074 LM
1940 heb ik de eer U te berichten,
dat ik mij terzake van de [tussen de regels: de] onderhavige
aangelegenheid [tussen de regels: op 2 dec. jl.] heb gewend tot
de Nederlandsche Akkerbouwcen-
trale te Den Haag. Een afschrift
van mijn brief doe ik U als bijlage
dezes toekomen. Zoodra ik hierop ~~bericht~~
antwoord heb ontvangen,
zal ik U hiervan op de hoogte ~~stellen~~
~~stellen. Het antwoord van de~~
[Toegevoegde alinea in donkerdere inkt:]
De Nederlandsche Akkerbouwcentrale
heeft op 13 Dec. jl. hierop betreffende
geantwoord; van de stukken doe ik U hierbij afschriften.
[Aantekening onderaan, deels doorgehaald:]
B. Sigmond [?]
Wellicht doet men beter
te wachten met antwoord
aan Hofhuis tot dat antwoord
Akkerbouwcentrale
binnen is
jhd [paraaf] Het document is een ambtelijk werkexemplaar (minuut) waarin de voortgang van een vergunningsaanvraag wordt vastgelegd. De tekst bevat diverse redactionele wijzigingen die typisch zijn voor een conceptfase: woorden worden vervangen voor een meer accurate juridische of ambtelijke term (bijv. 'bericht' wordt 'antwoord') en zinsconstructies worden aangepast.
De rode nummering bovenin duidt op de archivering binnen een specifiek classificatiesysteem. De verschillende data (6, 13 en 18 december) laten zien dat dit blad gedurende twee weken als 'levend' dossierstuk is gebruikt om acties bij te houden. De krabbel onderaan is een interne instructie of overweging om de communicatie naar de aanvrager (Hofhuis) aan te houden totdat de hogere instantie (de Akkerbouwcentrale) formeel uitsluitsel heeft gegeven. Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (december 1940). In deze tijd werd de Nederlandse economie en voedselvoorziening strak gereguleerd via 'Centrales'. De Nederlandsche Akkerbouwcentrale (NAC) was verantwoordelijk voor het reguleren van de teelt en handel van akkerbouwproducten.
Voor een burger of ondernemer zoals C.M. Hofhuis was een officiële erkenning als aardappelhandelaar essentieel om legaal te kunnen opereren in een markt die door schaarste en distributiemaatregelen werd getekend. De ambtelijke voorzichtigheid die uit de tekst spreekt — het raadplegen van de centrale instantie in Den Haag alvorens te beslissen — illustreert de toenemende centralisatie van het bestuur onder het regime van de bezetter.