Ambtelijke notitie / Rapportage
Origineel
Ambtelijke notitie / Rapportage 7 december 1940 tot 12 januari 1941 [Bovenaan rechts:]
Just. 124
[Hoofdtekst bovenaan:]
Op grond van welke feiten heeft M.O. de Wolff zijn verklaring afgelegd?
Onderzoek d.v.p. [dienst van politie?]
Zie nader rapport 7 Dec. '40
Opzichter Wolff.
Mw. v. Eck bij mij ontboden, deelde mij mede geregeld aardappelen te hebben betrokken van de grossiers Ruhe en Cardonus.
[Annotatie in paars potlood rechts:]
waarschijnlijk Greidanus!
[Diagonale aantekening midden:]
Zie de Wolff rapport 15-12-'40
[Vervolg tekst onderaan:]
Het is mij bekend dat de echtgenoot van Mevr. v. Eck voorheen met paard en kar zijn vaste klanten bediende. Dat van Eck als groentehandelaar geen aardappelen zou hebben verkocht is m.i. [mijns inziens] niet aan te nemen.
Hi. Broerse
12-1-'41
[Handtekening daaronder:]
de Boer
[Tekst in potlood onderaan:]
Kunnen Ruhe en Greidanus bevestigen, dat v. Eck regelmatig aardappelen van hen heeft betrokken?
Ind 4.1.41 Het document is een intern verslag of een reeks instructies binnen een opsporings- of controle-instantie (mogelijk de Crisis Controle Dienst of een lokale politieafdeling). De kern van de zaak is de verklaring van een opzichter genaamd De Wolff. Er wordt getwijfeld aan de juistheid van de informatie over Mevrouw van Eck (of haar echtgenoot), die een groentehandel drijft.
Mevrouw Van Eck beweert dat zij haar aardappelen betrok van de grossiers Ruhe en Greidanus. De schrijver, Broerse, ondersteunt haar verklaring door te stellen dat het onwaarschijnlijk is dat een groenteman met paard en kar geen aardappelen zou verkopen. Er wordt opdracht gegeven om bij de genoemde grossiers te verifiëren of zij inderdaad aan de familie Van Eck leverden. Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (winter 1940-1941). In deze periode werden de regels omtrent voedselvoorziening en distributie steeds strenger. De overheid hield nauwlettend toezicht op handelaren om zwarte handel te voorkomen en om te controleren of de rantsoenering correct werd nageleefd.
De vermelding "Just." (Justitie) suggereert dat dit onderdeel is van een strafrechtelijk dossier of een officieel onderzoek naar een overtreding van de distributiewetten. De twijfel over de verklaring van de "Opzichter" duidt op interne controle binnen het ambtelijk apparaat om de feiten boven tafel te krijgen. M.O. de Wolff (Opzichter) Mevr. van Eck H. Broerse De Boer grossiers Ruhe en Greidanus. Politie
Samenvatting
Het document is een intern verslag of een reeks instructies binnen een opsporings- of controle-instantie (mogelijk de Crisis Controle Dienst of een lokale politieafdeling). De kern van de zaak is de verklaring van een opzichter genaamd De Wolff. Er wordt getwijfeld aan de juistheid van de informatie over Mevrouw van Eck (of haar echtgenoot), die een groentehandel drijft.
Mevrouw Van Eck beweert dat zij haar aardappelen betrok van de grossiers Ruhe en Greidanus. De schrijver, Broerse, ondersteunt haar verklaring door te stellen dat het onwaarschijnlijk is dat een groenteman met paard en kar geen aardappelen zou verkopen. Er wordt opdracht gegeven om bij de genoemde grossiers te verifiëren of zij inderdaad aan de familie Van Eck leverden.
Historische Context
Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (winter 1940-1941). In deze periode werden de regels omtrent voedselvoorziening en distributie steeds strenger. De overheid hield nauwlettend toezicht op handelaren om zwarte handel te voorkomen en om te controleren of de rantsoenering correct werd nageleefd.
De vermelding "Just." (Justitie) suggereert dat dit onderdeel is van een strafrechtelijk dossier of een officieel onderzoek naar een overtreding van de distributiewetten. De twijfel over de verklaring van de "Opzichter" duidt op interne controle binnen het ambtelijk apparaat om de feiten boven tafel te krijgen.