Getypte ambtelijke brief met handgeschreven aantekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven aantekeningen. 28 November 1940. Onbekend (vermoedelijk een hoge ambtenaar van de sector Marktwezen of Levensmiddelenvoorziening te Amsterdam). [Handgeschreven, rechtsboven:] U. de Laer [?]
VD/HG.
20/2/4 M.
[Handgeschreven diagonaal door de datum:] Verzonden 28/11
28 November 1940.
Maatregelen inzake
appelenverkoop.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Ten vervolge op mijn brief van 5 November jl. No. 5/65/1 M. heb ik de eer U te berichten, dat mij is gebleken, dat in afwijking van hetgeen daaromtrent in vorengenoemden brief is vermeld, het vervoer van appelen naar marktplaatsen en dergelijke, noch het te koop aanbieden van appelen op de markten is verboden.
Marktkooplieden mogen appelen vervoeren van de Centrale Markt naar hun marktplaats, indien dit vervoer door een vervoersbewijs van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale is gedekt. Het was echter verboden om de appelen vanaf de marktplaats naar huis te brengen en den volgenden dag weer van huis naar de marktplaats; hiervoor werd geen vervoersbewijs verstrekt. Een en ander geschiedde blijkbaar toch clandestien door een aantal marktkooplieden, waarover door andere kooplieden werd geklaagd.
Op de regeling inzake den appelenverkoop wordt toegezien door den Centralen Crisis Contrôle Dienst; ingevolge opdracht van eenige ambtenaren van den Contrôledienst werd ~~aan den Inspecteur van het Marktwezen~~ Zaterdag jl. den verkoop van appelen op de markt Albert Cuypstraat verboden, zoodat Maandag 25 November daaropvolgend dezerzijds aan het marktpersoneel opdracht werd gegeven den verkoop van appelen op de markten niet toe te staan. Deze opdracht heb ik echter kort daarop weder ingetrokken, omdat in een telefonisch gesprek met den plaatselijken leider van den Contrôledienst bleek, dat deze van een dergelijk verbod niet op de hoogte was.
De onderhavige opdracht was, volgens dezen leider, vermoedelijk afkomstig van de Afdeeling Algemeene Contrôle uit Den Haag. Ik heb derhalve hieromtrent op 25 November jl. een brief gericht aan den heer Directeur van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, die mij met zijn brief van 27 November jl. antwoordde. Van beide brieven leg ik in bijlage dezes afschriften over. Inmiddels heb ik op 26 November jl. telefonisch contact gezocht met den Directeur van voornoemde [einde pagina] De kern van dit document betreft bureaucratische verwarring en miscommunicatie over de distributieregels van appels in het begin van de Tweede Wereldoorlog.
- Hoofdpunten:
- Correctie van eerdere informatie: Er is, in tegenstelling tot eerdere berichten, géén algeheel verbod op het vervoer naar of de verkoop van appels op markten, mits men beschikt over de juiste vervoersbewijzen van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale.
- Clandestiene praktijken: Er ontstond onvrede onder kooplieden omdat sommigen appels illegaal mee naar huis namen en de volgende dag weer aanboden, wat formeel niet mocht omdat daarvoor geen vervoersbewijzen werden afgegeven.
- Incident op de Albert Cuypmarkt: Op zaterdag 23 november verboden ambtenaren van de Centrale Crisis Controle Dienst (CCCD) plotseling de verkoop op de Albert Cuypstraat. Dit leidde tot een kettingreactie waarbij de schrijver de verkoop op alle markten wilde verbieden voor de maandag daarop.
- Bevoegdheidsconflict: De lokale leider van de controledienst bleek niet op de hoogte van het verbod, dat vermoedelijk rechtstreeks uit Den Haag kwam. Hierop trok de schrijver zijn verbod weer in en startte een correspondentie met de centrale instanties om duidelijkheid te krijgen. Dit document stamt uit november 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de schaarste aan goederen en voedsel steeds nijpender, wat leidde tot de invoering van een complex systeem van distributiebonnen, vervoersbewijzen en prijsbeheersing.
De genoemde instanties zoals de Centrale Crisis Controle Dienst (CCCD) en de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale waren de uitvoerende organen van dit beleid. De brief illustreert de frictie tussen de lokale Amsterdamse marktorganisatie en de gecentraliseerde controle vanuit Den Haag (vaak onder sterke invloed van de bezetter). De Albert Cuypmarkt wordt specifiek genoemd als plek waar de spanningen tussen regelgeving en de dagelijkse praktijk van de kooplieden zichtbaar werden. Het onderstreept hoe de dagelijkse voedselvoorziening in die tijd veranderde in een strijd met formulieren en reglementen.