Ambtelijke rapportage / interne memo.
Origineel
Ambtelijke rapportage / interne memo. 31 januari 1940. Waarschijnlijk de hoofdopzichter van het Bevelhuis der O.M. (Openbare Markten). (Linkerbovenhoek: handgeschreven data en markeringen: 1/2/40, 3/2/1 en een rode letter M)
A’dam 31 Jan ’40.
Den Heere Administrateur
~~Hoofd~~ Chef der afd. Assurantiezaken
Raadhuis
Hiermede heb ik de eer U te berichten,
dat ~~tijdens de huidige vorstperiode~~
op 24 Januari jl. een lekkage is opgetreden
door een defect in een dilatatie-voeg
van de hal v. de O.M. Door deze lekkage
is een hoeveelheid tabak bedorven
van sigarenmakers, die werkplaatsen
op de derde verdieping der hal hebben
gehuurd. De schade bedraagt,
volgens opgave van belanghebbenden:
B. Van Kleef, (No. H125^A) 6 pond dekblad à f 3.50
B. Ephraim, (No. H.125^B) 10 pond binnengoed à f 0.40
J. Van Beem, (No. H125^C) 8 pond omblad à f 0.60
De hoofdopzichter van het Bevelhuis der
O.M. en ~~de~~ ter plaatse dienstdoende ambtenaar der
directe belastingen, invoerrechten en accijnzen,
(Rechtsonder: 2.0.2.) * Inhoud: Het document betreft een schadeclaim naar aanleiding van wateroverlast. Door een defecte dilatatievoeg (een voeg die het uitzetten en krimpen van bouwmaterialen opvangt) is er op 24 januari 1940 water gelekt in de hal van de Openbare Markten (O.M.). Hierbij is tabak van drie verschillende sigarenmakers aangetast.
* Terminologie: Er wordt specifiek verwezen naar de drie onderdelen van een sigaar: dekblad (de buitenkant), omblad (houdt de vulling bijeen) en binnengoed (de vulling zelf).
* Betrokkenen: De genoemde sigarenmakers (Van Kleef, Ephraim en Van Beem) huurden werkruimte op de derde verdieping van de hal. De naam "Ephraim" duidt op de historisch sterke vertegenwoordiging van de Joodse gemeenschap in de Amsterdamse tabaksnijverheid in die periode.
* Fiscale context: De betrokkenheid van de ambtenaar van de "directe belastingen, invoerrechten en accijnzen" is cruciaal, aangezien tabak een accijnsgoed was. Schade of vernietiging van de voorraad moest officieel worden vastgesteld voor de belastingaangifte en eventuele teruggave of vrijstelling van accijnzen. Dit document is geschreven kort voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Het geeft een inkijkje in de kleinschalige Amsterdamse industrie van die tijd, waarbij ambachtslieden zoals sigarenmakers ruimtes huurden in gemeentelijke gebouwen (in dit geval de markthallen of het Bevelhuis). Het "Bevelhuis der O.M." diende waarschijnlijk als opslagplaats waar goederen onder toezicht van de marktmeester en de fiscus stonden. De vermelding van de "huidige vorstperiode" in de doorgehaalde tekst verwijst naar de zeer strenge winter van 1939-1940, die vaker leidde tot defecten aan gebouwen door bevriezing en dooi.