Officieel bijblad/notitieformulier van een overheidsinstantie (Algemene Zaken).
Origineel
Officieel bijblad/notitieformulier van een overheidsinstantie (Algemene Zaken). Gestempeld op $12$ maart $1940$, met aanvullende aantekeningen tot $15$ maart $1940$. [Kader linksboven]
B I J B L A D V A N :
M. No. $3/3/2/1940$ [doorgehaald]
$12/3-'40$ [stempel]
DOORGEZONDEN: ................................
[Hoofdtekst - handgeschreven in donkere inkt]
Waterschade ontstaan door lekkage van
het gebouw tijdens vorst-dooi periode.
Dit geval analoog met waterschade bij
kleinfabrikanten Strijkers, dat bij
gemeentelijk assurantiefonds is aangebracht.
[Aantekeningen onderaan]
$3/3/3 \text{ M}$ [in rood potlood]
$7$ [in potlood]
$14/3 \text{ } 40$ [rechts, in inkt met initialen, mogelijk 'vD']
$15/3/40 \text{ AS}$ [geparafeerd in inkt]
[Voetnoot]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 De tekst beschrijft een incident waarbij waterschade aan een gebouw is ontstaan als gevolg van een vorst-en-dooi-periode (waarschijnlijk gesprongen leidingen of daklekkage door ijsvorming). De schrijver trekt een vergelijking met een eerdere casus van de "kleinfabrikanten Strijkers". Het doel van de notitie is om te bepalen of deze schade eveneens geclaimd kan worden bij het gemeentelijk assurantiefonds. De diverse data ($12$, $14$ en $15$ maart $1940$) en de verschillende kleuren inkt/potlood duiden op een ambtelijke circulatie waarbij de notitie is gezien en gecategoriseerd (zie het rode nummer $3/3/3\text{ M}$). Het document dateert uit maart $1940$, de periode vlak voor de Duitse inval in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft hier de reguliere gemeentelijke of provinciale administratie. De term "kleinfabrikanten" suggereert een stedelijke omgeving waar kleine industriële bedrijven gevestigd waren. Het gebruik van een "gemeentelijk assurantiefonds" wijst erop dat de overheid in die tijd eigen risico's voor haar gebouwen beheerde via een intern fonds in plaats van externe commerciële verzekeraars. De code onderaan ($1937$) geeft aan dat dit type formulier in oktober $1937$ in een oplage van $10.000$ stuks is gedrukt. M. No
Samenvatting
De tekst beschrijft een incident waarbij waterschade aan een gebouw is ontstaan als gevolg van een vorst-en-dooi-periode (waarschijnlijk gesprongen leidingen of daklekkage door ijsvorming). De schrijver trekt een vergelijking met een eerdere casus van de "kleinfabrikanten Strijkers". Het doel van de notitie is om te bepalen of deze schade eveneens geclaimd kan worden bij het gemeentelijk assurantiefonds. De diverse data ($12$, $14$ en $15$ maart $1940$) en de verschillende kleuren inkt/potlood duiden op een ambtelijke circulatie waarbij de notitie is gezien en gecategoriseerd (zie het rode nummer $3/3/3\text{ M}$).
Historische Context
Het document dateert uit maart $1940$, de periode vlak voor de Duitse inval in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft hier de reguliere gemeentelijke of provinciale administratie. De term "kleinfabrikanten" suggereert een stedelijke omgeving waar kleine industriële bedrijven gevestigd waren. Het gebruik van een "gemeentelijk assurantiefonds" wijst erop dat de overheid in die tijd eigen risico's voor haar gebouwen beheerde via een intern fonds in plaats van externe commerciële verzekeraars. De code onderaan ($1937$) geeft aan dat dit type formulier in oktober $1937$ in een oplage van $10.000$ stuks is gedrukt.