Dienstbrief (doorslag of kopie voor het archief).
Origineel
Dienstbrief (doorslag of kopie voor het archief). 13 maart 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals Publieke Werken). Het Gemeentelijk Assurantiefonds, Raadhuis, Alhier. [Rechtsboven, handgeschreven:]
ter hr. Müller
[Midden boven, getypt:]
VB/HG.
[Linksboven, getypt:]
3/5/1 M.
[Naast bovenstaande, handgeschreven:]
Verzonden 13/3 - '40
[Rechtsmidden, getypt:]
13 Maart 1940.
[Rechtsonder datum, getypt:]
het Gemeentelijk Assurantiefonds,
Raadhuis,
A l h i e r .
[Inhoud, getypt:]
Ingevolge Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 12 Juni 1931, no.3/22 Brandsch.Fonds, heb ik de eer U in bijlage dezes een gespecificeerde opgave te doen toekomen van de objecten, welke voor het jaar 1940 verzekerd behooren te blijven.
[Ondertekening, getypt:]
De Directeur,
[Linksonder, handgeschreven notitie:]
besluit no. 3/22 Brandsch.Fonds +
№ R 10 d.d. 27 Jan. 1936
aan hr. Müller
14/3 - '40 [onleesbare paraaf] * Doel van het document: De brief dient als geleidebrief voor een (niet bijgevoegde) lijst van gemeentelijke eigendommen die in 1940 verzekerd moeten blijven via het eigen assurantiefonds van de gemeente.
* Administratieve procesgang: Het document toont de ambtelijke zorgvuldigheid. Er wordt verwezen naar besluiten van het College van B&W uit 1931 en 1936. De handgeschreven aantekeningen wijzen op de interne route: de brief is op 13 maart verzonden en op 14 maart doorgeleid naar een specifieke ambtenaar, de heer Müller.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U... te doen toekomen"), kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van de vroege 20e eeuw.
* Visuele kenmerken: Het gebruik van "A l h i e r" met spaties was een standaardconventie om aan te geven dat de ontvanger zich in dezelfde plaats bevond als de afzender. Dit document stamt uit maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het laat zien dat de normale gemeentelijke administratie en de zorg voor het stedelijk bezit (brandverzekering) tot op het laatste moment volgens vaste procedures doorgingen. Veel gemeenten hadden in die tijd een eigen 'Brandschadefonds' of assurantiefonds om de kosten van verzekeringen voor publieke gebouwen en objecten in eigen beheer te houden of collectief af te dekken. De verwijzing naar het besluit uit 1931 suggereert een langlopende regeling voor de verzekering van gemeentelijk vastgoed of inventaris. Publieke Werken
Samenvatting
- Doel van het document: De brief dient als geleidebrief voor een (niet bijgevoegde) lijst van gemeentelijke eigendommen die in 1940 verzekerd moeten blijven via het eigen assurantiefonds van de gemeente.
- Administratieve procesgang: Het document toont de ambtelijke zorgvuldigheid. Er wordt verwezen naar besluiten van het College van B&W uit 1931 en 1936. De handgeschreven aantekeningen wijzen op de interne route: de brief is op 13 maart verzonden en op 14 maart doorgeleid naar een specifieke ambtenaar, de heer Müller.
- Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U... te doen toekomen"), kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van de vroege 20e eeuw.
- Visuele kenmerken: Het gebruik van "A l h i e r" met spaties was een standaardconventie om aan te geven dat de ontvanger zich in dezelfde plaats bevond als de afzender.
Historische Context
Dit document stamt uit maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het laat zien dat de normale gemeentelijke administratie en de zorg voor het stedelijk bezit (brandverzekering) tot op het laatste moment volgens vaste procedures doorgingen. Veel gemeenten hadden in die tijd een eigen 'Brandschadefonds' of assurantiefonds om de kosten van verzekeringen voor publieke gebouwen en objecten in eigen beheer te houden of collectief af te dekken. De verwijzing naar het besluit uit 1931 suggereert een langlopende regeling voor de verzekering van gemeentelijk vastgoed of inventaris.