Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie 13 maart 1940 De Directeur (onbekend van welke afdeling, vermoedelijk Gemeentewerken of Financiën) [Handgeschreven rechtsboven:]
ter fr. Müller
extra
[Getypt linksboven:]
VB/HG.
3/5/1 M.
[Getypt rechts:]
13 Maart 1940.
het Gemeentelijk Assurantiefonds,
Raadhuis,
A l h i e r .
Ingevolge Besluit van Burgemeester en Wethouders
d.d. 12 Juni 1931, no.3/22 Brandsch.Fonds, heb ik de eer U
in bijlage dezes een gespecificeerde opgave te doen toekomen
van de objecten, welke voor het jaar 1940 verzekerd behooren
te blijven.
De Directeur, Deze brief dient als formele begeleiding bij een bijlage (die hier niet aanwezig is). Het doel is het actualiseren van de verzekeringsportefeuille van de gemeente voor het jaar 1940.
De tekst is opgesteld in de toen gebruikelijke formele ambtelijke stijl, getuige zinsneden als "heb ik de eer U" en de spelling "behooren". Er wordt verwezen naar een specifiek besluit uit 1931 betreffende het "Brandsch.Fonds" (Brandschadefonds), wat duidt op een interne gemeentelijke regeling voor het dekken van brandrisico's aan publieke gebouwen of eigendommen.
De term "Alhier" in het adresveld geeft aan dat zowel de afzender als de ontvanger in dezelfde gemeente (en waarschijnlijk zelfs in hetzelfde gebouw, het Raadhuis) gevestigd zijn. De datum van het document, 13 maart 1940, is historisch relevant. Het is slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Uit het document blijkt dat de dagelijkse ambtelijke routine in Nederland op dat moment nog volledig normaal functioneerde, inclusief de jaarlijkse administratieve beslommeringen rondom verzekeringen.
Het "Gemeentelijk Assurantiefonds" was een veelvoorkomend fenomeen waarbij gemeenten zelf reserves opbouwden om schade aan hun eigendommen te dekken, in plaats van alles bij externe commerciële verzekeraars onder te brengen. Dit was vaak kostenefficiënter voor grote gemeenten met veel vastgoed. De handgeschreven notitie "ter fr. Müller" (mogelijk "ter attentie van" of een paraaf voor archivering) wijst op de behandeling door een specifieke ambtenaar.
Samenvatting
Deze brief dient als formele begeleiding bij een bijlage (die hier niet aanwezig is). Het doel is het actualiseren van de verzekeringsportefeuille van de gemeente voor het jaar 1940.
De tekst is opgesteld in de toen gebruikelijke formele ambtelijke stijl, getuige zinsneden als "heb ik de eer U" en de spelling "behooren". Er wordt verwezen naar een specifiek besluit uit 1931 betreffende het "Brandsch.Fonds" (Brandschadefonds), wat duidt op een interne gemeentelijke regeling voor het dekken van brandrisico's aan publieke gebouwen of eigendommen.
De term "Alhier" in het adresveld geeft aan dat zowel de afzender als de ontvanger in dezelfde gemeente (en waarschijnlijk zelfs in hetzelfde gebouw, het Raadhuis) gevestigd zijn.
Historische Context
De datum van het document, 13 maart 1940, is historisch relevant. Het is slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Uit het document blijkt dat de dagelijkse ambtelijke routine in Nederland op dat moment nog volledig normaal functioneerde, inclusief de jaarlijkse administratieve beslommeringen rondom verzekeringen.
Het "Gemeentelijk Assurantiefonds" was een veelvoorkomend fenomeen waarbij gemeenten zelf reserves opbouwden om schade aan hun eigendommen te dekken, in plaats van alles bij externe commerciële verzekeraars onder te brengen. Dit was vaak kostenefficiënter voor grote gemeenten met veel vastgoed. De handgeschreven notitie "ter fr. Müller" (mogelijk "ter attentie van" of een paraaf voor archivering) wijst op de behandeling door een specifieke ambtenaar.