Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 12 juni 1940. GEMEENTE AMSTERDAM
№ 3/8/1 M.1940 [14/6]
Afd.Ass.Z.
No. I A 5ª
[handgeschreven paraaf: Th. Boene?]
Amsterdam, 12 Juni 1940.
[handgeschreven aantekening: in div № Jh. Lissone]
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
De buitengewone omstandigheden, waarin ons land is komen te verkeeren, hebben op het gebied van het verzekeringswezen, meer in het bijzonder op dat van de schadeverzekering, moeilijkheden veroorzaakt. Hoewel de toestand nog weinig overzichtelijk is, staat het wel vast, dat, indien Engelsche maatschappijen bij assurantie en re-assurantie zijn betrokken, onder meer de afdoening van schaden, althans van het Engelsche deel, voorshands niet zal plaats hebben.
Aangezien hiermede ook belangen van de Gemeente gemoeid zijn, is het, meer nog dan tot dusver, zaak, dat alles in het werk wordt gesteld, om schade zooveel mogelijk te voorkomen. Dit geldt in de eerste plaats ten aanzien van brandschade. Al het mogelijke dient te worden gedaan om het brandgevaar te beperken. Hoewel het hoofd van den betreffenden tak van dienst, bedrijf of administratie het beste kan beoordeelen, welke maatregelen daartoe voor een bepaald object noodig zijn, vestigen wij in het algemeen de aandacht op de volgende mogelijkheden:
- een rookverbod voor magazijnen, opslagplaatsen, e.d.;
- een bijzondere contrôle na het gebruik van open vuren, soldeerlampen, e.d.;
- het loopen van ronden na afloop van den diensttijd en gedurende den nacht;
- een rookverbod voor ambtenaren na een bepaald uur in den middag, in het bijzonder voor administraties, gevestigd in oude en brandgevaarlijke gebouwen.
Voorts is het noodzakelijk, dat bij het verkeer te land en te water (motorvoertuigen, rijwielen, motorvaartuigen, tramwagens) door een stipte inachtneming van de ter zake geldende voorschriften en regelingen, en door het betrachten van die voorzichtigheid, welke in het algemeen geboden is, de Gemeente zooveel doenlijk wordt gevrijwaard voor schadeacties.
A a n
Hoofden van Diensten, Bedrijven
en Administraties.
[3] Dit document is een interne instructie van de Gemeente Amsterdam, gericht aan alle hoofden van gemeentelijke diensten. De kern van de brief is risicobeheersing.
Door de Duitse inval en de daaropvolgende bezetting zijn de banden met het Verenigd Koninkrijk verbroken. De brief wijst expliciet op de "Engelsche maatschappijen": omdat veel (her)verzekeringen bij Britse firma's liepen, kunnen schadeclaims niet meer worden afgehandeld. Dit creëert een groot financieel risico voor de gemeente.
De voorgestelde oplossingen zijn preventief:
1. Brandpreventie: Verscherpte regels voor roken en open vuur, en het instellen van nachtelijke rondes.
2. Verkeersveiligheid: Een oproep tot voorzichtigheid in het verkeer om aansprakelijkheidsclaims tegen de gemeente te voorkomen.
De toon is zakelijk en dringend, typerend voor de vroege bezettingsperiode waarin de administratie probeerde de grip op de zaak te houden ondanks de totale ontwrichting van het internationale economische verkeer. De datum van de brief, 12 juni 1940, is cruciaal. De Nederlandse capitulatie vond minder dan een maand daarvoor plaats (15 mei 1940). Nederland was nu bezet gebied.
De "buitengewone omstandigheden" zijn een eufemisme voor de staat van oorlog en bezetting. Het feit dat Britse verzekeraars niet meer kunnen uitbetalen, komt doordat de bezetter transacties met de vijand (Groot-Brittannië) verbood en het betalingsverkeer lamlegde. Amsterdam, destijds een stad met veel houten constructies en oude gebouwen, was zeer kwetsbaar voor brand. In een tijd dat verzekeringen onzeker waren, was fysieke preventie de enige overgebleven waarborg voor het behoud van gemeentelijk bezit.