Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam. 8 maart 1940. [Stempel linksboven:] № 4/2 / M. 1940 10/3 [handgeschreven toevoeging]
No. 320/20.3 Fin. '40.
285 Lm. 1940 [handgeschreven]
[Rechtsboven handgeschreven:] Marktw.
Begrooting 1941.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
[Stempel rechts:] Gezien [gevolgd door handtekening/paraaf, lijkt op VLie]
Vrijdag, 8 Maart 1940.
De Wethouder voor de Financiën zegt het gewenscht te achten, aan de hoofden van diensten en bedrijven enkele mededeelingen te doen omtrent de ontwerp-begrooting voor 1941 en stelt mitsdien aan de Vergadering voor het volgende besluit te nemen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
Gehoord de mededeelingen van den Wethouder voor de Financiën;
B e s l u i t e n:
aan de hoofden van diensten en bedrijven mede te deelen, dat de gegevens voor de begrooting van 1941 uiterlijk 1 Mei a.s. moeten zijn ingezonden en dat bij het samenstellen daarvan het volgende is in acht te nemen:
a. Tot grondslag van de ramingen moet worden genomen de thans bestaande toestand. Uitgegaan moet derhalve worden van de tegenwoordige prijzen en ~~ten aanzien van het gemobiliseerde personeel zal zijn te ramen, voor zoover dit personeel kostwinner is, de volle gemeentelijke bezoldiging, verminderd met de militaire belooning en eventueel de kostwinnersvergoeding en voor het overige gemobiliseerde personeel 70% in de gemeentelijke bezoldiging, verminderd met de militaire belooning.~~ [deze passage is deels onderstreept en deels doorgehaald]
b. Gestreefd behoort te worden naar verlaging van de uitgaven en versterking van de inkomsten, ten einde het nog steeds bestaande tekort tot zoo gering mogelijke proporties terug te brengen.
Aldus wordt besloten.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan alle afdeelingen der Gemeentesecretarie, welke voor doorzending naar de hoofden van diensten en bedrijven hebben zorg te dragen, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), den Gemeente-ontvanger en het Pensioenbureau.
EL
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER. Dit document is een officieel besluit van het Amsterdamse college van B&W betreffende de financiële planning voor het jaar 1941. Enkele opvallende zaken:
- Begrotingsdiscipline: Er is sprake van een "nog steeds bestaand tekort", waarbij de hoofden van de diverse gemeentelijke diensten (zoals het Marktwezen, zie handgeschreven notitie "Marktw") worden gemaand tot zuinigheid.
- Mobilisatie-impact: In punt 'a' wordt expliciet verwezen naar het "gemobiliseerde personeel". Dit herinnert eraan dat Nederland in maart 1940 weliswaar nog neutraal was, maar dat het leger al sinds augustus 1939 op volle sterkte was. De gemeente moest beslissen hoe om te gaan met de salarissen van ambtenaren die in militaire dienst waren geroepen.
- Correcties: De passage over de berekening van de bezoldiging van gemobiliseerden is handmatig doorgehaald. Dit suggereert dat de regeling vlak na het opstellen van dit extract is gewijzigd of dat er een aparte, meer actuele regeling voor in de plaats kwam.
- Administratieve proces: Het document is een "extract" (uittreksel), bedoeld voor interne verspreiding naar alle afdelingen van de gemeentesecretarie. De datum 8 maart 1940 is cruciaal. Het is precies twee maanden voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). De sfeer in Amsterdam was er een van gespannen afwachten. Terwijl de stad probeerde de normale bureaucratie en begrotingscycli (voor 1941) voort te zetten, drukten de kosten van de mobilisatie en de economische onzekerheid zwaar op de begroting.
Willem van Lier, de ondertekenaar, was de gemeentesecretaris van Amsterdam. De wethouder van Financiën waar naar verwezen wordt, was in deze periode de SDAP-politicus Florentinus Marinus Wibaut (of zijn directe opvolger/vervanger in die woelige periode). De strikte deadline van 1 mei voor het inleveren van begrotingscijfers zou door de inval van mei 1940 voor veel diensten waarschijnlijk onhaalbaar blijken of irrelevant worden door de nieuwe werkelijkheid van de bezetting.