Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 29 maart 1940. No. 320/20.3 Fin. 1940. Begrooting 1941.
285 Km. 1940 Marthe [?]
E x t r a c t h.i. [?] 25
uit het Boek der Besluiten van M. Giller [?]
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 29 Maart 1940.
De Wethouder voor de Financiën deelt aan de Vergadering mede, dat, aangezien het
bedrag der kostwinnersvergoedingen, voor zoover betrekking hebbende op gemobiliseerd
Gemeentepersoneel thans nog niet bekend is, het voor de bedrijven en diensten be-
zwaar oplevert hiermede bij de raming der begrootingscijfers voor het jaar 1941 reke-
ning te houden. In verband hiermede stelt hij voor het volgende besluit te nemen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
Gehoord de mededeelingen van den Wethouder voor de Financiën;
B e s l u i t e n :
a. aan de Hoofden van diensten en bedrijven mede te deelen, dat, aangezien het be-
drag der kostwinnersvergoedingen voor zoover betrekking hebbende op gemobiliseerd
Gemeentepersoneel thans nog niet bekend is, dit bedrag, in afwijking van het be-
paalde sub a van het besluit van 8 Maart 1940, No. 320/20.3 Fin. 1940 bij de raming
der begrootingscijfers voor 1941 buiten beschouwing behoort te worden gelaten;
b. te bepalen, dat het bedrag dat ter zake van eventueele kostwinnersvergoeding op
de bezoldiging van gemobiliseerd Gemeentepersoneel in mindering behoort te komen,
op één afzonderlijken ontvangstpost op de begrooting voor 1941 zal worden geraamd,
doch dat de werkelijk ingehouden bedragen door de diensten en bedrijven recht-
streeks in de desbetreffende posten van rekening zullen moeten worden opgenomen;
c. den Wethouder voor de Arbeidszaken uit te noodigen te zijner tijd in overleg met
den Burgemeester (M.Z.) de noodige gegevens voor de raming van den sub b bedoel-
den post aan den Wethouder voor de Financiën in te zenden.
Aldus wordt besloten.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan alle afdeelingen der Gemeen-
tesecretarie, welke voor doorzending naar de hoofden van diensten en bedrijven heb-
ben zorg te dragen, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), den Ge-
meente-ontvanger en het Pensioenbureau.
EL Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
Nº 4/6/1 M. 1940 ''/y (get.) VAN LIER. 4 Dit document is een formeel uittreksel van een besluit genomen door het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam op 29 maart 1940. Het besluit handelt over een technische begrotingskwestie voor het jaar 1941.
Vanwege de mobilisatie van gemeentepersoneel moesten er kostwinnersvergoedingen worden uitgekeerd. Omdat de exacte omvang van deze kosten op dat moment onvoorspelbaar was, werd besloten om de hoofden van de diverse gemeentediensten te ontlasten: zij hoefden deze kosten niet individueel per dienst te ramen in hun begrotingscijfers voor 1941. In plaats daarvan zou er één centrale verzamelpost op de begroting komen. Wel moesten de werkelijke uitgaven achteraf correct in de administratie van de betreffende diensten worden verwerkt. Het besluit is getekend door de Secretaris, Van Lier. De datum van het document, 29 maart 1940, is historisch significant. Nederland bevond zich op dat moment in de periode van de 'Mobilisatie' (augustus 1939 - mei 1940), vlak voor de Duitse inval op 10 mei 1940. Tienduizenden mannen, waaronder veel ambtenaren van de gemeente Amsterdam, waren onder de wapenen geroepen.
Voor de achterblijvende gezinnen van deze gemobiliseerden bestonden er regelingen voor inkomenscompensatie (kostwinnersvergoedingen). Dit document illustreert de administratieve en financiële complexiteit die de oorlogsdreiging en de bijbehorende mobilisatie met zich meebrachten voor het lokale bestuur. De onzekerheid over hoe lang de mobilisatie zou duren, maakte een accurate begroting voor het volgende jaar (1941) vrijwel onmogelijk, wat leidde tot de hier beschreven pragmatische administratieve oplossing.