Handgeschreven concept of kladnotitie voor een ambtelijk besluit.
Origineel
Handgeschreven concept of kladnotitie voor een ambtelijk besluit. (Doorgehaald tekstblok bovenaan)
B. en W. kunnen vooralsnog geen aanleiding
vinden, om ~~den beperkt~~ de straathandel te binden
aan vaste standplaatsen of markten, waardoor
het ~~geheel~~ venten geheel ~~onmogelijk~~ zou
worden gemaakt. ( 3
(Definitieve tekst onderaan)
Ten aanzien van de vraag om de
straathandel te binden aan vaste stpl. [standplaatsen]
en markten, meenen B. en W., dat voor
een dergelijke verstrekkende maatregel, die
het venten in het algemeen geheel onmogelijk zou maken,
op dit oogenblik geen voldoende aanleiding
bestaat. [ ] Het document toont het proces van redactie voor een officieel antwoord of besluit van een gemeentebestuur. De kern van de tekst is een afwijzing van een voorstel om straathandel (het venten) te beperken tot vaste locaties.
- Redactie: Het bovenste gedeelte is een eerste opzet die met een groot kruis is doorgehaald. De onderste tekst is de herziene versie, waarin de formulering formeler is gemaakt ("Ten aanzien van de vraag..." en "meenen B. en W.").
- Argumentatie: Het college voert aan dat het binden van straathandel aan vaste plaatsen het "venten" (het rondtrekken met handel) feitelijk onmogelijk zou maken. Men vindt deze maatregel op dat moment te "verstrekkend".
- Terminologie: Het gebruik van de afkorting "stpl." voor standplaatsen en de oude spelling ("meenen", "oogenblik") is kenmerkend voor ambtelijke stukken uit de betreffende periode. Rond de eeuwwisseling (ca. 1900) was straathandel een veelvoorkomend verschijnsel in Nederlandse steden. Het was vaak een bron van inkomsten voor de armste inwoners, maar het leidde ook tot klachten over overlast, hygiëne en oneerlijke concurrentie voor gevestigde winkeliers. Gemeenten probeerden deze handel te reguleren via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Dit document illustreert de terughoudendheid van een gemeentebestuur om de bewegingsvrijheid van straatverkopers volledig aan banden te leggen, waarschijnlijk uit angst om een hele beroepsgroep hun broodwinning te ontnemen.
Samenvatting
Het document toont het proces van redactie voor een officieel antwoord of besluit van een gemeentebestuur. De kern van de tekst is een afwijzing van een voorstel om straathandel (het venten) te beperken tot vaste locaties.
- Redactie: Het bovenste gedeelte is een eerste opzet die met een groot kruis is doorgehaald. De onderste tekst is de herziene versie, waarin de formulering formeler is gemaakt ("Ten aanzien van de vraag..." en "meenen B. en W.").
- Argumentatie: Het college voert aan dat het binden van straathandel aan vaste plaatsen het "venten" (het rondtrekken met handel) feitelijk onmogelijk zou maken. Men vindt deze maatregel op dat moment te "verstrekkend".
- Terminologie: Het gebruik van de afkorting "stpl." voor standplaatsen en de oude spelling ("meenen", "oogenblik") is kenmerkend voor ambtelijke stukken uit de betreffende periode.
Historische Context
Rond de eeuwwisseling (ca. 1900) was straathandel een veelvoorkomend verschijnsel in Nederlandse steden. Het was vaak een bron van inkomsten voor de armste inwoners, maar het leidde ook tot klachten over overlast, hygiëne en oneerlijke concurrentie voor gevestigde winkeliers. Gemeenten probeerden deze handel te reguleren via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Dit document illustreert de terughoudendheid van een gemeentebestuur om de bewegingsvrijheid van straatverkopers volledig aan banden te leggen, waarschijnlijk uit angst om een hele beroepsgroep hun broodwinning te ontnemen.