Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 23 april 1940. Een ongenoemde directeur van een niet nader gespecificeerde dienst (mogelijk uit Woerden, gezien de handgeschreven kanttekening). Den Heer Directeur van Markten en Beurzen, Raadhuis, Rotterdam. [Handgeschreven rechtsboven:] ter. M. Moen
[Getypt linksboven:]
vP/HG.
5/24/1 M. [Handgeschreven:] Woerden 23/4-'40.
[Getypt rechts:]
23 April 1940.
den Heer Directeur van
Markten en Beurzen,
Raadhuis,
R O T T E R D A M .
In verband met het bezoek dat de heer Broerse van
mijn dienst op 20 dezer aan de groente- en fruitmarkt Noord-
plein ten Uwent bracht, interesseert ons nog te weten, hoe-
veel ongeveer de aanvoer per jaar van groente en fruit op
die markt bedraagt (zooveel mogelijk gespecificeerd). De
aanvoer per schip wordt niet bedoeld, voor zoover deze niet
op de markt wordt verkocht. Het gaat namelijk om de vraag of
in Rotterdam veel handel buiten de markt om wordt verkocht,
zoogenaamd geleurd. Mocht U mij nog andere gegevens omtrent
den omvang van het "leuren" kunnen verschaffen, dan zou mij
zulks zeer aangenaam zijn.
Voor de ten deze door U te nemen moeite, betuig ik
U bij voorbaat mijn dank.
De Directeur, De brief is een formeel informatieverzoek tussen twee overheidsinstanties. De schrijfstijl is typisch voor die tijd: beleefd, afstandelijk en gebruikmakend van de toen geldende spelling (bijv. "zooveel", "zoogenaamd", "den omvang").
De kern van de vraag is tweeledig:
1. Kwantitatieve data: Men wil weten hoeveel groente en fruit er jaarlijks op de markt aan het Noordplein wordt aangevoerd.
2. Economisch inzicht: Men is specifiek geïnteresseerd in de informele economie, oftewel de handel die buiten de officiële markt omgaat via "leuren" (straatverkoop aan de deur). Men wil weten hoe groot dit aandeel is ten opzichte van de gereguleerde marktverkoop.
Opvallend is dat aanvoer per schip expliciet wordt uitgesloten, tenzij de waar direct op de markt wordt verkocht. Dit wijst erop dat de afzender geïnteresseerd is in de lokale distributiestructuur en niet in de doorvoerhandel. De datum van de brief, 23 april 1940, is historisch zeer relevant. Het is minder dan drie weken voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940) en het daaropvolgende bombardement op Rotterdam (14 mei 1940). De Noordpleinmarkt was in die tijd een vitale schakel in de voedselvoorziening van de stad.
De interesse in het "leuren" kan voortkomen uit beleidsoverwegingen rondom marktregulering, belastingheffing of hygiënecontrole. In tijden van economische spanning of naderende schaarste probeerde de overheid vaak meer grip te krijgen op informele handelsstromen om de distributie van goederen beter te kunnen beheersen. De genoemde "heer Broerse" was waarschijnlijk een inspecteur of ambtenaar die belast was met het verzamelen van deze gegevens in het veld.