Dienstmededeling / Circulaire
Origineel
Dienstmededeling / Circulaire 11 Maart 1940 Gemeentebestuur van Amsterdam, Gemeentelijk Materialen Bureau Hoofden van Diensten en Bedrijven (van de gemeente Amsterdam) GEMEENTEBESTUUR VAN AMSTERDAM
GEMEENTELIJK MATERIALEN BUREAU
AMSTERDAM (C.), 11 Maart 1940.
SINT AGNIETENSTRAAT 4, TEL. 43130, TOESTELLEN 483, 568, 569.
AAN
Hoofden van Diensten en Bedrijven.
Nº 7/5/1 M.1940 12/3 [stempel] [handgeschreven:] uit Sec
Van den Directeur van het Rijksbureau voor Rubber werd bericht ontvangen, dat een regeling in voorbereiding is, welke beoogt voor grootverbruikers van autobanden een gemakkelijker voorziening in de voor hunne bedrijven benoodigde autobanden te treffen.
Onder grootverbruiker wordt verstaan degene, die in zijn bedrijf gebruikt of exploiteert een zoodanig aantal motorrijtuigen of aanhangwagens, dat het totaal aantal wielen minstens twintig bedraagt (met motorrijtuigen en aanhangwagens wordt bedoeld hetgeen daaronder verstaan wordt in art. 1 van het Wegenverkeersreglement).
Deze grootverbruikers behoefden tot dusver niet te zijn ingeschreven bij het Rijksbureau voor Rubber, doch zij zullen daartoe binnenkort verplicht worden.
Beleefd verzoek ik mij ten spoedigste en wel uiterlijk 16 Maart a.s. te willen mededeelen hoeveel personenauto's, aanhangwagens en motorrijwielen bij Uw bedrijf of dienst in gebruik zijn.
fdJ
Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialen Bureau,
Ir. E.de Kruyff.
1000-11-'39 Dit document is een officiële administratieve circulaire van de gemeente Amsterdam, gedateerd op 11 maart 1940. De toon is zakelijk en dwingend, wat blijkt uit de gestelde deadline van slechts vijf dagen (vóór 16 maart).
De kern van de brief is het verzamelen van gegevens over het wagenpark van verschillende gemeentelijke diensten. Dit gebeurt op last van het "Rijksbureau voor Rubber". Er wordt een specifieke definitie gegeven van een 'grootverbruiker': een entiteit die voertuigen met in totaal minstens twintig wielen beheert. Het doel is om deze grootverbruikers te registreren voor een nieuwe regeling die de distributie van autobanden moet stroomlijnen.
Opvallende details zijn het gebruik van de archaïsche spelling (bijv. "benoodigde", "zoodanig") en de vermelding van Ir. E. de Kruyff als hoofd van het Gemeentelijk Materialen Bureau. De stempel en handgeschreven aantekeningen wijzen op de formele archivering binnen de gemeentelijke bureaucratie. De datum van het document, 11 maart 1940, is van cruciaal historisch belang. Nederland bevond zich op dat moment in de periode van de mobilisatie, twee maanden voor de Duitse inval in mei 1940. Hoewel Nederland nog neutraal was, waren de gevolgen van de internationale spanningen en de oorlog in de rest van Europa al merkbaar.
Grondstoffen zoals rubber waren van strategisch belang en werden schaars door de verstoorde wereldhandel. De overheid stelde "Rijksbureaus" in (zoals het Rijksbureau voor Rubber) om de distributie van vitale goederen te controleren en te rantsoeneren. Dit document illustreert de voorbereidingen op een oorlogseconomie waarbij de overheid grip probeerde te krijgen op de beschikbare voorraden en het verbruik van essentiële materialen door grootverbruikers, waaronder de eigen gemeentelijke diensten. Het is een tastbaar bewijs van de groeiende schaarste en de daaruit voortvloeiende bureaucratische controle vlak voor het uitbreken van de oorlog in Nederland.