Dienstvoorschrift of circulaire betreffende de administratie van autobanden.
Origineel
Dienstvoorschrift of circulaire betreffende de administratie van autobanden. Voorraad nieuwe banden.
De hoeveelheden vermeld in de kolommen d van formulier RBR. 30 dienen gevoegd te worden bij Uw voorraad „losse nieuwe banden” en dus administratief gevoegd te worden bij die, vermeld in kolom 7 v. form. RBR. 28,
$\text{voor zoover betreft} \begin{cases} \text{vrachtautobanden} \ \text{pers. autobanden} \ \text{motorrijwielbanden} \end{cases} \text{bij die, vermeld in kolom} \begin{matrix} 7 \text{ v. form. RBR. 28,} \ 57 \text{ ,, ,, ,, 28,} \ 37 \text{ ,, ,, ,, 28.} \end{matrix}$
De banden reeds door U in deze kolommen vermeld op formulier RBR. 28 plus die uit de kolommen d van formulier RBR. 30 vormen aldus Uw „voorraad losse nieuwe banden”.
Definitief onbruikbaar worden van een band.
Indien een op een wiel gemonteerde band definitief onbruikbaar wordt, is de gang van zaken, dat U onmiddellijk
1. den onbruikbaar geworden band demonteert en een band uit Uw bruikbaren voorraad (kolommen 5, 55 of 35) monteert,
2. een „vergunning tot verbruik” (RBR. 25) aanvraagt en zoodra U die is toegestaan,
3. den toegewezen nieuwen band overbrengt van Uw „voorraad losse nieuwe banden” (kolommen 7, 57 of 37) naar Uw „bruikbaren voorraad” (kolommen 5, 55 of 35),
4. den onbruikbaar geworden band met de vergunning tot verbruik (tevens vervoerbewijs, voor den ouden band) aan het pakhuis van het Rijksbureau opzendt.
Uit het bovenstaande blijkt, dat Uw voorraad „bruikbare banden” op deze wijze steeds even groot blijft, dus ook Uw bedrijfszekerheid steeds even groot is.
Wèl vermindert Uw voorraad „losse nieuwe banden” geregeld door de toegestane vergunningen tot verbruik.
Indien de Nederlandsche bandenvoorraad het echter toelaat, is de bedoeling door het zenden van verdere formulieren RBR. 30, U in staat te stellen Uw „voorraad losse nieuwe banden” op peil te houden en zoo mogelijk uit te breiden.
Banden uit kolom 6 (dus banden, die reeds onbruikbaar waren, toen U als grootverbruiker werd ingeschreven) mogen nimmer aan het Rijksbureau voor Rubber worden gezonden. De specificatie daarvan is (op formulier RBR. 29) in het bezit van het Rijksbureau voor Rubber, hetwelk dit uiteraard controleert. U kunt deze banden verkoopen aan een ingeschreven oudebandenhandelaar, die daartoe een vervoervergunning (RBR. 6) dient aan te vragen.
De Directeur van het
Rijksbureau voor Rubber :
H. v. D. VAART. * Lay-out: Het document is een zakelijke instructie met een duidelijke hiërarchie. Er wordt gebruikgemaakt van vette koppen en een genummerde lijst voor procedures. Opvallend is het gebruik van accolades en kolommen om verschillende voertuigcategorieën (vrachtauto's, personenauto's, motoren) efficiënt te adresseren.
* Stijl en Taal: De tekst hanteert een formele, bureaucratische toon die kenmerkend is voor overheidscommunicatie uit de eerste helft van de 20e eeuw. De spelling is verouderd (bijv. "zoodra", "verkoopen", "bruikbaren").
* Terminologie: Er wordt veelvuldig verwezen naar specifieke formulieren (RBR. 30, 28, 25, 29, 6) en kolomnummers, wat wijst op een strak gereguleerd administratief systeem. De focus ligt op het behoud van "bedrijfszekerheid" door een strikt één-voor-één vervangingsbeleid.
* Fysieke staat: De scan toont een goed bewaard exemplaar met lichte verkleuring en een vouw aan de linkerzijde, wat duidt op archivering in een map. Dit document is afkomstig van het Rijksbureau voor Rubber, een Nederlandse overheidsinstantie die tijdens de Tweede Wereldoorlog (onder de Duitse bezetting) en in de vroege wederopbouwperiode toezicht hield op de distributie en het gebruik van rubber. Vanwege de extreme schaarste aan grondstoffen was rubber "op de bon".
Bedrijven die als "grootverbruiker" waren aangemerkt, moesten elke beweging in hun bandenvoorraad nauwgezet verantwoorden. De instructie beschrijft het gesloten systeem waarbij een nieuwe band pas uit de reservevoorraad mocht worden genomen nadat een oude band definitief onbruikbaar was verklaard en ingeleverd bij een rijkspakhuis. Dit systeem was essentieel om te voorkomen dat er een zwarte markt in banden ontstond en om ervoor te zorgen dat essentieel transport (zoals distributie van voedsel) kon blijven doorgaan. De vermelding van "indien de Nederlandsche bandenvoorraad het toelaat" onderstreept de precaire situatie van de nationale reserves. Rijksbureau