Gedrukt formulier/bijlage met voorwaarden voor een vergunning.
Origineel
Gedrukt formulier/bijlage met voorwaarden voor een vergunning. VOORWAARDEN
Aan de Vergunning tot Verbruik worden door den Directeur van het Rijksbureau voor Rubber de volgende voorwaarden verbonden :
- De Grootverbruiker — aanvrager van de Vergunning tot Verbruik — dient de aanvrage te onderteekenen.
- Handteekeningen moeten worden geplaatst door tot teekenen bevoegden.
- Handteekeningen moeten duidelijk leesbaar zijn, terwijl zoo noodig de naam in blokletters moet worden herhaald.
- Zij die voor of namens diensten, bedrijven, vennootschappen enz. teekenen, hebben dit te doen onder den volledigen naam dezer diensten, bedrijven enz. en met vermelding van de functie of volmacht, die hen in staat stelt te teekenen (dienstchef, directeur, p.p. enz.).
- Uitdrukkelijke voorwaarde is, dat binnen 24 uur na ontvangst van de Vergunning tot Verbruik, de oude band(en) tot wiens (wier) vervanging de toegestane verbruiksvergunning dient, rechtstreeks en franco wordt(en) opgezonden aan het Rijksbureau voor Rubber, Pakhuis Vianen, Oud Entrepôtdok No. 76, Kadijksplein, Amsterdam, zulks onder dekking van en derhalve tezamen met het origineel van de verleende vergunning tot verbruik.
- De Groot-verbruiker is verplicht een voorraad-administratie per bandenmaat en bandensoort bij te houden, die in staat stelt de gegevens van de formulieren R.B.R. 28 en 29 gemakkelijk met den voorraad en de administratie daarvan te vergelijken.
- De grootverbruiker verplicht zich alle verlangde opgaven, ook op latere tijdstippen, aan het Rijksbureau voor Rubber te verstrekken en contrôle van het Rijksbureau voor Rubber op zijn bandenvoorraad op eerste aanvrage toe te staan. Hij verplicht zich geen banden uit zijn voorraad nieuwe banden in gebruik te nemen, vóór hij een verbruiksvergunning (R.B.R. 25) heeft verkregen.
- De grootverbruiker verplicht zich nadrukkelijk en zonder voorbehoud géén banden uit zijn voorraad aan derden te verstrekken, behoudens nadrukkelijke vergunning van het Rijksbureau voor Rubber.
- De onderteekenaar blijft ten volle en zonder voorbehoud aansprakelijk voor de volledige en juiste afwikkeling van al hetgeen voorgeschreven is.
- Verdere voorwaarden :
BELANGRIJK. Gewezen wordt op art. 18 van de distributiewet 1939, waarbij straffen zijn bepaald van ten hoogste 4 jaar gevangenisstraf of geldboete van ten hoogste f 10.000.— voor allen, die de voorschriften niet nakomen, onjuiste of onvoldoende mededeelingen verstrekken, enz., enz.
Het aanvragen van vergunningen is onnoodig bij vorderingen van banden door de Militaire Autoriteiten. Door of namens het Departement van Defensie kan op de bij dit Departement gebruikelijke wijze gekocht worden. De Grootverbruiker dient echter het Rijksbureau voor Rubber onmiddellijk te berichten, zoowel van buiten- als binnenbanden de hoeveelheden per maat, die gevorderd zijn, onder vermelding van het legeronderdeel ten behoeve waarvan werd gevorderd. Dit document is een strikt juridisch en administratief kader voor het beheer van schaarse goederen (rubberbanden) tijdens een crisissituatie. De kernpunten van de analyse zijn:
- Extreme Controle: De overheid houdt via het Rijksbureau voor Rubber de volledige keten in de gaten. Men mag niet zomaar nieuwe banden gebruiken; er moet een 'verbruiksvergunning' zijn, en oude banden moeten fysiek worden ingeleverd (punt 5) om misbruik of zwarte handel te voorkomen.
- Administratieve Last: De 'Grootverbruiker' (bedrijven of transportdiensten) wordt belast met een gedetailleerde voorraadadministratie die op elk moment controleerbaar moet zijn door de overheid.
- Persoonlijke Aansprakelijkheid: Punt 9 legt de nadruk op de persoonlijke verantwoordelijkheid van de ondertekenaar, wat de ernst van de regels onderstreept.
- Sancties: De expliciete verwijzing naar de Distributiewet van 1939 met zware straffen (4 jaar cel of een enorme boete van 10.000 gulden) dient als krachtig afschrikmiddel.
- Uitzonderingspositie Defensie: De onderste alinea maakt duidelijk dat militaire behoeften boven de reguliere distributieregels gaan, hoewel de administratieve meldingsplicht aan het Rijksbureau wel blijft bestaan. Het document dateert uit de periode van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (1940-1945). De Distributiewet van 1939 werd vlak voor het uitbreken van de oorlog aangenomen om de verdeling van vitale grondstoffen en voedsel in goede banen te leiden bij schaarste.
Rubber was een essentieel oorlogsmateriaal. Nadat Japan begin 1942 de belangrijkste rubberproducerende gebieden in Zuidoost-Azië bezette, ontstond er in het door Duitsland bezette Europa een nijpend tekort aan natuurlijk rubber. Dit leidde tot extreme rantsoenering. Het 'Rijksbureau voor Rubber' was een van de vele rijksbureaus die onder de bezetting fungeerden om de distributie van schaarse materialen centraal te regelen. Het feit dat oude banden moesten worden ingeleverd (punt 5), wijst op het belang van recycling en regeneratie van rubber in die tijd.