Archief 745
Inventaris 745-309
Pagina 225
Dossier 7
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven memo of ambtelijke notitie op losbladig papier.

Origineel

Handgeschreven memo of ambtelijke notitie op losbladig papier. de ketelinstallatie.
Zie hiervoor verder ons rapport 63/8/2 m
d.d. 12/2 '38

  vrijwel

Overigens geen apparatuur waarvan vaststaat
dat ze niet voor leger dienst noodig is.
eenig
Wel (waardeloos) oud materiaal als gevolg
wijziging installaties, zoals spanrollen, roosterstaven
of slijtage
e.d. , hoofdzakelijk smeed- en gietijzer, benevens
eenig materiaal dat gediend heeft bij de bouw der
markthal
M.i. gewenscht dat er bepaald lichaam
zoals b.v. magazijn met verkoop wordt belast
maar liever ook als centraal punt waar
opgave wordt gedaan van hetgeen ter verkoop
beschikbaar is.

[In de linker marge:]
't wordt
nagegaan

[Rechtsonder in rood potlood/inkt:]
1 M/15/217

[Helemaal onderaan:]
20/9 '40 AR Het document betreft een interne correspondentie over het beheer van materialen en technische installaties. De kernpunten zijn:
1. Status van apparatuur: Er wordt geconstateerd dat vrijwel alle huidige apparatuur noodzakelijk blijft voor "leger dienst". Dit wijst op een militaire of defensie-gerelateerde context.
2. Overtollig materiaal: Er is sprake van oud ijzer (smeed- en gietijzer) dat is overgebleven na aanpassingen aan installaties (zoals een ketelinstallatie) of slijtage van onderdelen (spanrollen, roosterstaven). Ook materiaal van de bouw van een "markthal" wordt genoemd als overbodig.
3. Beleidsadvies: De schrijver adviseert ("M.i." - mijns inziens) om de verkoop van dit soort overtollige goederen te centraliseren, bijvoorbeeld via een magazijn, om een beter overzicht te houden op wat er beschikbaar is voor verkoop.
4. Marginale notitie: De opmerking "'t wordt nagegaan" duidt erop dat een superieur of collega actie onderneemt op basis van dit voorstel. De datering van de notitie (20 september 1940) is cruciaal. Nederland bevond zich op dat moment in de vroege fase van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. De verwijzing naar "leger dienst" kan duiden op de behoefte van de bezettende macht of de resterende Nederlandse administratie om strategische materialen (zoals metalen) en apparatuur strikt te beheren. Metalen zoals smeed- en gietijzer waren in oorlogstijd schaarse en waardevolle grondstoffen voor de oorlogsindustrie. De verwijzing naar een rapport uit februari 1938 suggereert dat dit een lopend dossier was dat na de inval opnieuw is beoordeeld. Het kenmerk "AR" onderaan zou kunnen verwijzen naar de initialen van de behandelaar of een specifieke afdeling (bijv. Artillerie-Inrichtingen of een Rijksarchief-code).

Samenvatting

Het document betreft een interne correspondentie over het beheer van materialen en technische installaties. De kernpunten zijn:
1. Status van apparatuur: Er wordt geconstateerd dat vrijwel alle huidige apparatuur noodzakelijk blijft voor "leger dienst". Dit wijst op een militaire of defensie-gerelateerde context.
2. Overtollig materiaal: Er is sprake van oud ijzer (smeed- en gietijzer) dat is overgebleven na aanpassingen aan installaties (zoals een ketelinstallatie) of slijtage van onderdelen (spanrollen, roosterstaven). Ook materiaal van de bouw van een "markthal" wordt genoemd als overbodig.
3. Beleidsadvies: De schrijver adviseert ("M.i." - mijns inziens) om de verkoop van dit soort overtollige goederen te centraliseren, bijvoorbeeld via een magazijn, om een beter overzicht te houden op wat er beschikbaar is voor verkoop.
4. Marginale notitie: De opmerking "'t wordt nagegaan" duidt erop dat een superieur of collega actie onderneemt op basis van dit voorstel.

Historische Context

De datering van de notitie (20 september 1940) is cruciaal. Nederland bevond zich op dat moment in de vroege fase van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. De verwijzing naar "leger dienst" kan duiden op de behoefte van de bezettende macht of de resterende Nederlandse administratie om strategische materialen (zoals metalen) en apparatuur strikt te beheren. Metalen zoals smeed- en gietijzer waren in oorlogstijd schaarse en waardevolle grondstoffen voor de oorlogsindustrie. De verwijzing naar een rapport uit februari 1938 suggereert dat dit een lopend dossier was dat na de inval opnieuw is beoordeeld. Het kenmerk "AR" onderaan zou kunnen verwijzen naar de initialen van de behandelaar of een specifieke afdeling (bijv. Artillerie-Inrichtingen of een Rijksarchief-code).

Kooplieden in dit dossier 53

A.E.G. Olympia accoord
A.E.G. Olympia accoord
Andijker blauwen 11.216
Andijker blauwen 11216
Andijker blauwen
Andijker blauwen 11.216
J. Zand 1770
J. Zand 1.770
J. Zand 1.770
Anna Paulowna zandaardappelen
Drentsche zandaardappelen
Drentsche zandaardappelen 133.228
Drentsche zandaardappelen 133.228
Friesche bintjes 129.941
Friesche bintjes
Friesche bintjes 129.941
Friesche bintjes 129941
Hillegommer muizen 5.428
Hillegommer muizen 5428
Hillegommer muizen 5.428
IJpolder muizen
IJpolder muizen 3.843
IJpolder muizen 3.843
Alle 53 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6