Handgeschreven ambtelijke notitie / inspectierapport.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / inspectierapport. 10 september 1940. [Rechtsboven:]
C.M.
T.D.
[Hoofdtekst:]
Betreft onderhoud dienstrijwielen.
In totaal werden tot heden 20 rijwielen gekeurd. de
navolgende 12 No's kunnen het door Mr. v. P. genoemde bedrag à f 20-
nog waard worden geacht. M. 1000, 1001, 1003 / 1005 \ 1006, 1007, 1010,
1013, 1018, 1019, 1020, 1023, 1024. De overige 8 dat zijn de No's
M 1002, 1004, 1009, 1011, 1015, 1016, 1017 en 1021 moeten worden
afgekeurd.
De ontbrekende No's: ~~1005~~, 1008, 1012, 1014 en 1022 zijn
niet ter keuring aangeboden.
Op te merken valt nog - dat aan de 12 goed -
gekeurde rijwielen diverse kleine vernieuwingen
moeten plaats hebben, totaal tot een geraamd bedrag
van f 75-.
Bij het nemen van een besluit omtrent het in-
stellen van een onderhoudsdienst in eigen beheer
moet goed in het oog worden gehouden, dat reparaties
buiten de C.M. dezerzijds niet kunnen plaats hebben,
gerekend moet worden dat steeds 4 rijwielen in
reserve moeten zijn o/d C.M.
Voor aanschaffing gereedschap
moet ± f 20- worden gerekend.
[Rechtsonder:]
M.
10/9-40 De notitie is een inventarisatie van het rijwielpark van een organisatieonderdeel. De auteur rapporteert aan de Technische Dienst over de staat van 20 fietsen. Er is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen goedgekeurde exemplaren (die een restwaarde van 20 gulden vertegenwoordigen), afgekeurde exemplaren en ontbrekende nummers.
De kern van het advies ligt in de laatste alinea: de auteur pleit voor het inrichten van een eigen onderhoudsdienst om de afhankelijkheid van externe partijen te verkleinen. Hierbij wordt een kostenraming gegeven voor reparaties (f 75,-) en nieuw gereedschap (f 20,-), en wordt de logistieke eis gesteld dat er altijd vier fietsen als reserve op de locatie aanwezig moeten zijn. Het document is geschreven op 10 september 1940, kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan materialen en brandstof toe, waardoor rijwielen een cruciaal vervoermiddel werden voor overheidsdiensten. Een efficiënt beheer van het eigen materieel was daarom van groot strategisch belang. De genoemde afkorting "C.M." duidt waarschijnlijk op de 'Centrale Magazijnen' van een gemeentelijke instantie, waar dergelijke registraties van materieel standaard waren. De vernoemde "Mr. v. P." verwijst vermoedelijk naar een jurist of bestuurder die verantwoordelijk was voor de financiële waardebepaling van het materieel.