Getypte brief (vermoedelijk een doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (vermoedelijk een doorslag op dun papier). 20 september 1940. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst). Het Hoofd van het Gemeentelijke Materialenbureau, O.Z. Achterburgwal 213, Amsterdam-Centrum. VP/HG.
Extra
het Hoofd van het Gemeentelijke
Materialenbureau,
O.Z. Achterburgwal 213,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.
7/26/2 M.
20 September 1940.
Naar aanleiding van Uw circulaire d.d. 19 dezer (No.26
G.M.B.) heb ik de eer U te berichten, dat bij mijn dienst een
auto voor personenvervoer in gebruik is.
De Directeur, De tekst is een korte, zakelijke mededeling van een Amsterdamse gemeentelijk directeur aan het Hoofd van het Gemeentelijke Materialenbureau (G.M.B.). De aanleiding is een circulaire (nr. 26) van de vorige dag (19 september 1940). De directeur meldt dat zijn dienst beschikt over één auto voor personenvervoer. De toon is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten"). Het document is kenmerkend voor de nauwgezette administratieve verslaglegging binnen de gemeente Amsterdam. De brief dateert van september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de bezetter, vaak via de bestaande ambtelijke apparaten, een strakke controle uit te oefenen op middelen en materialen. Het inventariseren van motorvoertuigen (zoals in deze circulaire No. 26) was essentieel voor de distributie van brandstof, die al snel schaars werd, en voor mogelijke vordering van voertuigen voor militair of civiel gebruik door de bezettingsautoriteiten. Het Gemeentelijke Materialenbureau speelde hierin een centrale, coördinerende rol voor de verschillende Amsterdamse stadsdiensten. O.Z. Achterburgwal Gemeente Amsterdam
Samenvatting
De tekst is een korte, zakelijke mededeling van een Amsterdamse gemeentelijk directeur aan het Hoofd van het Gemeentelijke Materialenbureau (G.M.B.). De aanleiding is een circulaire (nr. 26) van de vorige dag (19 september 1940). De directeur meldt dat zijn dienst beschikt over één auto voor personenvervoer. De toon is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten"). Het document is kenmerkend voor de nauwgezette administratieve verslaglegging binnen de gemeente Amsterdam.
Historische Context
De brief dateert van september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de bezetter, vaak via de bestaande ambtelijke apparaten, een strakke controle uit te oefenen op middelen en materialen. Het inventariseren van motorvoertuigen (zoals in deze circulaire No. 26) was essentieel voor de distributie van brandstof, die al snel schaars werd, en voor mogelijke vordering van voertuigen voor militair of civiel gebruik door de bezettingsautoriteiten. Het Gemeentelijke Materialenbureau speelde hierin een centrale, coördinerende rol voor de verschillende Amsterdamse stadsdiensten.