Ambtsbrief/rapportage.
Origineel
Ambtsbrief/rapportage. 13 april 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam (afgeleid uit de locatie "Gelderschekade"). [Bovenaan handgeschreven:]
Aangetekend
[Paraaf/naam, mogelijk "Mr. Müller"]
VP/HG.
21/10/4 M.
13 April 1940.
Kwijtschelding marktgeld brand-
stoffenmarkten aan P.Ph.Bakker.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat P.Ph.Bak-
ker, Gelderschekade t/o no.55, met schuit no.124 groot 27
ton, voor het kalenderjaar 1940 ligplaats heeft genomen aan
de brandstoffenmarkten hier ter stede. Van het terzake ver-
schuldigde marktgeld ten bedrage van ƒ 27,- heeft Bakker
voornoemd een kwartaalstermijn betaald. Hij heeft het vaar-
tuig met ingang van 5 April jl. verhuurd aan een anderen
brandstoffenhandelaar en hij verzoekt hem gedeeltelijke
kwijtschelding van het verschuldigde marktgeld te verleenen.
Inwilliging van dit verzoek lijkt mij billijk. Indien Bakker
het vaartuig volgens het tarief per kalendermaand en per
kalenderweek had doen liggen, zou hij tot 5 April jl. een
bedrag van 3 x 27 x 10 cent + 1 x 27 x 2½ cent = ƒ 8,78
schuldig zijn geweest.
Ik geef U daarom beleefd in overweging wel te willen
bevorderen, dat hem tot een bedrag van ƒ 18,22 kwijtschelding
van marktgeld wordt verleend door Burgemeester en Wethouders,
zulks op grond van het bepaalde in artikel 10 van de Verorde-
ning op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden.
De Directeur, * Inhoud: De directeur adviseert de wethouder om een gedeeltelijke restitutie (kwijtschelding) te verlenen aan brandstoffenhandelaar P.Ph. Bakker. Bakker had een ligplaats voor zijn schuit (nr. 124, 27 ton) aan de Gelderschekade, maar heeft de schuit per 5 april 1940 aan een ander verhuurd.
* Berekening: De directeur hanteert een "billijke" berekening. Bakker betaalde een kwartaaltarief van 27 gulden. De directeur rekent uit wat hij verschuldigd zou zijn geweest op basis van losse maanden en weken tot 5 april (3 maanden à 10 cent per ton per maand + 1 week à 2,5 cent per ton per week). Dit komt uit op ƒ 8,78. Het verschil (ƒ 18,22) wordt ter kwijtschelding voorgesteld.
* Juridische basis: Er wordt expliciet verwezen naar artikel 10 van de "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden".
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de formele, ambtelijke stijl van de vroege 20e eeuw ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging"). * Historische periode: De brief is gedateerd op 13 april 1940, minder dan een maand voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het toont het normale functioneren van de gemeentelijke bureaucreatie vlak voor de oorlog.
* Locatie: De Gelderschekade in Amsterdam was een belangrijke plek voor de handel in brandstoffen (zoals turf en steenkool) die per schip werden aangevoerd.
* Economie: Brandstoffen waren essentieel voor de huishoudens. De bemoeienis van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" geeft aan dat de distributie van brandstof onder de algemene zorg voor de eerste levensbehoeften viel. Het bedrag van circa 18 gulden was in 1940 een aanzienlijk bedrag (vergelijkbaar met ongeveer een weekloon voor een ongeschoolde arbeider).