Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 262
Dossier 22
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke rapportage / Adviesbrief.

18 december 1940 (met aantekeningen van 20 en 21 december 1940). Van: W.L.M. (waarschijnlijk een afdelingshoofd of inspecteur van de gemeente).

Origineel

Ambtelijke rapportage / Adviesbrief. 18 december 1940 (met aantekeningen van 20 en 21 december 1940). W.L.M. (waarschijnlijk een afdelingshoofd of inspecteur van de gemeente). [Linksboven in potlood/stempel:]
Vrijstelling marktgeld 20/12/40 WR
gebr. Prinseneil. op 21/42/3
de brandstoffenmarkt.

[Rechtsboven:]
A’dam, 18/12 1940
W.L.M.

Onder terugzending van het met Uw kantbrief dd. 21 November jl. om advies ontvangen stuk no. 105/D L.M. 1940 heb ik de eer U te berichten, dat ik naar de onderhavige aangelegenheid een onderzoek heb doen instellen. Daarbij is het volgende gebleken.

Adressante is een te Amsterdam gevestigde [doorgestreept: firma in brandstoffen] brandstoffenhandelaar, die [doorgestreept: steeds gewend is geweest haar brandstoffen] thans steeds gewend is geweest haar brandstoffen per wagon en per auto naar haar pakhuizen te vervoeren. Zij heeft [doorgestreept: thans echter] thans kolen per schuit aangevoerd; in verband met de benzineschaarste is zij hiertoe enkele maanden geleden moeten overgaan.

De ambtenaar, belast met de inning der brandstoffengelden constateerde enkele maanden geleden, dat een schuit met brandstoffen, bestemd voor adressante, werd gelost in het als brandstoffenmarkt aangewezen openbare gemeentewater. Krachtens artikel 3 der Verordening op de Heffing van [doorgestreept: Marktgeld] Marktgeld, standplaats- en vlotgelden moest voor deze schuit marktgeld worden betaald volgens het tarief, genoemd in artikel 10 der voornoemde Verordening. Adressante maakte hiertegen bezwaar, waarop het vaartuig is verhaald naar openbaar gemeentewater, dat niet als brandstoffenmarkt was aangewezen. Daar de schuit echter thans werd gelost, kon hiertegen niet worden opgetreden; [doorgestreept: immers] het vaartuig werd immers niet gebruikt als magazijn of bergplaats van goederen, hetgeen krachtens artikel 77 der A.P.V. is verboden. Adressante heeft daarna nog enkele malen brandstoffen buiten het als markt aangewezen openbare gemeentewater doen lossen. Op 22 November jl. was echter weerom met een brandstoffenvaartuig aan een brandstoffenmarkt ligplaats ingenomen; de betreffende ambtenaar heeft toen terecht marktgeld laten betalen, hetgeen onder protest is geschied.

Ik heb de eer U te adviseeren de adressante te [doorgestreept: doen] berichten, dat, wanneer met een vaartuig een plaats wordt ingenomen in het als brandstoffenmarkt aangewezen openbare gemeentewater, daarvoor de door den gemeenteraad vastgestelde tarieven verschuldigd zijn. Overigens ware adressante te berichten [tekst loopt af/einde pagina].

[Kantlijn links:]
dat tegenover deze handelingen van den op de brandstoffenmarkt dienstdoenden ambtenaar niets is gebleken. Het document betreft een geschil tussen een Amsterdamse brandstoffenhandel en de gemeentelijke belastinginspectie. De handelaar is door de "benzineschaarste" gedwongen overgestapt van vervoer over de weg (auto/vrachtwagen) naar vervoer over water (schuiten).

De kern van het conflict is het "marktgeld". Wanneer een schuit in water ligt dat officieel als "brandstoffenmarkt" is aangewezen, moet er betaald worden. De handelaar probeerde dit te omzeilen door buiten de marktzones te lossen. Dit was legaal, zolang het schip niet als permanente opslagplaats (magazijn) werd gebruikt, wat volgens de Algemene Plaatselijke Verordening (A.P.V.) verboden was. Op 22 november 1940 werd de handelaar echter betrapt terwijl er wel degelijk ligplaats was ingenomen in de marktzone. De ambtenaar concludeert dat de heffing terecht was en adviseert het bezwaar van de handelaar af te wijzen. Dit document stamt uit december 1940, de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De genoemde "benzineschaarste" is een direct gevolg van de oorlogssituatie; brandstoffen werden door de bezetter gevorderd of waren schaars door de blokkades. Hierdoor moesten bedrijven improviseren met transportmiddelen (zoals de overgang van auto naar schuit).

Tevens biedt het document inzicht in de strikte bureaucracy en de handhaving van lokale verordeningen (zoals de A.P.V. en de heffing op vlotgelden) die zelfs tijdens de bezettingsjaren in eerste instantie gewoon doorliepen volgens de bestaande Nederlandse wetgeving. De locatie "Prinseneil." (Prinseneiland) in de kantlijn verwijst naar een bekende Amsterdamse locatie waar vanouds veel handel en opslag van brandstoffen (kolen) plaatsvond.

Samenvatting

Het document betreft een geschil tussen een Amsterdamse brandstoffenhandel en de gemeentelijke belastinginspectie. De handelaar is door de "benzineschaarste" gedwongen overgestapt van vervoer over de weg (auto/vrachtwagen) naar vervoer over water (schuiten).

De kern van het conflict is het "marktgeld". Wanneer een schuit in water ligt dat officieel als "brandstoffenmarkt" is aangewezen, moet er betaald worden. De handelaar probeerde dit te omzeilen door buiten de marktzones te lossen. Dit was legaal, zolang het schip niet als permanente opslagplaats (magazijn) werd gebruikt, wat volgens de Algemene Plaatselijke Verordening (A.P.V.) verboden was. Op 22 november 1940 werd de handelaar echter betrapt terwijl er wel degelijk ligplaats was ingenomen in de marktzone. De ambtenaar concludeert dat de heffing terecht was en adviseert het bezwaar van de handelaar af te wijzen.

Historische Context

Dit document stamt uit december 1940, de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De genoemde "benzineschaarste" is een direct gevolg van de oorlogssituatie; brandstoffen werden door de bezetter gevorderd of waren schaars door de blokkades. Hierdoor moesten bedrijven improviseren met transportmiddelen (zoals de overgang van auto naar schuit).

Tevens biedt het document inzicht in de strikte bureaucracy en de handhaving van lokale verordeningen (zoals de A.P.V. en de heffing op vlotgelden) die zelfs tijdens de bezettingsjaren in eerste instantie gewoon doorliepen volgens de bestaande Nederlandse wetgeving. De locatie "Prinseneil." (Prinseneiland) in de kantlijn verwijst naar een bekende Amsterdamse locatie waar vanouds veel handel en opslag van brandstoffen (kolen) plaatsvond.

Locaties

Amsterdam (A'dam).

Gerelateerde Documenten 6