Handgeschreven brief (officiële correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (officiële correspondentie). 25 januari 1940. Nº 25/17/14 M. 1940 26/1
Amsterdam 25 Januari 1940
nihon [?]
Weledele Heer.
Naar aanleiding van Uw schrijven
zoo deel ik U mede dat ik de Heeren
Meijerkerk en Bakker eenige dagen voor
Nieuwjaar met mijn voornemen in
kennis heb gesteld, daar ik mij genood-
zaakt zou zien mij bij de steun aan te
melden, om reden de ontvangsten
tegenwoordig voor mij op de markt
zeer slecht zijn, wanneer ik mijn
plaats zou wenschen te behouden
Zou de steun het met het Marktwezen
in orde maken was de meening van
den Heer Bakker, nu heb ik een
week eenige steun ontvangen en het
aan de bezoeker kenbaar gemaakt
het is dus geheel buiten mijn
schuld dat U er niet mede in
kennis bent gesteld alhoewel ik
52 * Onderwerp: De briefschrijver (vermoedelijk een marktkoopman) legt verantwoording af over de communicatie rondom het aanvragen van "steun" (sociale bijstand) in combinatie met het behouden van een marktplaats.
* Kern van het betoog: De schrijver reageert op een schrijven waaruit blijkt dat de geadresseerde niet op de hoogte was van de situatie. De schrijver stelt dat hij de heren Meijerkerk en Bakker (mogelijk ambtenaren van de markt of sociale dienst) al vóór Nieuwjaar had ingelicht over zijn noodzaak om steun aan te vragen vanwege slechte inkomsten op de markt.
* Bureaucreatie: De schrijver handelde in de veronderstelling dat de verschillende instanties ("de steun" en "het Marktwezen") onderling contact zouden hebben over de situatie, zoals gesuggereerd door de heer Bakker.
* Bewijs van goede trouw: De schrijver benadrukt dat hij ook de "bezoeker" (de controleur van de sociale dienst die aan huis kwam) heeft ingelicht. Hij verdedigt zich tegen de suggestie dat hij nalatig is geweest in zijn informatieplicht. * Tijdsbeeld: Januari 1940. Nederland bevindt zich in de periode van de mobilisatie, vlak voor de Duitse inval in mei 1940. De economische nasleep van de crisisjaren is nog steeds voelbaar, wat blijkt uit de noodzaak voor "steun" voor kleine zelfstandigen zoals marktkooplui.
* Sociaal-economisch: Het systeem van de "steun" was in die tijd streng gereguleerd en vaak stigmatiserend. Er was een strikte scheiding tussen werken en uitkering; de combinatie van een marktplaats (eigen bedrijf) en bijstand was bureaucratisch ingewikkeld.
* Controle: De vermelding van "de bezoeker" verwijst naar de ambtenaren die onaangekondigd bij steuntrekkers langsgingen om te controleren of zij zich wel aan de regels hielden en of de armoede wel echt was. De angst om als fraudeur aangemerkt te worden klinkt door in de defensieve toon van de brief ("geheel buiten mijn schuld").