Getypte brief (doorslag/doorschrijfexemplaar).
Origineel
Getypte brief (doorslag/doorschrijfexemplaar). 15 maart 1940. Onbekende instantie (vermoedelijk de directie van het Gemeentelijk Marktwezen Amsterdam), ondertekend door "De Directeur". Bovenaan staat een handgeschreven naam: "K. Muller". Den Heer A. van Haeften, Amsterdam. K. Muller [handgeschreven]
VP/HG.
25/26/4 M.
15 Maart 1940.
den Heer A.van Haeften,
2e Jacob van Campenstraat 118 II,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
Naar aanleiding van Uw briefkaart ingekomen op 9
Februari jl. bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek
om U vrijstelling van betaling van marktgeld te verleenen
niet voor inwilliging in aanmerking kan komen.
De Directeur, * Kernboodschap: De brief is een formele afwijzing van een verzoek om vrijstelling van marktgeld.
* Toon: De toon is ambtelijk, kort en zakelijk. Er wordt geen reden gegeven voor de afwijzing, wat typerend is voor gestandaardiseerde correspondentie van overheidsinstanties uit die tijd.
* Onderwerp: De ontvanger, de heer A. van Haeften, had op 9 februari 1940 per briefkaart verzocht om geen marktgeld meer te hoeven betalen. Marktgeld was de vergoeding die kooplieden aan de gemeente betaalden voor een staanplaats op een openbare markt.
* Administratieve details: De codes "VP/HG" en "25/26/4 M." zijn interne dossier- of referentienummers. "Wijk 14" verwijst naar de administratieve wijkindeling van Amsterdam destijds. * Historische tijdslijn: De brief is gedateerd op 15 maart 1940. Dit is minder dan twee maanden voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Hoewel de oorlogsdreiging groot was, functioneerde het civiele bestuur van de stad Amsterdam nog volledig normaal.
* Sociaal-economisch: De aanvraag voor vrijstelling suggereert dat de heer Van Haeften mogelijk een kleine marktkoopman was die moeite had om de eindjes aan elkaar te knopen. De economische situatie in 1940 was, mede door de mobilisatie en internationale spanningen, onzeker.
* Locatie: De 2e Jacob van Campenstraat ligt in de Pijp (Amsterdam-Zuid), een buurt die van oudsher veel bewoners had die werkzaam waren in de kleine handel en op de nabijgelegen Albert Cuypmarkt. Het is zeer waarschijnlijk dat het verzoek betrekking had op een standplaats op die markt.