Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 165
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

Van: J. Goudketting.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). J. Goudketting. in een veel slechter toestand verkeer, dan
iemand die steun ontvangt. Want deze
ontvangt wekelijks een vast bedrag en vaak
ook nog een bedrag als handelsgeld bij het
begin krijgen van de steunperiode en zijn
dan bovendien vrijgesteld van het betalen van
marktgeld. Ik verzoek U dan ook mij vrijstelling
van deze 4 weken te geven of zoo dat niet
kan met mij een regeling te treffen op dat ik deze
schuld in een betere tijd kan voldoen Hopende
dat U mijn omstandigheden rekening zult houden
teeken ik met
Hoogachting.
J Goudketting.
2e Jan Steenstr. 59 hs
Amsterdam Z De brief is een aangrijpend voorbeeld van de armoede en de bureaucratische strijd tijdens de crisisjaren in Nederland. De schrijver, J. Goudketting, verkeert in grote financiële nood en richt zich tot een instantie (waarschijnlijk de gemeente of de marktmeester) om uitstel of kwijtschelding van betaling te vragen.

Opvallend is de vergelijking die de schrijver trekt met mensen die "in de steun" zitten (de toenmalige bijstand). Goudketting voert aan dat hij er slechter aan toe is dan zij, omdat steuntrekkers een vast weekbedrag krijgen, een startbedrag ("handelsgeld" – mogelijk bedoelt de schrijver hier kledinggeld of een andere eenmalige uitkering) ontvangen en bovendien geen marktgeld hoeven te betalen.

Het feit dat er specifiek over "marktgeld" wordt gesproken, duidt erop dat de afzender een marktkoopman was. De 2e Jan Steenstraat ligt in de Pijp in Amsterdam, vlakbij de Albert Cuypmarkt, wat deze veronderstelling ondersteunt. De toon van de brief is beleefd doch dringend, wat blijkt uit de afsluiting "Hopende dat U mijn omstandigheden rekening zult houden" (waarbij het woord 'met' door de schrijver is weggelaten). De term "de steun" verwijst direct naar het stelsel van werklozenzorg tijdens de Grote Depressie in de jaren '30. Dit systeem was sober en ging gepaard met strenge controles (zoals het beruchte 'stempelen'). Voor zelfstandigen, zoals marktkooplui, was de situatie vaak precair; zij vielen buiten de reguliere steun zolang zij hun bedrijf nog voerden, maar hun inkomsten waren door de crisis vaak tot onder het bestaansminimum gedaald.

De achternaam Goudketting is een veelvoorkomende Joods-Amsterdamse naam. Gezien de locatie (de Pijp) en het beroep (marktkoopman), is het zeer waarschijnlijk dat de schrijver deel uitmaakte van de Joodse arbeidersklasse in Amsterdam die door de economische malaise van de jaren '30 zwaar werd getroffen, nog voor de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog.

Samenvatting

De brief is een aangrijpend voorbeeld van de armoede en de bureaucratische strijd tijdens de crisisjaren in Nederland. De schrijver, J. Goudketting, verkeert in grote financiële nood en richt zich tot een instantie (waarschijnlijk de gemeente of de marktmeester) om uitstel of kwijtschelding van betaling te vragen.

Opvallend is de vergelijking die de schrijver trekt met mensen die "in de steun" zitten (de toenmalige bijstand). Goudketting voert aan dat hij er slechter aan toe is dan zij, omdat steuntrekkers een vast weekbedrag krijgen, een startbedrag ("handelsgeld" – mogelijk bedoelt de schrijver hier kledinggeld of een andere eenmalige uitkering) ontvangen en bovendien geen marktgeld hoeven te betalen.

Het feit dat er specifiek over "marktgeld" wordt gesproken, duidt erop dat de afzender een marktkoopman was. De 2e Jan Steenstraat ligt in de Pijp in Amsterdam, vlakbij de Albert Cuypmarkt, wat deze veronderstelling ondersteunt. De toon van de brief is beleefd doch dringend, wat blijkt uit de afsluiting "Hopende dat U mijn omstandigheden rekening zult houden" (waarbij het woord 'met' door de schrijver is weggelaten).

Historische Context

De term "de steun" verwijst direct naar het stelsel van werklozenzorg tijdens de Grote Depressie in de jaren '30. Dit systeem was sober en ging gepaard met strenge controles (zoals het beruchte 'stempelen'). Voor zelfstandigen, zoals marktkooplui, was de situatie vaak precair; zij vielen buiten de reguliere steun zolang zij hun bedrijf nog voerden, maar hun inkomsten waren door de crisis vaak tot onder het bestaansminimum gedaald.

De achternaam Goudketting is een veelvoorkomende Joods-Amsterdamse naam. Gezien de locatie (de Pijp) en het beroep (marktkoopman), is het zeer waarschijnlijk dat de schrijver deel uitmaakte van de Joodse arbeidersklasse in Amsterdam die door de economische malaise van de jaren '30 zwaar werd getroffen, nog voor de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog.

Gerelateerde Documenten 4